Jezus was een verhalenverteller, niet zomaar verhalen, die je snel vergeet, maar verhalen met een bedoeling.
Verhalen die langzaam wakker in je worden zodat je op een gegeven moment zegt: nu begrijp ik het, nou ja, een klein beetje.
Zo vertelt hij dat verhaal over het mosterdzaadje een heel klein zaadje als je het in de grond stopt.
Maar als je er goed voor zorgt, dan wordt het een fantastische plant die steeds groter en groter groeit.
Nou en? zul je zeggen- er zijn toch duizenden zaden, duizenden planten die groeien en bloeien in deze wereld,
wat is daar voor bijzonders aan? Maar dan heb je niet goed geluisterd, want Jezus zegt daar ook nog iets bij.
Hij zegt: zoals het met die plant gaat, zo gaat het ook met het koninkrijk van God.
Wie God is, of wat hij doet wordt zichtbaar als jij zorgt voor deze wereld voor de schepping, voor de mensen.
En net als die plant gaat het groeien- een wereld, steeds meer naar Gods bedoeling, waar liefde groeit, haat wordt uitgebannen
en mensen van elkaars talenten genieten.
In het evangelie hebben we het gehoord; Jezus zendt zijn leerlingen er op uit om het goede nieuws te verkondigen.
Want, zo zegt hij: het koninkrijk van God, die wereld van God is dichterbij gekomen. En daarom moeten ze ongewapend gaan,
met niets meer dan hun eigen talenten. Die leerlingen moeten geen indruk maken met hun eigen bezittingen, met wat ze allemaal hebben en kunnen.
Enkel vrede dragen ze met zich mee. En ze zoeken naar plekken waar die vrede beantwoord wordt. Daar moeten ze blijven, daar kan die wereld van God dichterbij komen.
Daar kan het leven van mensen veranderen.
Vandaag de dag zijn wij die boodschappers, boodschappers van het goede nieuws. En ook ontvangers van die goede boodschap, als we luisteren naar elkaar en geven wat we te geven hebben zal die wereld van God dichterbij komen. Die boodschap zaaien we uit in onze eigen wijk en we horen ze van mensen doe onder ons wonen. Het is een geven en ontvangen, luisteren naar goede woorden, mooie liederen, muziek die voor ons gespeeld wordt. Elkaar ontmoeten, en de vrede toewensen, zo komt Gods wereld een stukje dichterbij.
Is dat niet een beetje te mooi, of zelfs een beetje te naïef? Kijk naar het plantje, dat groet uit het mosterdzaad. Als je het niet verzorgt, gaat het dood, als je het koester, komt er iets moois uit. Mooier dan je zelf kunt verzinnen en bedenken; je staat ervan te kijken, hoe dat allemaal kan.
Laten we dat verhaal maar op onszelf toepassen: er zijn prachtige woorden in de bijbel, zoals dat van Mozes, die tegen zijn mensen zegt; jullie zijn het volk van God, hij heeft jullie beschermd en bewaard tot op de dag van vandaag. Hij heeft het zaad in jullie gezaaid, maar - zo weten we van Jezus’ verhaal - wij moeten dat woord koesteren en verzorgen. Het is al begonnen, zie je het niet? maar wij moeten de plant in leven houden.
En dat betekent, dat wij in onze wijk weer zichtbaar voor elkaar moeten worden en elkaar mogen begroeten, bidden met elkaar, het brood breken en elkaar de vrede toewensen.
Om zo iets van Gods bedoeling te realiseren; hier in deze wereld, in deze wijk. Als we dat goed en zorgvuldig doen, dan zullen we versteld staan van het resultaat. Het mosterdzaad wordt een mosterdboom - laten we daarvoor zingen en bidden.
Jezus was een verhalenverteller, niet zomaar verhalen, die je snel vergeet, maar verhalen met een bedoeling, verhalen die langzaam wakker in je worden, zodat je op een gegeven moment zegt: nu begrijp ik het, nou ja, een klein beetje.