13e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Volledig verzorgde reizen bestonden er nog niet in de dagen van Elisa. Er waren geen hotels, nauwelijks een herberg en dus waren reizigers volledig aangewezen op de gastvrijheid van anderen. Een deugd die vandaag de dag in het Oosten nog heel hoog staat aangeschreven. Mensen die ooit in Turkije zijn geweest, weten allemaal te vertellen hoe hartelijk en gastvrij de mensen daar zijn. Toen ik er was - vertelde me een jonge vakantieganger - heb ik me wel eens stiekem geschaamd voor de manier waarop wij thuis met Turken omgaan.

De Bijbel leert ons vandaag gastvrij te zijn. Echt gastvrij en dus niet alleen voor goede bekenden, mensen uit eigen kring, maar ook voor mensen die niet ‘van onze kleur zijn’. De Bijbel zegt vandaag dat als je je openstelt voor de vreemde, als je toelaat wie en wat onbekend is, dat God je dan zal lonen.

De lezing uit het Oude Testament vertelt ons hoe een echtpaar in Sunem ruimte maakt in hun huis en gastvrijheid biedt aan de profeet Elisa, de opvolger van Elia.

Profeten staan soms in hoog aanzien. Ze geven leiding aan het volk. Ze houden de moed erin als de tijden slecht zijn en ze nemen het dikwijls op voor de minst draagkrachtigen. Daarom worden ze gerespecteerd. Tenminste, zolang ze aan de kant van het volk staan. Maar stellen ze zich op tegenover het volk, zeggen ze de mensen wat er aan de samenleving mankeert, als ze de dingen bij hun naam noemen en schuldigen aanwijzen, dan is hun populariteit gauw over en worden ze de gebeten hond. Dan willen ze die mannen met al hun kritiek wel kwijt.

Wie dus zo’n profeet opneemt in huis kan zelf ook verdacht gemaakt worden. Maar de vrouw in Sunem en haar man nemen die vreemde vogel in huis; ze zijn gastvrij, nemen het risico en… God beloont hen met een kind.

In de geschiedenis van het christendom kreeg de gastvrijheid gestalte in de gastenverblijven van kloosters, in hospitalen en gasthuizen, waar zieken, zwervers en pelgrims werden opgeno-men. Tot op heden heet gastvrijheid een van de werken van barmhartigheid. Maar hoe staat het daar dan mee bij ons?

Staat ons huis, of wat zeker zo belangrijk is, staat ons hart open voor wie anders is en niet bij ons kringetje hoort. Hoe staan we tegenover mensen die anders gekleurd, getaald zijn, anders geaard? Zitten we achter de deuren van ons eigen denken en doen opgesloten als een stelletje kortzichtige eigenheimers, die geen inbreuk willen op wat we ons eigen terrein zijn gaan vinden.

Toen Jezus optrad, vond de gevestigde orde, met name de wetgeleerde traditionalisten, die man en zijn denken een bedreiging, hij wilde te veel nieuws.

Maar zijn antwoord daarop was: Wie zijn vader en moeder - dat wil zeggen zijn eigen huis en haard, eigen denken en doen -niet durft loslaten, kan nooit mijn leerling worden.

Christenen moeten, net als dat paar in Sunem, risico’s durven nemen en openstaan voor allerlei mensen en meningen, gastvrijheid geven aan diverse kleuren en culturen… en al wat klein en weerloos is in bescherming nemen.

‘Wie een van deze kleinen, al was het maar een beker koud water, te drinken geeft, zal zijn loon niet ontgaan’, belooft Jezus.

Zoeken in Preken Online