Stel u voor: u kent de bijbel niet, u bent een maagdelijk onbeschreven blad wat religie betreft. Hoe zou je je God dan voorstellen? Het is een vraag waar wij nu helaas nog onmogelijk kunnen op antwoorden. Critici van godsdiensten zeggen wel eens dat “God” een menselijke creatie is, ontsproten uit fantasievolle mensen die een hogere macht zochten om een humane moraal te schragen. Wie echter de bijbel leest, zal ontdekken dat de bijbelse god zeer eigenzinnig is en zich niet voor de kar van de menselijke moraal laat spannen. Hier en daar vinden we voorbeelden van mensen die moeten vaststellen dat God anders te werk gaat dan wij zouden doen. Johannes de Doper is één van hen. Overtuigd van het einde der tijden, had hij de mensen voorbereid op de komst van de Messias. Als kind van zijn tijd had hij in de figuur van de Messias iemand gezien die zijn volk kon bevrijden van de bezetting door vreemde overheersers, want de Romeinen waren niet de eerste die Palestina bezet hadden. Het volk keek er naar uit terug een soevereine staat te zijn, onder de leiding van een vorst uit de dynastie van de grote David. De Messias is diegene die met de wan in de hand het kaf van het koren zal scheiden, die recht zal spreken en hardhandig tekeer zal gaan tegen al diegenen die zich niet aan de “goddelijke” regels houden. Die brute God, zoals wij die vanuit onze achtergrond bestempelen, is niet nieuw; God krijgt wel meer wrede trekjes in het Oude Testament. Het hoeft ons dus niet te verwonderen dat Johannes dit beeld van een Messias voor ogen heeft. De God die de joden wilden was er trouwens één die hen zou bevrijden van dat vreemd gespuis, maar God werkt anders.
Er mogen dan in het Oude Testament enkele teksten staan waar God met sterke hand straffe stoten uithaalt en vijanden met honderden neerslaat, er zijn er ook andere. Als men Jezus komt vragen of Hij wel de Messias is, grijpt Hij naar een andere tekst die we terugvinden bij de profeet Jesaja. Die vraag wordt Hem gesteld door de leerlingen van Johannes de Doper die zich in de gevangenis waarschijnlijk bedrogen voelt: hij had zoveel verwacht van die Jezus, maar van alle verwachtingen die hij in Hem gesteld had, lijkt weinig in huis te komen. Heeft hij zich vergist? Hij stuurt enkele leerlingen …. Het antwoord van Jezus is niet “ja”, maar ook niet “neen”. Hij vraagt de leerlingen te kijken naar wat er gebeurt en zelf hun conclusies te trekken. Als Messias zijn betekent de Romeinen buiten steken, dan is Hij de Messias niet. Als de Messias diegene is die de profetie van Jesaja moet doen uitkomen, dan is hij dat wel. Jezus citeert hier zinnen uit de profeet Jesaja, maar kiest ze zorgvuldig uit want ook bij Jesaja is er sprake van een God die wraak neemt. De tekenen die Jezus opnoemt kan je zien als tekenen dat het Rijk Gods aangebroken is, maar je kan het ook anders zien. Het Rijk Gods dat Jezus onder de mensen brengt is er één die werkt vanuit de kracht van de liefde, niet vanuit haat of wraakgevoelens.
Keren we terug naar vandaag. Zitten wij niet met hetzelfde probleem als Johannes? Zouden wij ook niet liever hebben dat er een God is die ons beloont om al het goede dat we doen met een goede gezondheid en voorspoed en de slechteriken straft met ziekte en een vroege dood? In ons binnenste misschien wel, maar wie durft dat nog luidop zeggen? Nochtans is het niks om je over te schamen, het is puur menselijk, het is wat je krijgt als God ontstaat in de gedachten van mensen. Is het drama niet dat veel mensen vandaag God aan de deur zetten omdat Hij niet beantwoordt aan wat God voor hen zou moeten zijn? Zoekt de hedendaagse ens niet vooral een God die instaat voor mijn geluk? Het goede nieuws is dat onze God anders is. De God met wie Christus zich verbonden weet en vanuit wiens kracht Hij leeft, staat niet met de wan in de hand, Hij houdt zijn handen vrij om onze hand te grijpen als we dreigen te verdrinken in zinloosheid, menselijke miserie, onaanvaardbaar onrecht, … God stopt dat niet, Hij roept mensen op om het te stoppen, om te durven leven vanuit een groot godsvertrouwen en niet vanuit angst of haat. Daarom is ook het feest van Kerstmis zo mooi: God, die machtige God, wordt klein en kwetsbaar als een mensenkind.
Keren we terug naar mijn beginvraag: hoe zouden wij, als we niks over godsdienst gehoord hadden, ons God voorstellen? Waarschijnlijk gaan we meer in de richting van Johannes dan in de richting die Jezus aangeeft. Waarom? Omdat God alle menselijke vergevingsgezindheid en liefde overstijgt, we kunnen ons niet iemand voorstellen die zo goed is, het is gewoon niet menselijk. Dat is onze God. Hij is het wiens menswording we binnenkort vieren. Hij wordt ook vandaag nog mens, de woorden die Jezus vandaag citeert uit de profeet Jesaja geven ons een niet mis te verstane hint waar we Hem moeten zoeken. Geen plaatsen met veel blabla, maar … daar waar het werkwoord liefde vervoegd wordt in de huidige tijd en niet alleen in vrome bespiegelingen voor de toekomst … We kunnen dan ook niet anders dan de collecte van Welzijnszorg van vandaag warm aanbevelen. In heel wat projecten en Welzijnsschakels probeert Welzijnszorg in het voetspoor van Jezus te treden. Het onrecht willen ze bestrijden, niet de mensen. Zij hebben ingezien dat de vicieuze cirkel van armoede enkel kan doorbroken worden door een goede opleiding, daarom zetten zij dit jaar hun schouders onder het probleem van kansarmoede in het onderwijs. Mensen aan de rand van de maatschappij rekenen op mensen die begrepen hebben waar het in het christendom om te doen is.
Evangelieprikje (2007)
A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze