Lieve en goede mensen hier bij ons samen in deze kapel
en ook jullie vanuit de ziekenkamers,
Het is vrij gemakkelijk en ook wel heel sympathiek om op zoek te gaan wie Johannes de Doper wel zou kunnen zijn als figuur buiten ons eigen bestaan. Mooie verhalen kun je over deze vreemde man wel vertellen en verzinnen.
We zouden hem, zonder veel moeite, kunnen afschilderen als een ietwat vreemde zonderling die misschien wel gelijk heeft maar toch niet meer dat.
En ook de woestijn waarin hij in het evangelie gesitueerd is geeft heel wat stof om vreemde verhalen over deze man te vertellen. Zijn leefwijze zou ons op heel wat vreemde ideeën kunnen brengen.
We zouden hem kunnen afschilderen als een idealist, een dromer, een vreemde man die buiten de tijd en het leven leeft.
Maar als we nu eens op zoek zouden gaan in de stilte, in het donkere van ons eigen hart, zou het ons dan niet lukken om de stem van Johannes de Doper te ontdekken?
Zou het ons niet lukken om midden de eenzaamheid woorden van nabijheid te horen?
Zouden wij in de donkerte van het leven geen lichtpunten kunnen ontdekken die ons veilige wegen aanwijzen?
Zouden wij niet kunnen ontdekken dat er, ondanks alles, toch een Vriend is die steeds met ons blijft meegaan.
Het lijkt een beetje tegenstrijdig: zowel de plaats waar Johannes mensen ontmoet als ook de plaats waar God mij en jou wil ontmoeten..
Waar kun je Johannes vinden?
Niet in de stad. Niet op de marktplaatsen waar het druk is om te praten en te kopen. Niet in de drukte van het leven.
Zijn boodschap en oproep wordt uitgesproken in de stilte, de onherbergzaamheid en de angstaanjagende eenzaamheid van een woestijn.
En er staat dat de mensen naar hem toestroomden.
Er is inderdaad veel eenzaamheid, droefheid, angst en onvrede in de harten van mensen. En er zijn inderdaad profeten nodig die de weg naar verlichting – bevrijding wijzen
Profeten die ons zeggen dat er Iemand gekomen is die leven en liefde met ons heeft gedeeld en die ons de weg van OPSTAAN en VERRIJZEN is voorgegaan.
Er moeten profeten zijn die ons opnieuw het verhaal van God en de mens vertellen.
Iemand die ons zegt dat zelfs uit het onmogelijke iets mogelijk is. Niet altijd zoals mensen het wensen en dromen maar een wel het verhaal van opstaan en leven. Eeuwig leven.
Wie angstig en bang wordt bij het bekijken van het eigen hart moet het eens rustig laten worden en de woorden van de eerste lezing hernemen. Die zijn voor ons allen zo mooi – zo betekenisvol. Het onmogelijke zal ons overkomen indien we het aandurven om met Hem mee te gaan. Indien we het aandurven het landschap van eigen hart te aanvaarden en er in af te dalen.
Daar zegt Jesaja zal het gebeuren dat er zo een vrede komt dat zelfs de wolf zich naast een lam legt, Een panter zich te slapen legt naast een bokje.
Het kan zelfs gebeuren dat uit een dorre tronk nieuw leven gaat bloeien.
Het kan dat jarenlange onvrede van het hart tot vreugde wordt,
dat eenzamen verbondenheid gaan ontdekken
en bedroefden mensen vinden die met hen mee gaan. Blijven meegaan.
Dit is, denk ik, de diepste betekenis van Kerstmis.
Een kerststalletje is romantisch mooi met zijn engeltjes en herders.
Maar het heeft geen enkele zin en betekenis als we niet voelen dat er iemand gaat komen die met ons meegaat. Iemand die blijft meegaan ook in de moeilijkste en de donkerste momenten van ons leven.
Kerstmis heeft geen zin als we het kind blijven knuffelen met kerstbomen en kribbetjes, maar Hem niet uitnodigen om zich neer te zetten aan de tafel van het hart om er met ons het brood van de verbondenheid te breken en te delen.
Daarom moeten we misschien eerst de woestijn in om te luisteren naar de stem van zijn hart en de stem van Johannes.
Amen.
2e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars