Lieve mensen hier bijeen onder het dak van Gods liefde.
Waarom
hebben we nou toch deze tekst uitgekozen? Een tekst over zonde en
vergeving? Wordt roze al niet veel te vaak in één adem genoemd met zonde?
Het
is een tekst over zonde en vergeving, maar ook over gastvrijheid en
mateloze liefde.
Over hoe mensen naar elkaar kijken en elkaar zien,
over hoe mensen naar zichzelf kijken en zichzelf zien. En hoe Jezus’
aanwezigheid en woord daarin verwarring schept en nieuwe ruimte.
Het is
een verhaal van ontmoeting. En als je een ander werkelijk ontmoet en
welkom heet dan loop je altijd het risico dat je zelf zult veranderen.
“Ook
jij bent welkom” zegt Tiel op Roze Zaterdag en dat betekent dat de stad na
dit weekend niet dezelfde zal zijn als voorheen.
Natuurlijk is een mens
altijd vrij de deur dicht te houden. Dat hoor je in het evangelie van
vanochtend tussen de regels door ook. De mensen kletsen over Jezus. Hij
wordt een vriend genoemd van mensen met een twijfelachtige reputatie,
mensen waarover gepraat wordt en vaak vreemde praatjes rondgaan.
Sommige
mensen houden liever de deur voor Hem dicht.
Het is de reactie van toen
en van nu van mensen die het willen houden bij hoe zij willen dat het is
en daarom buitensluiten wie “anders” is.
Wie van ons
reageert af en toe niet ook zo op wat ons vreemd is?
Simon, de gastheer
van het verhaal, waagt het er op. Wat zou er in hem omgegaan zijn?
Omdat
ik zijn aarzeling herken, in ontmoetingen met mensen die mijn
vanzelfsprekendheden schokken, leen ik hem mijn stem.
Ik hoor hem
peinzen, de day after the night before…. :
“Heb ik er nou
goed aan gedaan? Mijn vrienden hebben me gewaarschuwd. Weet wat je doet,
Simon! Als je Jezus binnenlaat, je weet hoe Hij is…
Ja, dat is
het nou juist. Ik weet niet hoe Hij is, niet echt. Is Hij een profeet? Een
man van God? De mensen zeggen van wel. Hij wekt mijn belangstelling. Mijn
nieuwsgierigheid ook. Veel van wat Hij zegt en doet lijkt zo bij de
profeten vandaan te komen. Net zo nieuw en net zo radicaal als zij in hun
tijd geweest moeten zijn. Een profeet wekt altijd tegenspraak en maar bij
weinigen instemming, zo gaat het. Kan ik dan zomaar de deur voor hem
sluiten? Hij kan een man Gods zijn. Ik wilde daar achter komen.
Dus
nodigde ik hem uit. Ja, wel met de nodige reserves, met gepaste afstand,
niet helemaal van harte. Maar heb ik er wel goed aan gedaan?
Daar was
opeens die vrouw. Midden in mijn huis. Ze stormde binnen zonder kloppen,
ik kon haar niet tegenhouden. Ik was geschokt. Die vrouw! Die in zonde
leeft. Zo ongepast! Ze stortte zich op Jezus en huilde. Zo overdreven! Ik
wist niet waar ik kijken moest en hoopte dat Jezus er iets van zou zeggen.
Hij is toch een profeet? Hij zou haar toch moeten doorzien?. Maar Hij zei
niks tegen haar. Tot mijn schrik zei hij iets tegen míj. De rollen
omgekeerd! Ik werd op het matje geroepen! Alles liep anders dan ik gedacht
had…
Hij heeft me iets willen leren. En ik snap het maar half.
Iets over gastvrijheid en liefde, over veel en weinig schuld. Ik kom er
niet los van. Hij noemde mijn naam, keek me zo indringend en tegelijk
uitnodigend aan. En die vrouw maar huilen. Tot Hij zei: uw zonden zijn U
vergeven. Uw geloof heeft U gered, ga in vrede
Wie is Hij toch? Hebben
mijn vrienden gelijk? Of ben ik veranderd?”
Simon zet zijn
deur open. Hij richt een maaltijd aan en nodigt ook Jezus uit. Samen eten
en drinken. Bij uitstek teken van gastvrijheid en ontmoeting. Maar de deur
die hij aarzelend op een kier heeft gezet, wordt opeens helemaal
opengeduwd, als er iemand binnenkomt, die helemaal niet in zijn leven past.
En
Jezus vraagt: hoe kijk jij naar haar? En kijk je wel goed?
En dan
de vrouw.
Hoe ziet zij zichzelf?
Ook haar, die vrouw die zondares
wordt genoemd, wil ik vandaag graag stem geven. Er staat heel nadrukkelijk
dat zij zondares wordt genoemd, niet dat zij het is. Een stempel dat
homo’s en lesbiennes in de kerk en vele andere godsdiensten vaak
meekrijgen.
Ook in haar herken ik iets van mijzelf, en leen haar mijn
stem:
“Ik ben er nog helemaal vol van. Sterker nog: ik loop er van
over! Al sinds ik hoorde dat Jezus in de stad is. Alsof ik verliefd ben,
maar dat is het niet. Het is anders.
Ja, Jezus, die man over wie zoveel
mensen kletsen, net als over mij trouwens. Ach, ik weet toch hoeveel pijn
het doet? Ik hou me altijd wel groot, ik laat me wel zien, maar het doet
zeer. Als je eenmaal een stempel hebt….. Ze noemen me zondares. En met een
zondares willen zij niks te maken hebben. En daarmee is het vonnis geveld.
Wie doet er dan nog moeite om mij echt te leren kennen?
Ik denk dat dàt
het is. Jezus doet moeite om door alle oordelen heen naar mij te kijken,
mij te zien, zoals ik ben, met alles erop en eraan, goed en kwaad. Hij
oordeelt niet, hij kletst niet met de anderen mee, hij kijkt je aan, en
maakt contact, mild en doordringend tegelijk. Dat is schrikken hoor, als
je dat niet gewend bent! Ik was er helemaal van ondersteboven. Er brak
iets in mij. Alles wat ik opgebouwd heb om de vernederingen aan te kunnen,
alle hardheid van mijn houding, alle verweer, Hij haalde het onderuit. Ik
moest me wel laten gaan, ik moest me wel geven. Als je zoveel ontvangt,
kun je niet anders dan geven.
Toen ik hoorde dat Hij naar bij Simon zou
zijn , bedacht ik me geen moment. Ik kon niet anders dan naar Hem toe
gaan. Alle liefde die Hij in mij gewekt had stroomde naar buiten. Ik had
Hem wel willen omhelzen, kussen, omarmen. Maar ik wilde niet dat de mensen
zouden oordelen. Ik weet toch hoeveel pijn het doet als ze het kostbaarste
wat je hebt vertrappen? Ik wilde Hem laten zien hoeveel liefde Hij in mij
gewekt heeft. Ik huilde, tranen van jaren, zijn voeten werden nat, ik
schrok ervan en liet mijn haren los om ze weer te drogen, ik kuste ze en
ik zalfde ze met de kostbaarste olie die ik heb.
Ik wilde Hem alles
geven omdat Hij mij alles gegeven heeft. Ja, ik heb er eigenlijk geen
woorden voor. Zo vol van goedheid. Zoals Hij het zei, aan het eind:
Ga
in vrede, alles wat tussen jou en Gods liefde in de weg heeft gestaan, het
telt niet meer, het is er niet meer. Je zonden zijn je vergeven. Je geloof
heeft je gered.
Ja, ik weet dat de mensen juist daarom zullen zeggen:
zie je wel, ze is een zondares! Maar wie niet? Zei hij niet, dat Simon net
zo goed een zondaar is? En wat doet het ertoe? Zal dat niet altijd zo
zijn, dat mensen die niet willen veranderen vasthouden aan wat ze toch al
denken? Ik weet wat het voor mij betekent: het is goed, gewoon goed,
zonder mitsen en maren, gewoon goed dat ik er ben! De moed om mij te laten
raken door de liefde die van Hem uitgaat, die heeft mij vrij gemaakt.
Kun
je nu begrijpen dat ik overloop van vreugde? Tranen van jaren uit een hele
diepe put.
Die put lijkt nu wel een bron….. “
Wat
mij raakt in deze ontmoeting die het evangelie ons doorgeeft, is de
omkering.
Het is niet degene die aanstoot geeft, de vrouw met het
stempel, - ze heeft geen naam, mensen duiden haar aan met hoe ze haar
willen zien- , maar de man die aanstoot neemt, Simon, die wordt
aangesproken. Die omkering verrast en verwart en blijkt heilzaam te zijn.
Het
doet mij denken aan koppen in de krant als: “homohuwelijk splijt kerk” .
Dan lijkt het net of het verlangen van mannen en vrouwen om hun
liefdesrelatie voor God te brengen en zegen daarover te vragen en
ontvangen de schuld is van een kerksplitsing. Helder is het om ook hier de
vraag te stellen die de omkering ons ingeeft. Wie neemt aanstoot aan de
liefde?
De tweede omkering die hier wordt ontdekt is dat de vrouw
van status verandert. Van een ongewenste gast in de ogen van de
aanwezigen, wordt zij door Jezus gezien als de gastvrouw in de ware zin
van het woord. Een vrouw, die haar waardering en eerbied tot uitdrukking
brengt, haar liefde uitgiet als kostbare olie, omdat zij zich die liefde
niet schaamt.
Ook die omkering raakt ons , zoals we hier vanochtend bij
elkaar zijn om Roze Zaterdag te vieren. Roze Zaterdag is de dag waarop we
vanouds niet verborgen blijven, maar ons laten zien, in alle vrolijkheid,
schoonheid en kwetsbaarheid die de liefde ons meegeeft.
En juist op
deze Roze Zaterdag in Tiel,waagt de organisatie het er op ons ook zo’n
omkering mee te geven: Tiel wil vandaag een gastvrije stad zijn voor
iedereen. Elk van ons mag het horen: ook jij bent welkom. En elk van ons
mag het zeggen, tegen wie we maar tegenkomen: ook jij bent welkom!
In
het evangelie is het de aanwezigheid van Jezus die al deze omkeringen
bewerkstelligt. Die vragen stelt, aan wie dacht dat zijn positie en leven
vanzelfsprekend waren en die de vrouw met het stempel haar volle
waardigheid teruggeeft. Het is Jezus die mensen meeneemt in een beweging
van bevrijding. Een beweging die ver voor Hem al begonnen is en ver na ons
door zal gaan.
Hij straalt het uit: Welkom! Jij, jij, U, ik
onvoorwaardelijk. Wie je ook bent, wat je ook met je meesleept, hoe vol
vreugde je bent of hoe aarzelend of gesloten je ook geworden bent. Hoe
gelukkig je bent of hoe je ook worstelt met jezelf, met de ander, met de
oordelen van de omgeving , hoe je ook bent : Welkom!
Het feest
wacht. De voorbereidingen hebben de stad in beroering gebracht. We zijn
ook moeite tegengekomen, verzet, reserves bij anderen, bij onszelf. De
deur dicht, de deur op een kier, de deur wijd open.
Hier in de kerk,
waar we dag beginnen worden we uitgenodigd gasten te worden aan de tafel
van de liefde, bij brood en druivensap. Onszelf op onze beurt mee te laten
nemen in die beweging van liefde en bevrijding, waartoe Jezus ons
uitnodigt. Onszelf toe te vertrouwen aan de omkering, waarin we van soms
ongewenste gasten, gewenste gasten worden en op onze beurt gastvrouw en
gastheer voor al wie vandaag op onze weg komt.
De druiven zijn geperst,
het graan is gemalen.
Teken daarvan, dat er geen liefde is zonder pijn.
Zelfs, nee misschien wel juist, de pijn van ons leven, wordt door Jezus
omgekeerd in liefde. De put die toch een bron is…
Niets staat er
meer tussen jou en de liefde van God, niets staat er meer tussen jou en de
ander.
Kom in vrede: Welkom!\
Amen