“Uw kinderen zijn uw kinderen niet”, een populaire zin uit “de profeet” van Kahlil Gibran. Deze en andere spreuken van deze oosterse schrijver zijn zo bekend omdat ze vaak wijze uitspraken zijn over iets. Zo is er bijna niemand die zal tegenspreken dat onze kinderen onze kinderen niet zijn. We zijn het daar allemaal over eens, en toch, als de realiteit komt aankloppen aan de deur van ons privé-leven en ons met onze neus op de feiten drukt, dan voelt bijna iedere ouder toch enige weerstand, we hebben onze kinderen meestal graag in de buurt. Als we het evangelie van vandaag letterlijk lezen, dan kunnen we daar een zeer vrome les uittrekken: Jozef luistert naar wat God hem influistert en neemt zijn verloofde die zwanger is van een ander, bij zich. De eenentwintigeeuwse mens zal dit gewoon lezen als het verhaal van een zeer naïeve goedzak. Geen van beide letterlijke lezingen liggen mij. Dat van die gehoorzame Jozef niet want zelfmoordterroristen gehoorzamen God ook. Dat van die naïeve Jozef niet omdat ik mij niet kan inbeelden dat deze vrome jood niet zou doen wat de joodse wet (voor de vrome jood de stem van God) hem influistert. Er zijn natuurlijk mensen die vanuit deze letterlijke lezing ongelooflijk mooie dingen kunnen zeggen over het schitterende voorbeeld van Jozef en draagmoeder Maria, ik vraag me altijd af of die verhalen daarom opgeschreven zijn.
De evangelist Matteüs is zo eerlijk zelf de sleutel van het verhaal en passant even mee te delen: dit alles moest gebeuren opdat in vervulling zou gaan …". Dit is niet zozeer een verslag over de geboorte van Jezus maar wel een geloofsbelijdenis: Jezus is de Messias, want zie in Hem worden de Schriften vervuld. En zo zullen Maria en Jozef stilaan moeten leren begrijpen dat hun zoon hun zoon niet is. Het wordt al duidelijk aan de naam die het kind gegeven zal worden: Jezus, God redt. Het is niet de mens die redding zal brengen, nee, God zelf zal door deze mens redding brengen. Om dat duidelijk te maken aan zijn toehoorders kiest Matteüs en ook Lucas voor een maagdelijke geboorte. Het is een - vergeef mij het woord - trucje dat de toenmalige joden bekend in de oren klinkt: veel goden uit de hen omringende culturen zijn geboren uit een maagd.
Wat haal ik nu uit dit evangelie voor mijn geloofsleven? Vooreerst roept dit evangelie twee gevoelens op. Het eerste is blijdschap omdat God ons wil redden en daartoe Iemand gezonden heeft. Het is een vreugde die bijzonder heilzaam is als ze overvloeit in dankbaarheid die zich uitdrukt in dienende naastenliefde. Maar het verhaal roept ook op tot bescheidenheid. Door alles wat ze meegemaakt hebben met Jezus, hebben Maria en Jozef gaandeweg ervaren dat Jezus en dus ook impliciet God zijn eigen weg gaat. Het is niet hun zoon, Hij is Gods zoon. De God van wie wij binnen enkele dagen de menswording vieren, is geen privé-bezit van mij, zelfs niet van de Kerk. De redding die God wil brengen voor alle mensen laat zich niet opsluiten in één of ander keurslijf. Er zijn talloze voorbeelden van verhalen waarin Jezus dingen doet die niet van Hem verwacht worden, soms zelfs dingen waar men aanstoot aan neemt. Als wij vieren dat God mens wordt, mogen we dat nooit verwarren met ons godsbeeld dat mens wordt. De manier waarop God reddend aanwezig wil zijn in de wereld, is zijn eigen manier, Hij laat zich niet commanderen door ons of door kerkelijke leiders. Maar dat alles neemt niet weg dat God mensen nodig heeft om reddend aanwezig te kunnen zijn in de wereld. In die zin zijn Jozef en Maria twee prachtvoorbeelden want toen zij merkten dat Jezus de weg insloeg die de Vader voor Hem bereid had, hielden ze Hem niet tegen.
God is op zijn eigen goddelijke manier reddend aanwezig in deze wereld. Hij roept ook ons als gedoopten op die redding mee te bewerkstelligen. Hoe kunnen we dat doen? Door zoals Jozef in het evangelie van vandaag de dingen die ons gebeuren te her-lezen en ons af te vragen wat God van ons zou willen. Maar hoe weten we dat? Een eenvoudige tip die soms kan helpen is dat de manier waarop God licht brengt in de duisternis altijd die van de liefde is. Door onszelf te laten ontploffen, helpen we noch onszelf noch diegenen die willekeurig worden opgeblazen. Dat kan niet zijn wat God ons vraagt. Wanneer er iemand nood heeft aan een luisterend oor, aan iemand die eens niet uitlacht, iemand die niet uitsluit omdat men minder rijk is, … dan nodigt God ons uit om vanuit de kracht van ons verrijzenisgeloof die mensen reddend nabij te zijn.
Over enkele dagen vieren we Kerstmis. De talloze kerstmannen die aan huizen hangen, doen ons vermoeden dat velen de Kerstman verwachten. Van die kerstman weet je op voorhand wat hij zal brengen: cadeautjes aan mensen die vrienden hebben die het zich kunnen permitteren. Christenen verwachten Iemand anders, minder voorspelbaar. Wie is vandaag de maagd die een kind zal krijgen, wiens leven is onvruchtbaar maar zal vrucht dragen omdat God zelf redding brengen zal doorheen de Maria’s en de Jozeffen van vandaag? Waar brengt de engel aan mensen die in een uitzichtloze situatie zitten de boodschap dat God zelf nieuwe kansen zal scheppen vanuit het verrijzenisgeloof van enkele christenen? Het vraagt aan ons, de Jozeffen, te kijken en open te staan voor Gods redding, zelfs op de meest onverwachte plaatsen. We kunnen die redding niet zelf bewerkstelligen, God vraagt enkel dat we er aan meewerken …
Evangelieprikje (2007)
A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars