4e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Beste dorpsgenoten,
Deze zondag heeft voor mij iets als een afscheid: voor het laatst wordt in abdijen over de hele wereld een hymne gezongen waarvan ik de melodie voor het eerst gehoord heb toen mijn moeder mij als klein kind meenam naar het Lof in de kerk van de Heibloem. Ik verstond toen nog geen Hollands, laat staan Latijn, het was de melodie die me raakte, die ik nooit vergat en die ik pas veel later terugkende en kon plaatsen. Een hymne die ik nu versta en die ik vaak zing en speel in de Advent.
Nog een afscheid: vandaag branden de vier kaarsen op de prachtige adventskrans, voor het eerst en voor het laatst. Ook die vier kaarsen kan ik niet vergeten en daarom hebben we de vijfde kaars die we aansteken voor bijzondere intenties door het jaar.
Vroeger heette St.Jozef altijd “Voedstervader van Jezus.” Pas toen ik “groot” was snapte ik waarom hij niet gewoon vader van Jezus genoemd kon worden.
Ik ben nu ook wat wijzer geworden en ik zeg nu dat Jezus geen betere vader had kunnen hebben dan Jozef.
Uit de woorden geschreven door Matteüs die u juist gehoord heeft, zult u begrijpen dat er iets aan de hand was met dat vaderschap van Jozef!
Jozef was verloofd met Maria maar ze leefden niet samen, laat Matteüs ons heel duidelijk weten en niet zonder bedoeling.
Toen zagen ze in dat kleine gat Nazareth waar Jozef de timmerman was dat zijn meisje Maria in verwachting was. U kunt zich voorstellen wat daar toen gebeurde: over dat meisje Maria werd lekker gepraat en Jozef werd voor een sukkel aangezien als hij het niet met haar uit zou maken. Dat was hij eigenlijk ook van plan. Wel wilde hij dat in het geheim doen om het meisje te ontzien. Want Jozef was een “fijne vent.” Rechtschapen, zo wordt hij in verhaal beschreven. Dat betekent: Onkreukbaar, oprecht. Niet iemand die alleen aan zichzelf denkt en snel de gemakkelijkste uitweg zoekt. Niet iemand om dat meisje te laten vallen.
Ze bleven bij elkaar en trouwden en Maria kreeg haar kindje. En hij werd van dat jongetje de vader op een manier waar een natuurlijke vader alleen maar jaloers op kan zijn. Dat kind was weliswaar “niet uit zijn bloed, noch uit de begeerte van zijn vlees of uit zijn wil geboren” (Johannes 1, 13). En toch kon het geen betere vader hebben.
Matteüs maakt het nog veel mooier: hij verwijst naar een oud verhaal, dat u in de eerste lezing gehoord heeft over een jonge vrouw die een kind krijgt en dat kind Emmanuel noemt : God-met-ons betekent dat. Jozef en Maria hebben dat verhaal misschien gekend. Zij gaven hun kind de naam Jezus. Dat betekent: God redt.
Jozef bleek een vader te zijn die op een unieke manier leven kon door geven: hij liet zijn zoontje een God ontdekken die een en al mensenliefde, barmhartigheid en nabijheid was. Die God kwam helemaal tot leven in Jezus. God keek uit de ogen van Jezus, God straalde door de gestalte van Jezus en liet zich horen en zien in het doen en laten van Jezus.
Jozef en Maria voedden hun jongen op tot de gestalte die wij nog steeds niet kunnen vergeten, helemaal mens, zo bevrijdend, zo zegenend, zo barmhartig, iemand die je blij maakt, gelukkig, groot…
Barhartigheid, zegen, vreugde, Dat is het hout waar God uit gesneden is en waar Jezus.uit gesneden is dank zij het timmermanswerk van zijn vader.
Het fijnste hout dat er bestaat. Er is genoeg van, alle mensen kunnen er uit gesneden worden, ook wij.
Zo is het.

Zoeken in Preken Online