Barmhartigheid wil ik en geen offers! Krachtige woorden. Een krachtig
beeld. Hosea was een man van krachtige uitspraken die hij illustreerde
met extreme daden. Hij trouwt met de hoer Gomer om te laten zien dat
het volk Israël hoereert door de Baäls-aanbidding. Maar de Heer zal het
volk redden. De naam Hosea betekent zelfs ‘God redt’. Ondanks alle
dreigementen is God volgens Hosea een God van redding. Hij beschrijft
dit in een schitterende beeldspraak: Zo zeker als de dageraad vertoont
Hij zich, komt Hij over ons als de lenteregen die de aarde drenkt.
Als
ik een preek voorbereid, zie ik in mijn verbeelding de mensen zitten
die luisteren. Jullie zijn een zeer verscheiden gehoor. Iedereen
verschilt immers van alle anderen. Iedereen zit er met zijn of haar
eigen verhaal. De preek zou daarop moeten aansluiten, wat niet zo
eenvoudig is met zo’n verscheiden gehoor. En toch moet ik het proberen.
Want het evangelie betekent: gelukkig makende boodschap en de prediking
zou u dus ook gelukkig moeten maken. Dat zal wel niet altijd lukken al
doe ik m’n best. Sommigen onder u zullen vinden dat het evangelie en de
preek ver verwijderd zijn van hun dagelijks leven. In zo’n
preekgebeuren is de gemeenschap het belangrijkste. Een gemeenschap van
mensen die onderling heel verschillend zijn.
Maar predikant en
gelovigen zijn samengekomen, omdat ze als christenen Jezus willen
blijven volgen. Omdat hij hen blijft boeien. Omdat het geheim van God
ons hoe dan ook raakt. Wie we ook zijn, hoe we ook leven. Zondaars en
heiligen en de meeste van ons van allebei een beetje.
Daarover gaat
het vandaag. Niets was zo ver verwijderd van het leven van Jezus als
een tollenaar. En toch vinden ze elkaar. Er is aansluiting. De
boodschap komt over. Vooral de boodschapper! Hij laat Matteüs delen in
zijn levensgeheim. Voor dit verhaal van de roeping van Matteus staat in
het evangelie het verhaal van de genezing van een lamme. U kent het
wel:’Sta op en loop!’, zegt Jezus tegen hem. De verlamde man was
gebonden aan zijn bed. Matteus is gebonden aan zijn tolhuis. Het
tolhuis, bron van zijn rijkdom én tegelijk uitstoting en isolement.
Tollenaarsposten werden verpacht aan privé-personen. Tollenaars werden
beschouwd als woekeraars en als collaborateurs omdat ze in dienst
stonden van de Romeinen. Ze werden gehaat en geschuwd als zondaars, als
‘onreine’ mensen die door God waren verworpen. Ze werden niet aanvaard
in de samenleving noch in de religieuze gemeenschap.
Zo’n zondige
tollenaar wordt door Jezus geroepen. Hij heeft een prachtige naam in
het Hebreeuws: ‘Mattatjah’ betekent ‘geschenk van God’. Jezus en zijn
leerlingen gebruiken samen met hem de maaltijd. Het was daar blijkbaar
een groot gezelschap. Jezus met de leerlingen en een grote groep
tollenaars en zondaars. Samen thuis ‘aanliggen aan tafel’ was zoveel
méér dan een soort zakendiner of werklunch of op restaurant gaan. Het
was een statement, teken van nauwe verbondenheid, van vriendschap en
genegenheid. We hebben er geen flauw idee van hoe verschrikkelijk
geërgerd de Farizeeën waren over zo’n tafelgemeenschap van vrome joden
en onreine uitgestotenen. Er waren zelfs wetgeleerden die leerden dat
alleen al het nuttigen van kosher voedsel dat door onreine mensen was
aangeraakt, onrein maakt.
Jezus zet de Torah niet terzijde, hij
kiest wel stelling in een joodse discussie. Waarom heeft Jezus zijn
tijdsgenoten zo uitgedaagd? De mensen van het goede fatsoen. De mensen
die hun plichten vervullen. Wat vroom lijkt, wat moreel hoogstaand
lijkt, kan hoogmoed blijken, eigendunk kan leiden tot minachting en
marginalisering van anderen. <br>Barmhartigheid wil ik en geen
offers, houdt Jezus in navolging van Hosea aan hen voor. Ga en leer,
zegt Jezus tegen de schriftgeleerden.
Tegenover offers stelt
Jezus in navolging van Hosea barmhartigheid. Voor Jezus is ook de
zondige, onreine tollenaar ‘geschenk van God’. Matteus doet zijn naam
eer aan. Ook aan deze mens schenkt God zijn barmhartige liefde. En die
steunt niet op verdienste of prestatie, niet op sympathie of op
wederkerigheid maar is puur gratuit, onvoorwaardelijk en belangloos.
Zoals
tot Matteus zegt Jezus ook tegen ons: ‘Kom, volg mij’. Volg mij in deze
barmhartige, vrijmakende liefde. Dat is dan het punt! Ze steunt op het
geloof in de mens als ‘geschenk van God’. Wij scheppen onszelf niet,
gelukkig niet. We zijn er dankzij God. En God blijft het Verbond trouw.
Ook als de mens zichzelf buiten het Verbond plaatst. Dus ook als je een
onreine tollenaar of hoogmoedige notabele bent. Iedere mens zonder
onderscheid is in de eerste plaats ‘Geschenk van God’. Is geliefd met
die barmhartige liefde die God ons schenkt en die wij mogen navolgen.
Want wij zijn ook die tollenaar en die Farizeeër, maar ik ben bovenal
“Geschenk van God”. Want het gaat om die tollenaars, die verachte en
verafschuwde mensen die je dan moet bejegenen als ‘Geschenk van God’.
Als
je dat wilt sta je niet met beide benen op de grond. Is dat niet totaal
utopisch? Ja! Want utopie betekent ‘wat geen plaats heeft’. Beter nog:
‘wat nog niet plaats heeft gevonden’. Want die utopie van Gods
barmhartigheid in Jezus is natuurlijk bij uitstek van wat wij Rijk God’
noemen en waar het eigenlijk om te doen is. Het gaat in ons christendom
om de utopie van het Rijk Gods van Jezus. Als ik dan begin te zoeken
naar wie die tollenaars die wij barmhartigheid moeten betonen, op
vandaag kunnen zijn, is dat een hele waslijst. Maar als je barmhartig
bent, kan dat helend, genezend zijn voor wie het ontvangt.
Hoe sluit
dat aan op ons dagelijks leven? Wat moeten wij met barmhartigheid,
zoals Jezus die heeft voorgeleefd? In ons spreken en doen tegenover
vijandige of verafschuwde mensen of groepen zou OOK altijd die
onvoorwaardelijke gratuïte belangloze goedheid tot uiting moeten komen.
Op de een of andere manier. Niemand kan er een tekeningetje bij maken
voor een ander. Het is al moeilijk voor onszelf om de lijnen van die
barmhartige liefde uit te tekenen in ons leven. Het is dus een zoeken,
wellicht samen met anderen. Een zoeken naar die richting van het Rijk
Gods in ons leven, waardoor ons leven aansluiting vindt bij het geheim
van Jezus van Nazareth.
Barmhartigheid wil ik en geen offers (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 10e zondag · groen