OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Wij horen op het journaal geregeld over de bezuinigingen en over demonstraties. Het is ook wat als je baan op de tocht staat of als mensen willen komen aan je pensioen waar je zo veel jaar hard voor hebt gewerkt. Of als het onderwijs en vooral de zorg voor de zwaksten in de samenleving wordt aangetast.
Als parochie moeten wij het natuurlijk ook een beetje zuiniger aan doen. En we hebben gelukkig al de nodige duizenden euro’s weten te besparen.
Maar als er iemand is, die niet hoeft en ook helemaal niet wil bezuinigen, dan is het wel God. Zijn genade is en zal er altijd zijn met een goddelijke overvloed. Wij hoeven alleen maar ons hart voor Hem en voor elkaar te openen en dan stroomt overvloedige genade - althans, als wij leven in staat van genade, als wij niet vrijwillig en bewust de Tien Geboden van God hebben overtreden - ononderbroken van zijn goddelijke Hart in ons menselijke hart.
Vragen wij vergeving voor de keren, dat wij ons hart voor Hem en voor elkaar gesloten hielden.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer, niet met macht en uiterlijk vertoon zijt Gij onder ons verschenen, maar als een vorst van vrede, zachtmoedig en nederig van hart. Kom tot ons; dat wij uw juk op onze schouders nemen, zachtmoedig en nederig worden en uw vrede verkondigen aan alle mensen. Gij die leeft en heerst met God de Vader…
KINDERWOORDDIENST
PREEK
In de eerste lezing is sprake van een koning op een ezel. Het lijkt vandaag wel een beetje Palmpasen. De profeet Zacharia zegt van deze koning, dat hij rechtvaardig is en dat hij zegeviert, dus, dat hij overwint. Wij hebben allemaal weleens te maken met onrechtvaardigheid. Een kind kan het onrechtvaardig vinden dat het een bepaalde film niet mag afkijken. Een jongere kan het onrechtvaardig vinden dat hij van zijn ouders niet zo lang in de disco mag blijven als andere jongeren. Een oudere kan het onrechtvaardig vinden dat er aan zijn pensioen wordt geknabbeld. Maar echt onrecht is de honger in de wereld, dat mensen elkaar hoe dan ook misbruiken. Iedere zonde tegen de Tien Geboden van God is een groot onrecht.
Zal die koning alle onrecht overwinnen!? Inderdaad, ooit komt de Dag van het Laatste Oordeel. Dan zal alles wat krom is recht worden gemaakt, of men het wil of niet. Maar zo lang die dag nog niet is gekomen, blijft deze koning op zijn ezel rijden. Van deze koning zegt Zacharia dan ook: Hij is deemoedig. Hij onderwerpt zich nederig aan God, maar ook aan wat mensen kiezen, en dat kan ook het kwade zijn. Hij roept op in vrijheid te kiezen voor het goede, maar laat de mogelijkheid om te kiezen voor het kwade bestaan. Hoe anders kan er liefde zijn!?
In het evangelie hoorden wij wat voor iemand Jezus Christus is. Hij zei, dat de mensen allemaal bij Hem mogen komen en dat Hij hun dan rust en verlichting zal geven. Is dat niet wat Hij altijd heeft gedaan!? Altijd was Hij daar voor de zieken, de armen, voor mensen die een troostend woord nodig hadden. Voor mensen, die bevrijding van een schuldenlast zochten, vergeving.
Kunnen wij, wíllen wij, net als Jezus Christus zó door de wereld gaan!? Deemoedig!? Ook wij hebben onze wensen. Ook wij dragen pijn met ons mee vanwege die keren dat wij onrechtvaardig zijn behandeld, maar net als Jezus Christus zouden wij moeten proberen eerst naar God te kijken, naar het welzijn van onze medemensen. Dat is wat gelukkig maakt. Niet geluk zoeken, maar geluk geven.
Lieve mensen, geloven wij nog in een nieuwe wereld, hopen wij op een wereld waarin alles beter is!? Een maatschappij waarin niemand tekortkomt, waarin ieder mens tot z’n recht komt, zich kan ontwikkelen tot datgene waartoe God hem heeft geroepen?
Het evangelie begint met dat Jezus zijn hemelse Vader prijst, omdat Hij deze dingen verborgen heeft gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze heeft geopenbaard aan kinderen. Over welke dingen heeft Hij het dan? Over het geloof in een andere wereld. Over de hoop dat morgen alles beter zal zijn. Geef kinderen een paar stoelen en ze maken in hun fantasie een prachtige treinreis. Kinderen hebben maar zo weinig nodig om in iets moois te kunnen geloven. Hebben wij voldoende aan de belofte van Jezus Christus? Zijn de tekens van Gods goedheid en macht, die af en toe door het duister heen schijnen voldoende om ons te overtuigen van een prachtige toekomst?
In de tweede lezing van vandaag zegt Paulus dat de Geest van God in ons woont. Het is geen geest van zelfgenoegzaamheid, die ons beheerst, maar een geest die openstaat voor de ander, voor het nieuwe, voor het wonder. Geloven wij nog in wonderen!?
Ik lees de laatste tijd op een katholieke website steeds indringender boodschappen van hedendaagse profeten uit allerlei landen. En de inhoud van die verschillende boodschappen is dat God aan de ene kant heel boos is op deze wereld, diep teleurgesteld, maar aan de andere kant wil Hij de wereld ook nog een ongekend grote kans geven. God zou over niet al te lange tijd - maar ja, wat is volgens God “over niet al te lange tijd?” - zichzelf openbaren aan alle mensen op aarde. De hemel zou helemaal roodkleuren, er zou een groot kruis aan de hemel verschijnen. En dan zou Jezus zich aan alle mensen laten zien en iedereen zou ervan overtuigd raken dat God werkelijk bestaat; iedereen zou inzien wat naar Gods idee goed is en wat kwaad en dan zal er in ieder geval een tijdje lang een heel mooie wereld zijn. Een prachtige droom, een mooi visioen. Sommige mensen zullen denken: Wat een rijke fantasie, net als die kinderen in de stoelentrein.
Was het niet Martin Luther King, die op 28 augustus 1963 in washington D.C. op de trappen van het Lincoln Memorial uitriep: “Ik have a dream!” “Ik heb een droom!” Mensen mogen dromen hebben. Mensen moeten dromen hebben om het leven te kunnen uithouden. Ik droom weleens, lieve medeparochianen, dat deze hedendaagse profetieën spoedig uitkomen.
Maar laten we niet blijven dagdromen. Sluiten wij ons aan bij Jezus Christus. Deemoedig, nederig, zonder geweld te gebruiken, riep Hij mensen op tot het goede. Roepen ook wij in dezelfde geest in woord en daad mensen op tot het goede.