Een blik op Kerstmis

A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Beste vrienden,

Verheugen jullie je nog op het Kerstfeest? En als jullie dat doen, waarover verheugen jullie je dan? Wanneer we een rondvraag onder de bezoekers van een Adventsdienst mogen geloven dan antwoorden sommige kerkgangers daar nog op dat ze zich verheugen omdat Christus dan geboren wordt; omdat God zelf dan mens wordt; omdat de mensheid daardoor verlost is geworden enz…

U mag het me niet kwalijk nemen, maar die antwoorden kwamen mij ingestudeerd voor, een beetje zoals formules uit de oude catechismus. De antwoorden kloppen wel, maar ze klinken niet echt en ze komen helemaal niet overeen met datgene wat ik bij veel mensen in deze tijd zelf beleef.

Dan lijkt mij het antwoord dat ik in een adventskalender heb gelezen toch veel eerlijker. Daar staat: “Hoe meer ik er over nadenk, waarom ik me op het Kerstfeest verheug, des te meer moet ik zwijgend en verbaasd constateren dat, hoezeer ik er ook mee vertrouwd ben, die boodschap van Kerstmis voor mij toch zeer duister en verborgen is." Moest dat bij u ook het geval zijn, dan heeft het evangelie van vandaag ons bijzonder veel te zeggen. Want op deze zondag mogen we, midden in de Advent, een eerste blik op het geheim van Kerstmis werpen. In de ontmoeting van Johannes de Doper met Jezus, die ons hier door Mattheus wordt verteld, wordt een klein beetje belicht wat de Kerstnacht, wat Kerstmis voor ons tot een feest van vreugde en van jubel maakt.

Eigenaardig genoeg vertellen alle vier de evangeliën opvallend gedetailleerd over die ontmoeting van Jezus met Johannes de Doper en hoe beiden tegenover elkaar stonden.

Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat door die ontmoeting van Johannes, de boeteprediker van de Jordaan, met Jezus, die het Rijk Gods uitriep, aan het licht treedt wat de christelijke boodschap vreugdevol maakt. Johannes had de mensen, vooral de vrome mensen, met grote intensiteit voorgehouden dat ze zichzelf in het verderf zouden storten als ze zich niet eindelijk zouden bekeren. Ze moesten dringend alles wat mensenmogelijk was aan goede daden doen en het kwaad binnen nauwe grenzen houden. Anders, zei Johannes, zou God zelf, op de laatste dag, hen allen oordelen en het koren van het kaf scheiden.

Ik vermoed dat Johannes van begin af aan heeft aangevoeld dat Jezus met dat aangekondigde handelen van God in deze wereld iets te maken had. Maar Jezus handelde en gedroeg zich zo heel anders als Johannes had verwacht: in plaats van het graan te dorsen en korte metten te maken met al wat verkeerd was, aarzelt Jezus niet om juist achter de ogenschijnlijke zondaars aan te lopen om hen te vertellen dat Gods genegenheid ook voor hen, en zelfs bijzonder voor hen, bestemd is. Dat heeft Johannes zeer onzeker gemaakt en daarom laat hij, vanuit de gevangenis, aan Jezus vragen: “Zijt Gij het die komen moet, of moeten we toch nog op iemand anders wachten?

Jezus’ antwoord is verrassend. Hij geeft geen abstracte leerstellingen of theoretische motiveringen en Hij rechtvaardigt zich ook niet met er op te wijzen dat Hij de zoon is van God. Hij zegt alleen: Kijk gewoon naar wat ik doe en hoe ik de mensen verander. Blinden verlos ik van hun uitzichtloosheid en lammen van hun onbeweeglijkheid; Melaatsen voer ik uit hun sociale verbanning en doven kunnen de klanken van de wereld en de liederen van de liefde terug horen; zelfs wat dood is richt zich terug op en begint een nieuw leven, en aan de armen verkondig ik de goede boodschap. Het eigenlijke hoogtepunt van alles wat Jezus doet horen we echter wanneer Hij tegen de armen zegt: Verheugt u, gij die niets meer bezit en niets meer moet bezitten; geen wereldse zaken, geen eisen, geen verslavingen noch prestaties. Verheugt u, gij die aan al dat hebt verzaakt en hebt ontdekt dat ge reeds alles bezit wat ge nodig hebt want God heeft het jullie reeds sinds lang gegeven. Met die zorg voor de mensen en een uitnodiging tot kinderlijk vertrouwen in God begint het, door Johannes toch weel heel anders verwachte, handelen van de Messias in de wereld.

Jezus was zich heel goed bewust van het feit dat wat Hij daar zei als ongehoord, ja zelfs als schandalig, zou overkomen. Niet voor niets voegt Hij er aan toe: Zalig zij die hier geen aanstoot aan nemen. Daarmee wil Hij ons duidelijk maken: Begraaf dit nieuwe begin niet weer onmiddellijk met jullie verwachtingen en jullie visie hoe God zou moeten handelen. Daarmee keert Hij zich helemaal niet tegen Johannes en hij keurt diens vurige zoeken naar God ook helemaal niet af. Johannes is geen wuivende rietstengel – hij buigt niet mee met de wind, zo onder het motto: Er heerst een eindtijdsstemming, dan zal ik nu maar over het laatste oordeel preken. Hij is ook geen hielen likkende hoveling die zich nu eens voor een vrome kar laat spannen. Neen, Johannes was en is iemand die Gods waarheid altijd vrank en vrij heeft uitgesproken.

Daarin overstijgt hij niet alleen alle profeten, maar naar Jezus overtuiging was Johannes de Doper, omwille van zijn ondubbelzinnige levenswijze en prediking, de grootste profeet van allen. Hij heeft tot aan zijn gewelddadige dood de norm van menselijkheid hoog gehouden en is er nooit van afgeweken.

Dat ziet en erkent Jezus ten volle. Maar Hij voegt er aan toe: Maar de kleinste in het rijk der Hemelen is groter dan Hij. Gewoon ongehoord! Want dat betekent toch dat ik nog zo mijn best kan doen en zo veel inspanningen kan leveren als ik wil, gemeten aan Gods norm – aan het rijk der hemelen – valt dat gewoon in het niets. En waarom? Omdat zelfs het strengste opvolgen van de wereldse wetten en geboden de wereld nog niet zal laten worden zoals God ze bedoeld heeft. Soms wordt het onheil daardoor zelfs nog groter! Ik denk dat we onomwonden mogen toegeven dat ons huidige normale leven van alle dag met zijn vele uitschuivers, dubbelzinnigheden en conflicten, ons gewoon boven het hoofd groeit en het ons onmogelijk maakt om voor iedereen goed te zijn. Zo is het toch? En wat nu?

Jezus zegt ons: Jullie leven zal dan geheeld en goed worden, wanneer jullie jezelf, ondanks alle uitzichtloosheid, volledig aan Gods handen toevertrouwt. Dan kunnen jullie heel nuchter erkennen dat jullie, ondanks het feit dat jullie correct en wetsgetrouw leven, toch schuld op jullie kunnen laden en dat af en toe ook wel zullen doen. Maar jullie mogen er ook van overtuigd zijn dat die schuld, die mislukkingen jullie niet onontkoombaar naar beneden zullen trekken. In Gods barmhartigheid wordt ook dat opgenomen. Mijn recht op leven moet ik niet verdienen door morele prestaties. Neen, vooraf aan alles wat ik in mijn leven ooit zou kunnen presteren heeft God me dat recht op leven reeds lang cadeau gedaan. Hij heeft me van het begin af gewild en aanvaard. Aanvaard met al mijn negatieve kanten, met mijn mislukkingen en met mijn boosheid. Niet om die te vergoelijken, maar om ze met zijn actieve en door niets te verbitteren liefde, te helen. Dat is de blijde boodschap, die op Kerstdag handen en voeten krijgt. Met de menselijk zo sympathieke, maar in wezen toch uitzichtloze prediking van Johannes op de achtergrond, begint Jezus’ boodschap op te lichten als datgene wat ze ten diepste wil zijn: De uitnodiging tot een leven, dat vrij is van elke dwang om jezelf te moeten rechtvaardigen – en dat juist daardoor in de mogelijkheid verkeert om grenzeloos goed te kunnen zijn. Gaudete – verheugt u - met die boodschap hebben we inderdaad reden om ons op deze zondag te verheugen!

Amen.

Zoeken in Preken Online