Jezus zag een man aan het tolhuis zitten. Jezus is iemand die ziet waar
wij gezeten zijn. Mattheüs is gezeten, knusjes gezeten aan zijn
tolbureau. Bij de uitbesteding door de Romeinse bezetter van die post
had hij het hoogst geboden. Hij heeft die som vooruit moeten afbetalen,
maar is al het geld dat er nu binnenstroomt is voor hem.
Mattheüs is gearriveerd. Jezus ziet hem knusjes gezeten aan zijn bureau.
Jezus is meer nog, iemand die ons oproept de topzetel te verlaten waar
we zijn blijven zitten, voldaan of gerevolteerd. Benedictus zegt ons in
zijn Regel dat de Heer ons roept, iedere dag. We moeten
niet blijven zitten waar we ook gearriveerd kunnen zijn : in het
geestelijk leven zijn we altijd op weg. Waar we ook aangekomen zijn,
steeds zal Christus ons dag na dag weer verder roepen. Dat is de
leerschool voor de hemel, voor de steeds groeiende liefde.
Maar
misschien heb je niet de indruk gezeten te zijn. Mattheüs had ook de
indruk volop vooruitgang te maken : het geld deed zijn kassa rinkelen.
In dat gerinkel was Mattheüs
geïnstalleerd. Je voelt er de nood niet toe op te staan ? Je hebt geen
dokter nodig ? Christus is niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar hen die gezeten zijn in hun zonde. Misschien zie
je eenvoudigweg niet waar je vastgezeten zit ? We kunnen soms zo
comfortabel geïnstalleerd zijn in eigen dynamisme, in verworven
snelheid, in gerechtigheid die geen God meer nodig heeft. Dan
moeten we even de Heer in de ogen durven kijken om onze zonde, onze
zelfgenoegzaamheid, in te zien.
Jezus zei tot Mattheüs : ‘Volg Mij’. Hij zegt hem niet : ‘Kom je even
kijken of het leven met Mij je bevalt ?’ Geen ‘of’. Radicale roeping
zonder voorwaarden. Jezus geeft geen voordracht over
het avontuur van de navolging of over de vreugde christen te zijn. De
Heer heeft niets op te blinken. Zijn oproep is altijd nieuw, altijd
onverwacht.
Jezus verlaat Kafarnaüm, trekt verder en zegt : ‘Volg Mij’. Je kan Hem
niet volgen zonder jouw Kafarnaüm te verlaten en jouw post, bureau en
kassa achter je te laten. En Jezus volgen,
waarom, waarheen ? Jezus geeft geen enkele uitleg. Zijn uitnodiging
richt zich tot een totaal geloof, ze vereist een grenzeloze gratuïteit.
De liefde heeft geen reden buiten zichzelf. Als je je
man volgt omdat hij mooi haar heeft, dan volg je mooi haar, maar niet
je man. Er zijn geen externe redenen om Jezus te volgen. Je volgt Hem
omdat Hij het is. Zelfs niet om het offer te brengen van
jezelf, maar omdat je in Jezus Gods oneindige barmhartigheid hebt
ervaren. In de blik die Jezus op hem liet rusten heeft Mattheüs Gods
gratuïteit erkend en er zichzelf weerspiegeld heeft
gezien, genadig overrompeld door een onnoembare weldadigheid. Zijn
vreugde voortaan is Gods barmhartigheid, Gods uiterst respectvolle
liefde die hem overspoelt, hem en allen rondom hem.
Toen stond Mattheüs op en volgde Jezus. Hij volgde Hem, waarheen ?
Daarheen waar ook wij geroepen zijn om Hem te volgen : Jezus volgen in
de gave die Hij brengt van gans zijn persoon,
terzelfder tijd aan de Vader en aan de mensen.
Staan ook wij dan maar op : in die Vreugde van de gevende Liefde zijn ook wij verwacht.
10e zondag door het jaar A (2002)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 10e zondag · groen