4e zondag in de advent A (2001)

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Het zijn twee totaal verschillende figuren, die koning Achaz uit de eerste lezing en die timmerman Jozef uit het evangelie. Ze hebben gemeen dat ze allebei in een crisissituatie terechtgekomen zijn maar hun reactie erop is totaal anders.
Achaz wordt geconfronteerd met hachelijke situatie: Jeruzalem wordt bedreigd door zijn vijanden en hij kan alleen maar denken aan zijn eigen machtspositie. Zijn vertrouwen stellen op God was een straatje te ver.
Jozef wordt geconfronteerd met het schokkende feit dat Maria in verwachting is en niet van hem. Voor een oosters man is dat een totale afgang. Wij kunnen dan mooi praten over de H. Geest die er meer van weet, maar daar had Jozef in eerste instantie echt geen boodschap aan.
En dan staat er die opmerkelijke zin: hij dacht erover in stilte van haar te scheiden. Normaal zou geweest zijn als hij een hoop stampei gemaakt zou hebben. Normaal zou geweest zijn als hij Maria voor het gerecht gebracht zou hebben, met het in die tijd waarschijnlijke gevolg dat zij als publieke zondares gestenigd zou zijn. Zo ging dat toen. Maar nee, hij dacht erover in stilte van haar te scheiden. M.a.w. hij dacht niet zozeer aan zijn eigen machtspositie als man, aan zijn ernstig gekrenkte mannelijke trots, maar hij dacht aan het welzijn van Maria.
Die houding staat in schril contrast met die van Achaz. Achaz wordt door de profeet Jesaja gevraagd om zijn vertrouwen op God te stellen, maar dat kan hij niet opbrengen: hij stelt zijn vertrouwen op mensen, op Assyrië. Achaz krijgt in de tekst duidelijk het etiket ongelovige. Maar Jozef wordt juist getekend als een groot gelovige die eigen belangen opzij kon zetten voor een groter goed.
Reken maar dat Jozef een grote strijd doorgemaakt heeft, waarschijnlijk heeft hij de hele nacht liggen woelen in bed, maar dan komt hij tot de conclusie dat het Gods wil is dat hij Maria toch tot vrouw neemt. Dat is een daad van groot geloof.
Achaz en Jozef, beide geconfronteerd met een crisis, ze reageren heel verschillend. Hoe reageren wij als we in een crisis terecht zouden komen?
Veronderstel: je wordt ernstig ziek, je moet naar een verpleeghuis, of je partner wordt ziek en kan niet meer thuis zijn. Hoe reageer je daarop? Wordt je opstandig of ben je gelaten? Wordt je kwaad op iedereen, of laat je alles over je heen komen? Durf je jezelf aan de zorgen van mensen toe vertrouwen of blijf je tegenstribbelen? Kun je nog aan anderen denken, of denk je alleen aan jezelf? Kun je geloven in God, je aan Hem toevertrouwen, of heeft alles waar je eerder in geloofde dan afgedaan?
Ik heb vijftien jaar in een verpleeghuis gewerkt. Ik heb daar mensen ontmoet die het helemaal niet aankonden, die vreselijk lastig waren voor hun omgeving, en voor zichzelf, omdat ze hun afhankelijkheid niet konden aanvaarden.
Ik heb daar ook veel mensen ontmoet voor wie ik de grootste bewondering heb omdat ze in die crisis toch zichzelf bleven en meer aan anderen dachten dan aan zichzelf.
Ik heb me vaak afgevraagd: hoe zou ik reageren als ik in hun situatie terecht zou komen? Die vraag kunnen we ons allemaal wel stellen: hoe zou ik reageren als ik in een ernstige crisis terecht kwam?
Dat kunnen we ons niet voorstellen, dat kan niemand, maar het heeft zeker voor een belangrijk deel te maken met hoe je in het leven staat als alles gewoon goed is. Hoe we nu tegen zaken van het leven aankijken. Het heeft zeker te maken met de vraag of we alleen leven voor eigen belangen en eigen pleziertjes, of dat we echt iets over hebben voor anderen. Het heeft ook te maken met de plaats die God in ons leven heeft. Zijn we als die koning Achaz alleen gefocust op eigen belangen, en hebben we geen boodschap aan God, of zijn we als Jozef die bereid was rekening te houden de belangen van Maria, die in zijn gelovige levenshouding Gods wil ontdekte.
Het is bijna kerstmis: het feest van God met ons die vraagt dat we er zijn voor elkaar, in goede dagen en in kwade dagen. Dan is Hij er ook voor ons, in goede én in kwade dagen.

Zoeken in Preken Online