Beste collega’s,
in bijlage twee liturgische en preeksuggesties voor de dertiende zondag van het jaar A - dat is het weekend van 25 en 26 juni eerstkomend.
Met name dan bij de eerste lezing uit 2 Koningen 4, dat prachtige verhaal over de ‘vreemdeling’ die herhaaldelijk op bezoek komt bij een welgestelde vrouw uit Sunem - en die tenslotte een ‘Profeet’ blijkt te zijn (dat wil zeggen: iemand die ons namens Gods iets te zeggen heeft) én die deze vrouw (dat zijn wij: onze moeder de Heilige Kerk die misschien naar buitenuit nog steeds welgesteld lijkt, maar nu reeds een hele tijd lijkt te treuren om het grote gemis, en voor velen - ook in eigen kring - compleet zonder toekomst lijkt…) omwille van haar gastvrijheid en openheid voor de vreemde toezegt dat ze binnen een jaar een zoon zal krijgen (dat wil zeggen: op een heel onverwachte manier vruchtbaar zal blijken te zijn…)
-
er is het ‘Bezinnend samenzijn’ dat ik uitschreef voor de Maandbrief van de Gezinsgroepen (zie ook www.gezinsgroepen.be onder de rubriek Toverhoed - Bezinnend samenzijn)
-
er is de bijdrage die ik schreef voor de de bundel ‘Aan één tafel - samen toekomst vieren’ , een uitgave indertijd van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) - kan nog altijd besteld worden: 6,80 Euro -
Misschien in extremis en met enige terugwerkende kracht nog een kans om in de weekendliturgie iets te doen rond Wereldvluchtelingendag - dat is: nu maandag 20 juni 2011…
Met hartelijke groet,
Geert Dedecker
KMS West-Vlaanderen
Verantwoordelijk priester voor de Gezinsgroepen
MAAK EEN KAMERTJE VRIJ
VOOR DE PROFEET …
-
Een suggestie vóóraf voor het decor : men kan in het koor van de kerk of gebedsruimte de kinderen en jongeren een HUIS laten bouwen (in karton bv.), een huis dat het huis van ieders leven voorstelt. Midden in het huis is één kamertje vrij gelaten. Dat is het kamertje voor de profeet, de vreemde, onverwachte gast.
-
Vlakbij de altaartafel staat ook gedurende de hele viering nadrukkelijk een LEGE STOEL, zoals de Joden vanouds doen bij hun Paas-maaltijd. De profeet Elia wordt immers door hen nog altijd terug verwacht. De lege stoel op het joodse Paasfeest is de permanente herinnering voor de hele gelovige gemeenschap om de plaats voor de vreemdeling open te houden.
Zonder die stoel wordt deze viering alleen maar een gebeuren van “ons kent ons”, van gezellige, exclusieve intimiteit ten koste van de vreemde.
Een gedekte (altaar)tafel en een lege stoel : meer heeft een mens niet nodig.
Meer heeft God niet nodig. Geen grote tempels als paleizen in het machtscentrum van het land, maar een bescheiden plekje om bij zijn volk te kunnen wonen : een dak-kapelletje, een loofhutje, een tent…
De vreemde gast, de profeet, God zelf is rusteloos op zoek naar een plekje om te wonen.
En we weten : God woont daar waar de mensen hem toelaten…
-
Wanneer op Pasen in de joodse huiselijke kring het Sedermaal (dat is de gedachtenis van de bevrijding uit het slavenhuis) wordt gevierd, staat er op tafel ook altijd EEN VOLLE BEKER WIJN voor de profeet Elia. Teken van verbondenheid, bereidheid om met élke gast te delen.
-
En gedurende het Paasmaal zet men altijd ook DE DEUR van het gebouw waar men samenkomt OP EEN KIER.
Want wie weet … komt de profeet Elia niet uitgerekend vandaag op bezoek !
De voorganger kan misschien bij het begin van de viering aan een kind vragen om de grote kerkdeur op een kier te zetten (steek er iets tussen, zodat ze de hele viering op een kier blijft staan !).
Misschien komt er vandaag wel Hoog Bezoek !
In elk geval : ieder die hier aan komt kloppen mag weten dat hij of zij hier is verwacht…
- Verwelkoming en inleiding op het thema.
Goede mensen,
van harte welkom in deze viering !
God zelf is het
die ons vandaag hier welkom heet
in Zijn gastvrij huis.
Hij is het die steeds weer
mensen aan mensen toevertrouwt.
En terwijl wij ons druk maken
om Hem een plek te geven
in ons bestaan,
of dat niet meer doen
en zeggen dat we Hem
soms niet meer zo zien zitten,
zit Hij zelf neer
op onze drempel
en vraagt ons
als een mens op de vlucht
om asiel,
om bad en bed,
om werk en brood,
om mensenrecht.
Hij is iedere man en vrouw
die geen land,
geen huis,
geen eten en drinken heeft,
en Hij fluistert ons in :
alwat je hén doet,
heb je mij gedaan;
alwat je hén onthoudt,
heb je mij onthouden.
Hij komt ons tegen
van dag tot dag
als iemand die ons nodig heeft,
die klopt aan onze deur
om brood en beker,
om recht van bestaan.
Hij is er meestal onverwacht,
op altijd ongelegen tijden,
en hoopt dat wij
onze deur niet sluiten,
maar open staan voor Hem.
Hij overvalt ons soms in de nacht
en hoopt dat wij
gastvrij zullen zijn,
niet wetend wie wij herbergen :
gewoon een mens als wij,
een engel, een profeet
of Hemzelf incognito…
Hij nodigt ons hier
vandaag aan tafel
en doet het ons nog eens voor :
hoe wij ons leven
moeten breken en delen
met en voor elkaar.
Hij is vandaag Gastheer en Gast tegelijk:
de Ongeziene,
ons altijd rakelings nabij.
- Laten we een lied zingen om te beginnen.
ZOMAAR EEN DAK
- een lied over de plaats waar wij bijeengekomen zijn.
Zomaar een dak boven wat hoofden
deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen
speurend naar hoop en dageraad.
Huis dat een levend lichaam wordt
als wij er binnen gaan
om recht voor God te staan.
Woorden van ver, vallende sterren
vonken verleden hier gezaaid.
Namen voor Hem, dromen, signalen
diep uit de wereld aangewaaid.
Monden van aarde horen en zien,
onthouden, spreken voort
Gods vrij en lichtend Woord.
Tafel van Een, brood om te weten
dat wij elkaar gegeven zijn.
Wonder van God, mensen in vrede,
oud en vergeten nieuw geheim.
Breken en delen, zijn wat niet kan
doen wat ondenkbaar is,
dood en verrijzenis.
- Gebed om vergeving
V :
Laten we ons eerst even bezinnen,
nadenken over onze eigen houding
en God vragen om vergeving en bekering.
Dan pas kan er vrede groeien in ons hart.
L. 1 :
Ze staan aan de deur van het rijke Westen,
ze kloppen aan, ze dringen aan, de vluchtelingen zonder have en goed,
die het laatste stukje veiligheid, het kleine restje bezit,
hun eigen gezin en familie hebben verlaten
om hier bescherming te zoeken.
L. 2 :
We denken : hoeveel komen er bij ons binnen?
We vragen ons af welke gevolgen dit voor ons heeft
en hoe ons land er met die ‘indringers’zal uitzien.
Maar … we vragen ons niet af wie zijn ze? Wat hebben ze doorgemaakt?
Hoe erg was het voor hen dat ze alles verlaten hebben?
Allen :
NOG ALTIJD BEGRIJPEN WE NIET DAT GIJ, HEER JEZUS,
IN DE ARME, DE BEHOEFTIGE, DE VLUCHTELING TE VINDEN ZIJT.
VERGEEF ONS HEER.
L. 1 :
We houden onze grenzen zoveel mogelijk gesloten
en we kijken naar onze samenleving daarbinnen,
hoe we alles zelf verdiend hebben - denken we -
hoe we alles zelf gepresteerd hebben - denken we -
hoe alles van ons is - denken we -
L. 2 :
En we begrijpen niet dat dit niet onze verdienste is,
dat we toevallig in een rijk land leven,
dat we toevallig in een vruchtbaar land leven,
dat we toevallig in een land zonder oorlog leven,
een land waar je je mening mag zeggen.
Allen :
NOG ALTIJD BEGRIJPEN WE NIET DAT WE DE WERELD UIT GODS HANDEN KREGEN EN DAT WE DIE MET IEDEREEN MOETEN DELEN.
VERGEEF ONS HEER.
- Heer ontferm u
Hier kan bijvoorbeeld gezongen worden (of beluisterd op CD)
het lied “ Hoor ons “ uit Zuid-Afrika.
(Nr. 14 op de CD “ Nkembo “- vijftien Afrikaanse religieuze liederen” verkrijgbaar bij Broederlijk Delen).
“ Hoor hoe wij u roepen.
Hoor hoe wij u roepen.
Uw naam : onze toevlucht als wij tot u roepen.
Hoor ons ! Hoor ons ! Hoor ons ! Hoor ons !”
- Openingsgebed
God, Uw zoon heeft ons gezegd :
in het huis van Mijn Vader zijn er vele woningen,
is er plaats voor velen.
Wij bidden voor alle mensen,
maar vooral voor hen,
die op dit uur zoeken naar een handjevol geluk.
Onze aandacht gaat
naar al wie geen vrede en geen hoop kent,
naar al wie geen veiligheid heeft en geen thuis.
God, Gij roept ons vandaag op
om in ieder mens die bij ons aanklopt
Uw uitnodiging te zien om U gastvrij
in ons huis en in ons hart te ontvangen.
Geef ons nu de moed
om daarover te durven nadenken . Amen.
- Eerste lezing
M A A K E E N K A M E R V R I J
I N J E H U I S E N I N J E H A R T .
L A A T A N D E R E N W O N E N
I N J E V R I E N D S C H A P ,
J E Z A L O N T V A N G E N
I N O V E R V L O E D …
De eerste lezing leert dat wie gastvrij is voor een ander, ook in nood vriendschap en steun terugkrijgt in overvloed. Hou een kamer vrij in je huis en in je hart, laat er mensen thuiskomen, en je zal zelf altijd welkom zijn bij heel veel vrienden.
Deel van het weinige dat je hebt, en het zal je nooit aan iets ontbreken …
Op zekere dag kwam Elisa langs Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw,
die hem met aandrang uitnodigde, bij haar te komen eten.
En iedere keer dat hij in het vervolg daar in de buurt kwam, ging hij daar eten.
Daarom zei de vrouw tot haar man : “ Luister eens, ik heb gemerkt dat de man die altijd bij ons aankomt, een heilige man Gods is. Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten; als hij dan bij ons aankomt, kan hij daar zijn intrek nemen.” Toen Elisa er dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en er zich te ruste leggen.
Op een keer deed de vrouw een beroep op Elisa en zei : “ Uw dienaar, mijn man, is gestorven; u weet dat hij een godvruchtig man was. Nu is de schuldeiser gekomen om mijn twee kinderen als slaven mee te nemen”. Elisa vroeg haar : “ Wat kan ik voor u doen?
Vertel mij eens : wat hebt u in huis? “ Zij antwoordde : “ Uw dienares heeft niets anders in huis dan een kruik olie. “ Toen zei hij : “ Ga bij uw buren vaten lenen, lege vaten, en vooral niet weinig. Ga dan naar huis, doe de deur achter u en uw zonen op slot; giet dan olie in al die vaten en zet de volle opzij. “ Zij ging heen en deed de deur achter zich en haar zonen op slot.
De jongens brachten haar de vaten aan en zij goot er olie in.
Toen alle vaten vol waren, zei ze tot haar zoon : “ Breng me het volgende vat.”
Maar hij antwoordde : “ Er zijn er niet meer.” Toen hield de olie op te vloeien.
Zij ging het vertellen aan de man Gods en deze zei : “ Ga de olie verkopen en betaal uw schuldeiser; van het overschot kunt u met uw zonen leven.”
( fragmenten uit 2 Koningen 4)
Indien het decor is aangebracht zoals vooraan is gesuggereerd, kan de voorganger of begeleid(st)er van de kinderen en jongeren dat decor nu toelichten.
- Tussenzang
RIEN NE CHANGERA
Rien ne changera sur la terre des hommes, Je spreekt van hem die immigreerde,
si la justice meurt entre nos mains. die zijn eigen streekk verlaten moest.
Il nous sera vain de parler du Royaume Maar zag je hier reeds, voor je deur,
si la richesse encombre nos chemins. De mens die niets meer heeft?
Niets zal veranderen Tu parles du commandé, là-bas,
in de wereld van de mensen que les tyrans font disparaître;
als de gerechtigheid in onze handen sterft. Mais à ta porte, n’oublie pas
Tevergeefs zullen wij celui qui ne dit rien !
van het Koninkrijk spreken
als onze rijkdom ons belet te gààn. Je spreekt van hem die veroordeeld werd,
die door tirannen uit de weg werd geruimd.
Tu parles de l’affamé, là-bas, Maar zag je hier reeds voor je deur,
que défigure la misère, de mens die nooit iets zegt?
mais à ta porte, n’oublie pas
celui qui meurt de faim ! Tu parles de l’ opprimé, là-bas,
qui doit se soumettre et se taire;
Je spreekt van wie honger lijdt, mais à ta porte, n’oublie pas
van wie kapot gaat van miserie. Celui qui n’est plus rien !
Maar zag je hier reeds, voor je deur,
de mens die honger lijdt? Je spreekt van hem die verdrukt wordt,
die zich moet onderwerpen, en zwijgen.
Tu parles de l’immigré, là-bas, Maar zag je hier reeds, voor je deur,
qui doit quitter son coin de terre; de mens die niet meetelt?
mais à ta porte, n’oublie pas
celui qui n’a plus rien !
- Evangelielezing
Uit de blijde boodschap zoals die is neergeschreven door Lukas, hoofdstuk 11, 5 -13.
Op een keer zei Jezus tot zijn leerlingen :
‘Veronderstel dat je een vriend hebt. Midden in de nacht ga je naar hem toe en vraagt : ‘Hee vriend ! Wil je me drie broden lenen? Een andere vriend van me is van de reis bij me komen binnenvallen en ik heb niets om hem voor te zetten.’
Zal die vriend je vanuit zijn huis toeroepen : ‘ De deur is al op slot ! Mijn kinderen en ik liggen al in bed ! Ik kan niet meer opstaan en je het nodige geven’?
Ik zeg jullie maar : als hij niet opstaat en het nodige geeft omwille van de vriendschap, zal hij opstaan en het geven omdat zijn vriend zo vrijpostig is . Dus :
Vraag
en God zal je geven.
Zoek
en God zal je doen vinden.
Klop
en God zal voor je opendoen.
Al wie vraagt, krijgt.
Wie zoekt, vindt.
Wie klopt, voor hem wordt opengedaan.
Welke vader onder jullie zal aan zijn zoon die om brood vraagt, een steen geven?
Of een slang, als hij om vis vraagt? Slecht als jullie zijn, geven jullie je kinderen
goeie dingen … hoeveel meer zal dan je Vader die God is, zijn geestkracht geven aan wie er om vraagt !’
( Uit O. Van Outryve - Bijbel voor de jeugd, N.T.).
-
Homilie
-
Geloofsbelijdenis
Ik geloof in Hem die heet Ik geloof in zijn Geest,
“ Ik zal er zijn voor allen, die ook vandaag mensen bezielt en aanzet
niemand uitgesloten “ om zijn manier van leven
Hij is de kern, tot de hunne te maken,
de Bron van onze solidariteit. en de weg te gaan van breken en delen,
Op Hem wil ik mijn inzet afstemmen van goedheid en verbondenheid,
en zijn Naam maken van recht en vrede,
tot de rode draad van mijn leven. altijd weer ten bate van de minsten.
Ik geloof in Jezus,
het levende verzet tegen iedere uitsluiting.
In Hem heeft onze God Ik geloof in Hem die heet
handen en voeten gekregen. “ Ik zal er zijn voor u “,
In Hem is zijn Naam en ik weet :
werkelijkheid geworden. Hij is te doen.
Ik geloof dat Hij niet vergeefs heeft geleefd
en niet vergeefs is gestorven, Amen.
maar dat Hij elke dag opnieuw verrijst in mensen
die vandaag
zijn solidariteit met de uitgeslotenen belichamen.
- Voorbeden
Telkens te beantwoorden met het refrein :
“ Omdat Gij het zijt,
groter dan ons hart,
die mij hebt gezien
eer ik werd geboren …”
Bidden wij om een open geest
en een ruim hart.
Dat wij benieuwd blijven
naar het wel en wee
van mensen om ons heen,
begaan met het lot
van de beproefden,
en bovenal gastvrij
voor mensen die uit eigen huis
en uit hun land verdreven zijn.
Laat ons bidden …
Bidden wij
om creativiteit in het ontdekken
en helpen van elkaar.
Dat wij onze fantasie
niet uitleveren aan alleen maar
zorg voor eigen veiligheid,
maar onze zinnen blijven zetten
op ontmoeting, inleving
en betrokkenheid;
dat vreemden worden tot vertrouwden,
dat mensen van ver zullen worden
tot vrienden van dichtbij.
Laat ons bidden …
Bidden wij
om levenskunst,
om de gave van het kunnen genieten
van eten en drinken,
van vriendschap in en rond
ons eigen wonen,
want alleen die eet en drinkt
en weet van wonen,
kan gastvrijheid tonen,
de deur van hart en huis
voor een ander open houden.
Laat ons bidden…
Bidden wij
om een gezond en heilzaam heimwee,
niet naar het verleden,
maar naar de toekomst.
Dat wij ons niet vergapen
aan wat vroeger was,
maar dat wij uitzien naar wat er
in Godsnaam kan komen :
verzoening in plaats van wraak,
vertrouwen in plaats van achterdocht,
wonen in plaats van vluchten,
vrede in plaats van telkens weer geweld.
Laat ons bidden…
ofwel :
Laten we bidden tot God,
in wiens huis plaats is voor velen.
Om huizen waarin jong en oud
op elkaar betrokken zijn
in wederzijdse aanvaarding,
behulpzaamheid en bemoediging.
Om huizen met open deuren naar de omgeving,
haarden van gastvrijheid
en schuilplaatsen voor de mensen
die van huis en haard zijn verjaagd.
God, Gij kent de behoefte van mensen
aan geborgenheid en veiligheid.
Verhoor onze gebeden
en help ons huizen te bouwen
waarin uw koninkrijk gestalte krijgt.
Help ons
om van deze wereld
een huis te maken
waarin plaats is voor zeer velen.
Amen.
Aanbrengen van de gaven.
Als overgang naar de Tafeldienst kan men door enkele kinderen de kern-symbolen laten aanbrengen van wat “je - leven - delen” is : brood en wijn, en licht (een lamp voor op het tafeltje van de profeet !), dé tekens bij uitstek waarin de Profeet Jezus bij ons wil wonen; dé tekens waarin Hij ons leert hoe je je leven delen kan met elke gast die aanklopt aan jouw deur.
Dat sluit dan weer heel goed aan bij het lied dat we nu gaan zingen :
“ Lied van het gastrecht “.
- Offerandelied
LIED VAN HET GASTRECHT
t. Jan van Opbergen /m. ‘ Wie heeft zijn geld verloren’ (Z. J. 574.)
Houd in je stad, je huis en haard,
in heel jouw eigenheid,
een plaats van welkom open
voor wie er honger lijdt.
Wees voor je naaste op de vlucht
een waarlijk toevluchtsoord.
Door hem de deur te wijzen
verzaak je aan Gods woord.
Deel mee van alles wat je hebt,
doe wel en zie niet om.
Vermoed in al wie aanklopt
God zelf die zegt : ‘ Ik kom’.
Keer naar de chaos nooit terug,
die tijd van steen en brood,
van huis en hart gesloten -
dat wordt pas echt jouw dood.
- Gebed over de gaven.
Heer onze God,
in mensen komt Gij ons tegemoet,
in hun gelaat kunnen wij U herkennen.
Wij zetten alvast wat brood op tafel
en een beker met wijn.
Want iedere vreemdeling die bij ons binnenkomt
kan Uw profeet zijn,
een engel, een boodschapper
die zegt dat Gij nog altijd op zoek zijt
naar een plek om bij de mensen te wonen.
Wij willen daarom delen
al wat wij hebben en zijn
en zo samen werken
aan een wereld waar ieder mensenkind
kan thuiskomen en geborgen zijn. Amen.
Tafelgebed
Wat in hoofdletters afgedrukt staat is om samen te bidden.
Schepper en bevrijder,
Roepkracht in ons midden,
wij danken U.
GIJ DIE ONS AANROEPT EN
WAKKER HOUDT,
ZODAT WIJ NIET INSLAPEN BIJ HET
BEETJE LEVEN
DAT WIJ VOOR ONSZELF
VERWORVEN EN BEVOCHTEN
HEBBEN.
GIJ DIE ONS DE SCHELLEN VAN DE
OGEN,
DE EELT VAN ONZE HARTEN
HAALT,
OPDAT ONS DROMEN NIET
VERSTOMT EN ONZE LIEFDE
NIET VERKILT.
OPDAT WIJ DE VERWONDERING EN
DE ONTZETTING
VAN HET LEVEN NIET PRIJSGEVEN.
Gij die ons de smaak van het leven
hebt gegeven :
Vrijheid, vrede, liefde en geluk.
Die ons voedt met het brood dat onze
honger naar vrede sterker maakt.
Die ons de beker reikt van steeds weer
dorsten naar gerechtigheid.
Gezegend zijt Gij, Schepper en Bevrijder,
Roepkracht in ons midden.
Gij die herkenbaar werd in Jezus
Christus.
Hem willen we hier bij name noemen,
al was het maar om niet te vergeten
alles wat Hij deed
en alles wat Hij was en wie Hij blijft
voor ons
ALS OOIT IN IEMAND ZICHTBAAR
WERD WIE GIJ VOOR ONS ZIJT,
DAN WAS HET IN HEM.
ALS HIJ VANDAAG NOG VERDER
LEEFT, DAN IS HET IN ONS
EN IN ONZE GEMEENSCHAP VAN
BREKEN EN DELEN,
NAAR HEM GENOEMD, DOOR HEM
GEZONDEN,
OM OOK VANDAAG TE DOEN WAT
HIJ ZOU DOEN.
Hem willen we bij name noemen :
Jezus, Zoon van mensen,
mensgeworden liefde van God.
Gekruisigd door de machten,
gestorven, maar levend voorgoed.
Bezieling, kracht en richtsnoer voor ons
leven.
Die avond vlak voor zijn dood, vatte Hij
zijn leven samen.
Toonde wie Hij was en wie Hij blijven
wou voor ons.
Hij nam het brood in zijn handen, brak
het en verdeelde het onder zijn
vrienden, en zei :
“ Neem van dit brood en eet ervan.
Dit is mijn Lichaam, mijn leven,
Mezelf aan u gegeven. En doe dat ook.
Hij nam de beker met wijn in zijn
handen, dankte en zei :
“ Dit is de beker met mijn Bloed,
Mijn Leven voor u uitgedeeld.
Drink ervan en doe dat ook.
In uw breken en delen blijf ik leven in
uw midden.
DAAROM BIDDEN WIJ U :
BEZIEL ONS MET ZIJN GEEST EN
MET GEEN ANDERE :
DAT WIJ VANUIT ZIJN INSPIRATIE
WETEN WAT RECHT IS.
DAT WIJ MIDDEN DE
ONTMOEDIGING DE FANTASIE
BEWAREN
EN WEGEN BLIJVEN VINDEN NAAR
DE NIEUWE TOEKOMST
DIE GIJ ONS IN HANDEN HEBT
GEGEVEN.
DAT ONZE HAND NIET SLAAT , DAT
ONZE MOND NIET VERRAADT,
DAT WIJ GEEN MENS
VERLOOCHENEN.
En dat wij niet vergeten hen die op ons
blijven rekenen;
zij van wie wij houden en zij van wie wij
nog niet genoeg houden.
DAT WIJ NIET VERGETEN HEN DIE
NAAST ONS STAAN,
ONS VOORGAAN EN BEMOEDIGEN,
EN HEN MET WIE WIJ SAMEN OP
WEG ZIJN
NAAR MENSELIJKER SAMENLEVEN.
DAT WIJ EVENMIN VERGETEN HEN
DIE VAN ONS ZIJN HEENGEGAAN
NAAR U :
DAT ZIJ ONS BLIJVEN SPREKEN,
ONS VERDER OPROEPEN
EN INSPIREREN, OOK NU ZIJ
GESTORVEN ZIJN.
Beziel ons met uw Geest en met geen
andere.
Dat wij elkaar bewaren, verdragen en
voortstuwen
in de richting van menswaardigheid.
Dat wij niet wijken voor macht en
eigenbaat.
Dat wij waakzaam zijn om de tekenen
van hoop te zien.
Dat wij zelf voor mens en wereld zo’n
teken mogen zijn.
DOOR HEM EN MET HEM EN IN HEM
ZAL UW NAAM GEPREZEN ZIJN,
HEER, ONZE GOED,
ALMACHTIGE VADER, IN DE
EENHEID VAN DE HEILIGE GEEST,
HIER EN NU EN TOT IN EEUWIGHEID.
Amen.
- Onze Vader.
Hier kan misschien gezongen worden (of beluisterd op CD) het
“ Onze Vader “ uit Zimbabwe, nr 11 op de CD : “Nkembo - vijftien Afrikaanse religieuze liederen ; verkrijgbaar bij Broederlijk Delen.
Onze Vader
Vader van ver en vader van dicht,
uw heilige naam grondvest het rijk ;
uw droom wordt in ons voedsel en licht,
een teken voor tijd en eeuwigheid;
deelbaar aanwezig, breekbaar als brood :
uw liefde is altijd om ons heen;
niemand verworpen, niemand monddood:
uw weg is een weg voor iedereen;
wees onze toekomst, roep ons tesamen
wees onze vader. Amen.
-
Vredeswens
-
Communie
Alleen het brood dat we samen delen, voedt.
Alleen het water dat we samen drinken, lest onze dorst.
Alleen de strijd die we samen voeren, brengt bevrijding.
Alleen de kleren die we samen delen, maken mooi.
Alleen de woorden die we samen vinden, zijn verstaanbaar.
Alleen de weg die we samen gaan, heeft een doel.
Alleen het doel dat we samen stellen, is bereikbaar.
Alleen de vrede die we samen maken, wordt wereldwijd.
Alleen de uitsluiting die we samen bestrijden, is overwinbaar.
Alleen de kansen die wij voor allen scheppen, zijn genietbaar.
Alleen de uitgeslotenen die wij samen opnemen, komen thuis.
Alleen de armen die wij zelf opzoeken, bekeren ons voorgoed.
- Communielied
KOM IN MIJN KLEIN BESTAAN
(melodie : God die ons heeft voorzien - Z.J. 531)
Kom in mijn klein bestaan, ga niet mijn deur voorbij.
Breng licht en warmte aan, maak mij van doodsangst vrij.
Ontdooi mijn binnenkant, mijn ingevroren geest
en schep een nieuw verband, zodat mijn ziel geneest.
Kom in mijn kleine droom, verbreed mijn horizon,
dat ik niet langer schroom te zien naar mensen om.
Genees mijn angst voor pijn, mijn vrees voor zelfverlies,
zodat ik mens kan zijn en voor de minsten kies.
Kom in mijn klein geloof, vernieuw mijn fantasie,
dat ik uw toekomst loof, steeds nieuwe kansen zie.
Zodat ik verder leef voor vrede mettertijd
en mij uit handen geef om uw gerechtigheid.
- Slotgebed (samen)
Gij die altijd zijt
en ons beschermt en draagt
wees bij ons.
Dat wij Uw adem voelen
in woorden die verlichten,
gedachten die bevrijden.
Schenk ons verbondenheid,
een vriendenhand op ieders schouder.
Doe ons gemeenschap zijn
die leven geeft,
die warmte biedt,
ontbolstert en geestdriftig maakt.
Dat wij de echte vragen niet ontwijken
en geloviger worden door en met elkaar.
Geef ons een open blik,
dat wij geen ghetto zijn
maar een huis met vele deuren.
Gij die ons roept
en Jezus aanreikt als de Weg,
leer ons te leven zoals Hij. Amen.
- Zegenwens en Zending.
Zoveel mensen op de vlucht, miljoenen ontelbaren. Gezegend zijn de huizen,
Zoveel mensen bedreigd. waar mensen niet alleen maar leven
Zoveel mensen uit hun huizen opgejaagd. voor zichzelf,
maar leven delen met elkaar
Zoveel eenzaamheid en verborgen en met hen die aankloppen.
verdriet in de huizen van de mensen.
Zoveel huizen die geen thuis zijn. Gezegend zijn de handen van hen
die zorgvuldig doen wat nodig is.
Zoveel huizen waar mensen Gezegend zijn de handen van hen
niet op adem kunnen komen, die het eenvoudige doen
zoveel zoeken en verlangen opdat het leven leefbaar en menswaardig blijft.
naar een plaats om te huilen,
een plek om te schuilen. Gezegend zijn zij die innerlijke ruimte hebben
Zoveel zoeken naar ruimte om het verhaal te ontvangen
voor vreemde gasten, van wie gestrand zijn op de levensweg
verslaafden, verdrevenen, uitgejouwden. en zoeken naar een vreemd oor
om gehoord te worden.
Gezegend zijn de huizen, Gezegend zijn zij in de Naam van de Eeuwige,
waar de deuren niet gesloten blijven, die niet zal vergeten
waar brood en tijd gedeeld worden, wie vreemde gasten uitnodigt aan zijn tafel.
met wie ontredderd zijn,
zoeken naar rust en houvast. ( Marinus van den Berg)
Zegene ons dan onze God,
wanneer wij aan mensen in nood
een open huis en een open hart willen reiken
en wanneer we samen vechten
tegen de uitsluiting van zovelen
in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
- Slotlied
WONEN OVERAL
t. Huub Oosterhuis / m. ‘Suze Naanje’
Wonen overal nergens thuis,
aarde, mijn aarde, mijn moeders huis.
Vallende sterren, de schim van de maan,
mensen die opstaan en leven gaan,
mensen veel geluk.
Wonen overal even thuis
handel en wandel en huis na huis
loven en bieden op waarheid en waan
wagen en winnen en verder gaan,
mensen veel geluk.
Wonen overal bijna thuis
aarde mijn hemel mijn vaders huis
stijgende sterren de lach van de maan
mensen die dromend een stem verstaan,
mensen veel geluk.
ELEMENTEN VOOR HET OPBOUWEN VAN EEN HOMILIE
- Enkele tekstfragmenten uit Huub Oosterhuis : “ Van u is de toekomst, kome wat komt”.
De vreemdeling
‘ Hoor Israël. Hij - Alleen is onze God. Eén is Hij. Jij zult Hem liefhebben, jouw god, met heel je hart, met heel je ziel, met al je kracht’ ( Deut.6, vers 4-5).
‘ En nu, Israël, wat vraagt hij anders van jou, dan dat je hem kent
met ontzag en gaat op zijn weg; dat je hem liefhebt en volgt met je hart en ziel, al doende zijn woorden. Besnijd de voorhuid van je hart, en wees niet langer hardnekkig. Want die jouw god is, is de god der goden, heer der heren; boven alle machthebbers en onrechtbedrijvers is hij de sterke; de enige die ontzagwekkend is, niemand naar de ogen ziet, niet om te kopen; die recht doet aan weduwen en wezen; die liefde doet aan de vreemdeling, hem brood en kleding geeft.
Heb dan lief de vreemdeling, want zelf ben je vreemdelingen geweest in Egypte’ (Deut. 10, vers 12 e.v.).
Heb hem lief die jouw god is of, met andere woorden, heb lief de vreemdeling : dat heb je niet zelf bedacht, je keek wel uit; dat heb je gehoord, of je wilde of niet, eerst wilde je niet, toen heb je geluisterd.
Als je ‘ in contact ‘ komt met een vreemdeling, kan het je duidelijk worden hoe concreet de mogelijkheid tot liefde is, en wat dat behelst, ‘liefde doen’.
Liefde omvat recht en genade, rechtvaardigheid en ontferming.
Maar wat halen die uit zonder volharding? Wat heeft een vreemdeling, wat heb jij aan één moment van ontferming? Liefde omvat dus volharding, trouw.
Maar trouw vraagt om geduld. En geduld vraagt om tact.
Maar tact breng je niet op zonder hoop, de redelijke hoop dat al die liefdestactiek tot iets leiden zal. Dus behoort tot de liefde dat je een nuchtere taxatie maakt : wat kan ik aan, en wat heeft hij het eerst nodig, en hoe moet het dan verder; waar haal ik de tijd en het geld vandaan; waar zal hij zich veilig voelen, en hoe houden we het vol met elkaar - is het redelijk te denken dat het onmogelijke zal lukken? Dat zijn liefdesoverwegingen, zo vraagt en denkt het hart.
Heb lief de vreemdeling, die mens die ineens je pad kruist, zonder waarom, onoverkomelijk concreet, heb lief. Want als je in zo’n vreemdeling, tot wie je je niet aangetrokken voelt, je naaste herkent, dan mag je hopen dat je ook je vrienden, je geliefde, je kinderen en allen tot wie je je wèl voelt aangetrokken, als ‘naasten’ zult bejegenen en onbaatzuchtig, om niet, zult liefhebben.
Om te leren wat liefde is, moet je je wagen aan de moeilijkste liefde : de liefde tot de vreemdeling. Opdat de samenleving der mensen niet zal wegzakken in schijn-liefde, apen-liefde, bezitters-liefde, bloed-liefde, bloed-en-bodem-liefde, daarom wordt ons gevraagd de vreemdeling lief te hebben.
Dit woord is de kortste samenvatting, en de hevigste toespitsing, van de bijbelse levensleer.
Dit woord over de liefde tot de vreemdeling is geen bevel maar een voorbede, het smeekt ons. En het gaat ervan uit dat wij ons herkennen in de vreemdeling.
Het zegt : je bent toch zelf ooit een vreemdeling geweest, in een of ander angstland, in een of meerdere diensthuizen?
Ben je dat niet ? ‘ Daar heb ik nog nooit over nagedacht’, zeg je.
Denk je dan nu eens in : dat ze weg zijn, je vrienden, je geliefde, je kinderen, je ouders, allen die wij ‘onze relaties’ noemen-en wèg ook alle rechten, zekerheden en bezittingen die daarmee gegeven zijn.
Stel dat het jouw positie en ‘status’ was : vreemdeling, iemand dus die op genade en ongenade overgeleverd is in de handen van mensen.
Als het waar is wat in het bijbelse verhaal gezegd wordt aan alle mensen die ter wereld komen : dat zij de mogelijkheid tot liefde in zich dragen, dan is er dus hoop voor jou, als het ooit zover komt dat je niets meer bent dan ‘een vreemdeling op aarde’.
Hem, die jouw God is liefhebben en volgen is: zijn woorden liefhebben en doen : met heel je hart en intuïtie, met heel je ziel, binnenkant, adem, met alles wat onzichtbaar is, onschendbaar, onvervreemdbaar in je is : met al je kracht.
Heb lief deze woorden die een beroep doen op alles in je , op al je dromen en hartstochten, al het vurige en duistere in je. Dat alles wordt in de bijbelse levensleer niet verheerlijkt, niet ontkend, niet laatdunkend bejegend, en niet ontraadseld. Maar wel wordt er een richting aan je gewezen: laat het meewerken ten gunste van al die opgejaagden en verworpenen; moge al wat in je is je gevoeliger maken voor die ene vreemdeling die misschien ooit onverhoeds je naaste wordt.
- GASTVRIJHEID EN HAAR GRENZEN - Marcel Poorthuis.
Gastvrijheid ontstaat als de ander aan mijn deur klopt. Maar hoe staat het met die anderen die niet aan mijn deur kloppen? En als ze aan mijn deur zouden kloppen, zouden ze daarmee dan niet de gastvrijheid teniet doen? Gastvrijheid is immers begrensd, persoonlijk, onvoorspelbaar en beperkt van duur?
Het niveau van de politiek is precies daar relevant waar ik de andere mensen niet persoonlijk ken en ook de zorg voor de buitenstaander niet persoonlijk op me kan nemen.
De anonimiteit van de politiek is niet iets waarvan we ons walgend moeten afwenden, maar is de concrete mogelijkheid om de individuele barmhartigheid over te doen gaan in institutionele gerechtigheid. Barmhartigheid zonder gerechtigheid is naïef en onmachtig en leidt tot het onrecht van enkel liefdadigheid. Of is het geen onrecht als ik mij afzonder met enkele anderen die lijdend voorwerp worden van mijn goedheid, zonder dat ik acht sla op de mensen die ik niet persoonlijk ken?…
Omgekeerd bestaat het niveau van de politiek slechts bij de gratie van de persoonlijke bereidheid van mensen. Politieke en institutionele voorzieningen handelen anoniem en zien daardoor niet de concrete persoon. De mogelijkheid van onrecht en het voorbijlopen van de concrete mens dreigt permanent in het politieke handelen.
In dit licht is het merkwaardig dat asielplaatsen zoals die in bijbelse en middeleeuwse tijden bestonden tegenwoordig hun juridische status hebben verloren. Het is nu meer een kwestie van fatsoen dat kerkasiel wordt gerespecteerd dan van juridische verplichting.
Toch gaat het juist in kerkasiel om zoiets als de beveiliging van de politiek tegen haar eigen onrecht. Het asiel ofwel de vrijplaats creërt de persoonlijke aandacht die de politiek niet kan bieden, en de juridische adempauze die de wet niet heeft.
Het asielrecht steunt de rechtstaat door het recht tijdelijk op te schorten. Voorwaarde hiervoor is wel dat asielplaatsen geen permanente ontduiking van de wet beogen, maar tijdelijk en dat het gesprek met de politiek gehandhaafd blijft. Politiek is dus niet verrot of vies omdat het anoniem is : acties van kerken ten behoeve van asielzoekers, daklozen en anderen komen niet in de plaats van de politiek. Omgekeerd is de individuele inzet niet onbelangrijk ten opzichte van de politieke besluitvorming, maar vormt er juist het draagvlak van.
Gastvrijheid is niet iets vanzelfsprekends. We hebben te lang gedacht dat mensen vanzelf wel goed zijn, zich openstellen voor anderen en gastvrij zijn.
Humaniteit is echt niet vanzelfsprekend en evenmin aangeboren, maar vergt een voortdurende opvoeding. En daar nu ligt precies een wezenlijke taak voor religies.
Zodat mensen niet verharden (niet verstenen) in hun eigen woning of kiezen voor een realisme waarvan elke inleving in de ander ontbreekt. Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk.
- GASTVRIJHEID ALS BIJBELSE WAARDE.
Gastvrijheid is een waarde die ons in de bijbelse boodschap veelvuldig wordt voorgehouden. Uit het evangelie van Jezus klinkt de oproep : ‘Ik was vreemdeling, en jullie hebben Mij opgenomen’(Matteüs 25,35).
Vreemdelingen zijn in de Hebreeuwse Bijbel geziene gasten. Een Hebreeuws woord voor vreemdeling is ‘nochria’, van het werkwoord nachar, dat zien betekent. Een vreemdeling is iemand die gezien wordt, de (graag?) geziene …
In het leven en de leer van Jezus Christus staat steeds de ander centraal, en vooral degene die in nood is.
Wie slechts zichzelf zoekt, bevindt zich op een doodlopende weg. Maar als wij ogen, hart en handen openen voor de ander , en de moed kunnen opbrengen om onze veilige en beschermde wereld te verlaten, zullen ze werkelijk leven : ‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent’. De wijsgeer Levinas zegt ons : In de ogen van de ander lees ik : ‘Dood mij niet ‘, verleen mij gastvrijheid, en doe dat zonder te vragen naar mijn naam of achtergrond, en zonder daaraan enige voorwaarde te verbinden; daarin spreekt God mij aan. Het gelaat van de mens, van de vreemdeling, is de taal van God.
Zo komt tot mij wat Hij mij opdraagt.
Gastvrijheid is in de Schrift niet alleen maar iets dat de gelovige siert, zij is van de ware gelovige het wezenskenmerk, iets waarmee het geloof van de gelovige staat of valt. Wie zich afsluit voor de vreemdeling, sluit zich op in zelfgenoegzaamheid, in eigen gelijk, eigen volk, eigen vaderland, eigen kerk en vooral eigen bezit, eigen en nog eens eigen, tot hij er zonder toekomst in verstikt.
Om goed te weten, niet te vergeten, dat het gastrecht van de vreemdeling bovenaan moet staan in onze geloofspraktijk, staat met grote letters opgetekend in de Thora, in ons eigen Handvest van Bevrijding : ‘ Gij zult een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want zelf heb je als vreemdeling in Egypte gewoond!’
De herinnering aan het eigen vreemdeling-zijn is derhalve in onze geloofstraditie een blijvende stimulans en permanente oproep om zelf gastvrij en niet ontmoedigend te zijn tegenover vreemdelingen. Daarin karig en benepen worden, betekent karig en benepen worden in de belijdenis van ons geloof.
Sterker nog : de vreemdeling tekort doen komt in feite neer, zeker op termijn, op jezelf tekort doen, jezelf precies als gelovige verwaarlozen.
Daarom schreef Paulus destijds al aan de Hebreeën : ‘ Vergeet asjeblief de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd’.
Vreemdelingen zijn dus niet slechts welkome arbeidskrachten, maar engelen; vreemdelingen zijn geen vijanden, maar - en precies daarin zijn ze aan engelen gelijk - ook boodschappers, raadgevers, vernieuwers !
Jezus van Nazareth heeft als rechtgeaarde jood aan het gebod tot gastvrijheid geen jota of stip veranderd, integendeel, hij heeft haar geradikaliseerd. Hij zei tegen zijn volgelingen :
‘ Als je alleen je vrienden liefhebt, hoe kun je daarover Gods zegen verwachten?
Ook mensen die de verkeerde weg gaan, hebben hun vrienden lief. En als je alleen je weldoeners goed doet, hoe kun je daarover Gods zegen verwachten?
Zondaars lenen toch ook aan zondaars om evenveel terug te krijgen. Daarom zeg ik jullie : heb je vijanden lief…’
Die woorden van Jezus kunnen wij gerust uitbreiden tot de vreemdelingen, want die werden en worden, zeker als wij vergeten wie wij van huisuit zelf waren, maar al te vlug en hardnekkig beschouwd als onze potentiële vijanden, onze bedreigers, onze broodrovers, onze kultuurvernietigers.
Jezus was een Hebreeër . En Hebreeër betekent : de mens die van elders komt, die verder trekt, wiens leven bestaat uit reizen en trekken. ‘ De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen,’ zegt Jezus van zichzelf. In elke ontheemde en ontwortelde staat Jezus zélf voor ons.
‘ Ik ben een vreemdeling en gij hebt Mij gehuisvest.’ De Messias is de vluchteling die bij ons aanklopt…
- Nog wat ideeën her en der geplukt :
Asielzoekers
U kent wellicht de uitdrukking N.I.M.B.: Not in my Backyard. Toen er twee of drie jaar
geleden in Heidelberg vluchtelingen uit Roemenië en andere Oost-Europese landen neerstre-
ken, ging Heidelberg nog door voor een erg verlichte universiteitsstad. Er woonden veel
befaamde intellectuelen en veel studenten en niemand verbaasde zich erover dat Heidelberg in
de voorste gelederen te vinden was van de strijd voor rechten voor vluchtelingen, het toelaten van
asielzoekers, enzovoort. Op een gegeven moment besloot de gemeenteraad van Heidelberg, die
deze en soortgelijke humanitaire signalen goed dacht te hebben begrepen, vlak naast de universi-
teit een opvangcentrum voor twintigduizend vluchtelingen te bouwen. Waarschijnlijk waren
het toen dezelfde mensen die eerst hadden geijverd voor een ruimhartig toelatingsbeleid,
die nu een petitie tegen de komst naar een huisvesting in Heidelberg van zoveel vluchtelingen
tekenden. Zij voerden aan dat hun massale aanwezigheid het historische karakter van deze
oude stad wel eens zou kunnen aantasten, maar in feite kwam hun protest er natuurlijk op neer
dat ze overal mee akkoord gingen zolang het maar niet in hun achtertuin gebeurde.
Zygmunt Bauman - Uit ROODKOPER - september 1998.
ANGST VOOR HET VREEMDE
“ Momenteel zijn de grenzen door zoveel ontwikkelingen opengebroken dat de wereld een dorp geworden is. Toch moeten we vaststellen dat
veel mensen dat niet willen. Het gezegde ‘De wereld is ons dorp’ is vaak niet meer dan een huichelachtige slogan. Men wil de wereld helemaal niet in het eigen dorp laten binnendringen, uit angst voor het vreemde. Het was blijkbaar nooit anders.
Ook ik, als ik mijn deur opendoe als er gebeld wordt en er plots voor mij een zwarte mens staat, voel ik nog altijd een klein schokje : het is een andere. Mijn hart gaat dan wel open voor die mens. (…)
Dergelijke kleine ervaringen dwingen me iedere keer weer tot nadenken. Ik veronderstel dat in elke mens iets aanwezig is dat schrik heeft voor het vreemde.
Bij die weerstand tegen het vreemde komt nog de kloof tussen Noord en Zuid. Al wat uit het Zuiden komt, stoten we af. Wij zijn immers van alle volkeren de kampioenen geworden van het hebben, van het verwerven, van het produceren, van het beheren en beheersen.
De afwijzing van het anders-zijn gaat zeer zwaar wegen op de wereldgemeenschap. (…)
Ik ben ervan overtuigd dat racisme niet steunt op de liefde voor het volk en de taal van het vaderland, maar op de angst dat vreemden onze verworven posities zouden innemen.
We voelen ons bedreigd in onze materiële welstand.
PAULA D’ HONDT
“ Ik zou graag een keten van huizen zien ontstaan - en aangrenzend : opvanghuizen voor asielzoekers, gastverblijven, kloosters van de eenentwintigste eeuw, communauteiten waar ook ongewone, onmogelijke mensen kunnen wonen; samen met gewone, voor het snelle leven van de komende eeuw iets meer toegeruste mensen.
Zou graag een netwerk van huizen zien ontstaan waar het grote-’land-wij-mensen-alles voor allen’- verhaal wordt gelezen, gespeld, gezongen, ondervraagd, uitgelegd, betwijfeld, aangevochten, bepleit, en weer gezongen alsof het leven ervan afhangt.”
Uit Huub OOSTERHUIS :
“ Een huis waar alles woont “
‘Vluchtelingen en asielzoekers zijn vandaag net als de engelen uit
de bijbel. Het zijn boden uit een andere wereld die hier bij ons
komen vertellen hoe ze er dààr aan toe zijn. Ze komen met een
boodschap van Godswege, met een vraag en een appèl. Ze komen
ons ervan verwittigen dat het op deze planeet zo niet verder kan en
dat er dringend stappen moeten worden gezet naar een nieuwe
wereld-ordening, waar plaats en ruimte is voor menswording en voor
menswaardig leven.’
Engelen moet men welkom heten, zegt de Schrift.
Engelen moet men altijd zeer gastvrij ontvangen.
Engelen moet men onvoorwaardelijk binnenlaten in zijn huis en in
zijn hart.
Want zij hebben ons altijd iets te zeggen.
‘ Stel er wonen er tien miljoen
in deze grote stad, ze wonen in villa’s of ze wonen in gaten :
maar voor ons is er geen plaats, mijn lief, voor ons is er geen
plaats.
Wij hadden ook een land dat ons zo slecht niet leek,
kijk maar op de kaart, het ligt er nog steeds:
daar kunnen we niet meer heen, mijn lief, daar kunnen we niet
meer heen.
Op het kerkhof daar bloeit een oude iep
elk voorjaar weer opnieuw:
paspoorten doen dat niet, mijn lief, paspoorten doen dat niet.’
Uit : ‘Refugee Blues’
W.H. Auden, 1939
vertaald door Judith Herzberg en Ed Leeflang.
Laten we een hoekje vrijmaken voor wie nadert, Gasten en vreemdelingen
voor wie rilt van de kou en geen onderdak vindt. moeten een plaats hebben
in je koninkrijk.
Voor wie afkwam op het geluid van een lamp, Onthaal hen goed
op de verlichte drempel van dit ene huis. en laat hen hun taal en gewoonten behouden,
want zwak is het land dat slechts
En is hij doodop van angst en uitputting, één taal bezit en overal dezelfde gewoonten.
herhaal dan voor hem de helende woorden. Wees rechtvaardig en goed voor hen
die zich hier zijn komen vestigen.
Wat verlangt dit hart dat slechts uit zwijgen bestond, Behandel hen met welwillendheid
tenzij woorden die zowel teken als gebed zijn, opdat ze zich beter voelen bij jou
dan waar ook ter wereld.
En als een sprankel onverwacht vuur in de nacht,
en de glimp van een tafel in een schamel huis? Stefanus, Koning van Hongarije 11 de eeuw
( Yves Bonnefoy)
SUGGESTIES NAAR KINDEREN EN JONGEREN TOE
- Een verhaal om te vertellen en te spelen.
Wie geen dak heeft is hier welkom…
Het gebeurde in een ver land, in een stad hoog in het gebergte, in volle winter. Er was angst in de stad. De mensen wisten niet goed wat ze moesten doen. Uit het gebergte hogerop waren onheilspellende berichten gekomen. Er leefden daar honderden mensen zonder huis, soms in een tent zonder dekens. En het werd ‘s nachts bitter koud. Nu werden de mensen boos. “Waarom hebben wij geen huis? Waar het warm en gezellig is, waar de laden goed gevuld zijn met brood en kaas en vlees en melk? Waarom moeten onze vrouwen honger lijden?”, morden de mannen. “Willen wij naar de stad trekken en de mensen die daar wonen uit hun huizen verdrijven?”
Dat waren onheilspellende berichten. En de mensen uit de stad werden angstig. De burgemeester van de stad riep alle mensen samen. “Wat gaan we doen?” , vroeg hij gejaagd. “Laten we een muur bouwen om de stad”, jammerden de meesten. “Laten we met veel geld wapens kopen”, stelden sommigen voor. “Ja, we maken een leger om die armen te verdrijven”, opperden de leiders.
Maar er was een wijze man die zei: “Laten we in ieder huis de tafel groter maken en een kamer bijbouwen; in die kamer zetten we dan een warm bed en een kast vol brood en melk en vlees en kaas …”. Ja, dat vonden de mensen goed. Gejaagd begonnen de mannen te timmeren. En de tafels werden groter en aan ieder huis werd een kamer bijgetimmerd en een bed en een kast werden er in geplaatst. De vrouwen bakten brood en maakten kaas en ze maakten de bedden op. Toen het werk klaar was, riep de wijze man iedereen samen op het marktplein. Hij zei: “Maak een bord en schrijf er op: WIE GEEN HUIS HEEFT WORDT HIER VERWACHT! Steek iedere avond een kaars aan, zodat de mensen uit het gebergte dat kunnen lezen.”
Het was van toen af een vreemd gezicht. Zoveel kaarsen die elke avond brandden in de stad. En het werd nog kouder en de mensen in de bergen hadden nog meer honger. Op een nacht besloten zij naar beneden te gaan en de stad te plunderen. Maar toen ze beneden kwamen waren ze erg verwonderd: waarom al die lichtjes? En naderbij gekomen waren ze erg verrast. Ze lazen: Wie geen huis heeft wordt hier verwacht!
Wat nu? Eén onder hen waagde het. Hij klopte aan … Daar ging de deur wijd open en de mensen die er woonden zeiden: “Jij bent hier verwacht. Maar niet alleen jij. Ook je vrouw en kinderen”. De mannen uit de bergen gooiden al de knuppels die ze bij hadden op een hoop op het grote marktplein. Ze liepen naar de bergen om vrouw en kinderen. En toen ze weer beneden kwamen zagen ze op het marktplein een groot vredesvuur branden. Samen met de stadsbewoners gingen ze er rond zitten en ze gooiden de knuppels in het vuur. En het was daar één grote familie. En van die dag af was er vrede…
Je kan dit verhaal heel makkelijk spelen. Verdeel zelf de rollen - betrek er zoveel mogelijk kinderen en jongeren bij. Gebruik je verbeeldingskracht om het verhaal te actualiseren, te vertalen naar vandaag.
- Beluisteren van enkele liedjes op CD, met nabespreking.
Er zijn nogal wat goeie songteksten van bekende artiesten die de problematiek van vluchtelingen en vreemdelingen ter sprake brengen. Ga zelf maar eens op zoek, bijvoorbeeld in de plaatselijke mediatheek !
Enkele suggesties maar:
-
Bange blankeman - Willem Vermandere
-
Across the border - Bruce Springsteen
-
We willen ze niet - Robert Long
-
Onderweg - Willem Vermandere
-
The other side - Tony Joe White
-
De grote kuis - Walter De Buck
-
De figuranten - Stef Bos
-
De vluchteling - Willem Vermandere
-
Signalen - Herman van Veen
-
Settela - Robert Long
-
I’ll be home - Randy Newman
- Je eigen stamboom opstellen
-
Begin met het beluisteren van het liedje “Mijne stamboom” van Willem Vermandere, op zijn nieuwste CD “Onderweg”.
-
Probeer samen met je ouders, grootouders, familieleden,… jouw eigen stamboom eens in te vullen, zover als je in het verleden terug kunt gaan. Misschien hoef je dit werk niet te doen, omdat er iemand in de familie is die deze stamboom ooit eens heeft opgesteld. Ga vragen of je er een kopie of afschrift kunt van krijgen.
-
Omcirkel of onderlijn dan eens in de stamboom alle familieleden waarvan je weet dat ze ooit op de vlucht zijn geweest of hebben moeten uitwijken voor oorlog, armoede, werkloosheid, enz. (Eerste wereldoorlog, tweede wereldoorlog, naar Canada, de Verenigde Staten, Belgisch Kongo…, als grensarbeider, seizoensarbeider enz…).
-
Omcirkel of onderlijn ook eens wie van een andere nationaliteit is of was…
-
Vertel dan eens aan mekaar: wat hebben wij over die mensen gehoord? Wat leren we daarvan? Waar zijn er herkenningspunten met de situatie van vreemdelingen en vluchtelingen vandaag?
- Met de kleinste kinderen kan je in de viering dit bekende kinderliedje zingen en uitbeelden:
IN HET BOS DAAR STAAT EEN HUISJE
In het bos daar staat een huisje
‘k keek eens door het vensterraam
kwam een haasje aan gelopen
klopte even aan.
Help mij, help mij uit de nood
of de jager schiet mij dood
laat mij in uw huisje klein
‘k zal u dankbaar zijn.
WANNEER DE VAKANTIE IN ZICHT IS…
Dan kan men deze viering wat aanpassen, en ze helemaal toespitsen op de gastvrijheid die we (haast vanzelfsprekend) van andere mensen in eigen land of in andere landen hopen te ontvangen. Maar zijn we zelf bereid in ons eigen land die openheid en gastvrijheid te etaleren, ook voor wie hier niet als toerist binnenkomt, maar als vluchteling, asielzoeker, ongenode vreemde gast?..
Een paar suggesties voor teksten en homilie
-
Geef misschien als titel aan de viering: ZIMMER FREI!
-
ter inleiding
De vakantie staat weer voor de deur. Sommigen zijn al weg geweest en weer teruggekeerd. Misschien hebben ze verteld over hun ervaringen, misschien wel over een gastvrij onthaal in een afgelegen dorpje…
Over een gastvrij onthaal gaat het ook in de lezingen van vandaag. De eerste vertelt over de profeet Elisa, die op zijn vele reizen gastvrij door een vrouw wordt onthaald. En in het evangelie roept Jezus ons op om gastvrij mensen op te nemen. Zo stellen de lezingen ons de vraag naar onze gastvrijheid. Leeft gastvrijheid ook bij ons, of is het alleen maar iets voor dat dorpje of stadje ver weg? Daar denken we vandaag over na.
- Voorbeden:
Goede God, wij bidden U: voor gastvrije mensen, voor hen die hun huis en hart voor anderen openen. Dat zij betrokkenheid en aandacht blijven delen; dat zij blijven bijdragen aan vrede en geluk. Laten wij bidden.
Voor toeristen en reizigers bidden we, voor iedereen die onderweg is: om een veilige reis en een weldadig verblijf; om ondersteuning waar dat nodig is; om goede ontmoetingen en een gastvrij onthaal. Laat ons bidden.
Voor vreemdelingen, vluchtelingen, voor ieder die zich bedreigd voelt en verjaagd: om vriendschap en begrip bidden we, om een gastvrij onthaal. Dat zij rust en vrede mogen vinden in een veilige thuis. En bidden we voor onszelf: dat we onze angst voor anderen overwinnen, dat we ons openstellen voor mensen, en dat ontmoetingen ons tot vreugde zijn. Laat ons bidden.
Goede God, zo bidden wij voor onszelf. Gij die ons geschapen hebt, gij weet, wat in ons leeft. Verhoor onze vragen God. Vervul ons met vertrouwen en vrede. Laat ons zo uw mensen zijn, vandaag en alle dagen, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ofwel:
V.: Laat ons bidden, tot God, die wil dat wij, mensen, een zegen zijn voor elkaar.
L.: Dat wij een zegen mogen zijn voor onze gezinsgenoten, voor onze buren, voor onze kennissen en vrienden, voor wie naast ons zit, hier in de kerk.
Bidden moeten we om openheid naar elkaar toe, om oprechte zorg voor elkaar, om respect voor het anderszijn van ieder van ons.
A.: God, wil ons horen, laat uw hart toch spreken voor uw mensen.
L.: Dat we een zegen mogen zijn voor de vreemdelingen en de vluchtelingen, en ook voor de mensen die het met deze vreemdelingen moeilijk hebben. Leer ons praten met elkaar. Niet kiezen voor polarisatie, maar voor dialoog.
Dan zal rassenhaat geen kans krijgen.
A.: God, wil ons horen, laat uw hart toch spreken voor uw mensen.
L.: Dat wij, als we op vakantie zijn, overal gastvrijheid waarderen en ons zo kunnen verrijken aan vreemde culturen, onze horizon kunnen verbreden.
A.: God, wil ons horen, laat uw hart toch spreken voor uw mensen.
L.: Laat ons bidden dat ieder die vertrekt,
naar waar ook, behouden en beter terugkeert.
A.: God, wil ons horen, laat uw hart toch spreken voor uw mensen.
V.: God, laat ons bidden doordringen tot U en tot ons eigen hart.
Wij vragen het door Jezus, uw Zoon, onze Heer. Amen.
- Suggestie voor een homilie:
Vakantie en uitsluiting
Ik hoorde in onze jongerengroep schrijnende verhalen van pesterijen op school. Het is blijkbaar een algemeen fenomeen geworden. Geen enkele school of klas of jeugdgroep is er nog vrij van: kinderen, jongeren worden buitengepest, uitgesloten of gewoon genegeerd. Ik zag op TV beelden van fabriekssluitingen waarbij vooral de laaggeschoolden uit de boot vallen. En ik zag dezelfde avond een reportage over een Vlaams ondernemer, die een nieuwe fabriek opstartte in Albanië. Daar betaalde hij zijn werknemers 20 BEF per uur.
Ik volgde de actie voor Kosovo die door VRT en VTM op touw was gezet, en ik had deugd van de enorme golf van mildheid en solidariteit die in Vlaanderen op gang was gekomen. Maar toen een paar dagen later een Kosovaars gezin in onze parochie arriveerde, bleek geen enkele huisbaas bereid om zijn woning aan deze mensen te verhuren. Wat is onze solidariteit dan waard geweest? Uitsluiting zit overal, tot in de kleinste vezels van onze samenleving. Het gaat van het pesten op school tot genocides zoals in Kosovo, of zoals in Rwanda en Sierra Leone.
Het doodzwijgen van Afrika is op zich al een vorm van uitsluiting. Het gaat van het onschuldig niet zien van de buur die aan het wegkwijnen en vereenzamen is , tot het negeren van het lid in onze vereniging dat ‘wat speciaal is’. Het heeft te maken met dat nieuwe lid dat binnenkwam en geen plaats vond omdat alle stoelen ‘bezet’ waren voor de vriendin die nog moest komen. Het heeft te maken met dat lid dat zwijgend wegblijft omdat hij of zij zich niet thuisvoelt en geen aanspraak krijgt.
Tegen deze achtergrond begint de vakantieperiode. Velen trekken er op uit, naar dichte of verre bestemmingen. Anderen zullen genieten van kleine uitstapjes, bezoekjes en terrasjes. Het is hen van harte gegund. Voor de mensen in Kosovo zal het echter geen vakantie zijn. En voor vele armere en zorgbehoevende mensen evenmin. Want vakantie vraagt gezondheid…en geld. En dat is niet meer voor iedereen weggelegd. De kans is dan groot dat deze groep mensen in de komende maanden een vergeten groep wordt: nog minder bezoek, nog minder contact, en nog minder weten waar je moet aankloppen.
Vakantie is ook: meer tijd hebben. Er komt een hoop tijd vrij en het is belangrijk om deze tijd zinvol te gebruiken. Misschien is het wel het uitgelezen moment om tijd te geven aan de medemens die vergeten wordt of uitsluiting ervaart. Want zeg nu zelf, de geloofwaardigheid van onze Kerk heeft ook te maken met de manier waarop wij uitsluiting tegengaan.
Vakantie is daarom een goede tijd om je ogen te gebruiken, en te willen zien waar uitsluiting gebeurt, waar mensen vergeten, over het hoofd gezien worden en stil verkommeren in eenzaamheid. Het is een tijd om oog te hebben voor mensen die zich niet thuis voelen of geen aanspraak krijgen. Wie daar oog voor heeft, kan veel zien.
Vakantie is een goede tijd voor je voeten: als je ze gebruikt om stappen te zetten. De vergeten mens komt meestal niet meer naar ons toe. Velen durven het niet meer. Het is aan ons om naar hen toe te gaan: ze gaan zoeken, opzoeken, bezoeken. Binnengaan in hun wereld, ze leren kennen, er vriend mee worden. Elke christen zou in zijn vriendenkring toch minstens één arme of vergeten medemens moeten tellen. Vakantietijd is een goede tijd om je handen uit te steken en te werken aan een samenleven waar iedereen bij hoort, waar iedereen zich thuisvoelt. En waar mensen mogen ervaren dat er altijd iemand is die naast hen wil staan. Dat is op zich al een goddelijke ervaring. Want zo heet onze God: “Ik ben er voor u”.
Carlos DESOETE in “Eigentijds”
Nog een vakantietip. Ze doen het al vijftien jaar achtereen: twee gehuwde mensen. Eenmaal de kinderen groot, trekken ze er zelf op uit. Ze logeren in één van onze buurlanden en nemen het er lekker van. Na een week keren ze terug en tellen hun verteer. De opgeleefde som wordt nog eens neergeteld, maar nu richting armen en vreemdelingen in eigen land…
( Karel Staes )