In het hart van West-Berlijn, am Wittenbergpplatz, staat KDW: das Kaufhaus des Westen. Daar kun je alles kopen wat je wilt en nog veel meer. Ze hebben daar maar liefst tweeduizend soorten worst! En ook de kaasafdeling is wereldberoemd: nergens vind je zoveel smaken bij elkaar. En op het gebied van wijn worden alle wereldrecords geslagen. Ik heb er vaak gelopen, altijd met het water in de mond en meestal met een te dunne portemonnee…
Ik ging in gedachten terug naar die plaats in de dagen na 9 november 1989, want KDW ligt hemelsbreed maar een paar kilometer van de Muur. En ik zag al die mensen binnengaan in dat smulpaleis, in die ‘etalage van het Westen’. En weet je wat er met me gebeurde…? Ik schaamde me. Ik moest er niet aan denken, al die mensen daar binnen… Al die rijkdom, al die overkill aan consumptiegoederen binnen handbereik, om er even aan te voelen en dan weer met bijna lege handen terug naar huis in (nu voormalig) Oost-Berlijn.
En nu nog: als ik erbij stilsta, komt dezelfde schaamte weer boven. Ik vraag me af: wat is er met mij aan de hand? Ik wist toch dat het evenwicht in de wereld al lang zoek was? Dat de schuldenlast van landen in de Derde Wereld niet los te zien is van onze overvloed? Maar opeens zaten ze in onze winkels, bij ons aan tafel en kijken ze in mijn klerenkast. Zou dat het zijn?
Naarmate de wereld kleiner wordt, naarmate grenzen vervagen en gordijnen opengaan, stellen de vragen zich steeds nijpender: Wat hebben we met elkaar? Sterker nog, toen visioenen even dreigden uit te komen, van wolf en lam en zwaarden en ploegscharen: Wat bindt ons aan elkaar? Welke eisen stelt dat aan ons?
‘Je moet er toch niet aan denken, dat nog meer dromen werkelijkheid worden…’, hoorde ik iemand verzuchten in die weken. Je merkt dat we er nog moeite mee hebben om het allemaal te verwerken. Opeens geen vijand meer, geen duidelijke grenzen, geen afzetgebied voor ons zwart-wit gevoel. En even voel je hoe je wereldbeeld wankelt, hoe je zelf duizelt. Datgene waar we jarenlang voor gebeden hebben (de bekering van Rusland, ontwapening en vrede, het einde van de Koude Oorlog en de afgang van het goddeloos communisme), opeens is het binnen handbereik. En toch voelde ik me niet alleen maar blij. Ik zei het al, ik schaamde me. Want des te meer besef je hoezeer het evenwicht zoek is. Een wereld opgedeeld in eerste, tweede en derde rang. Wat doe je als je dromen werkelijkheid worden? Hoe ga je verder? Ik heb het gevoel dat het er nog meer op aankomt. Dat een uitzuivering nodig is, tussen kaf en koren. Of je wilt zorgen voor vruchten die passen bij bekering. En neem geen houding aan van: wij hadden het al die tijd al bij het rechte eind. Want zo is het niet. Het rechte eind…? Tweeduizend feestartikelen en nog geen feest. Zoveel soorten drank en toch een immense dorst naar leven. En ook bij ons nog zoveel eerste, tweede en derderangsmensen. Een verpleegtehuis waar mensen incontinent worden omdat er geen tijd is (door bezuiniging) hen op tijd te begeleiden naar het toilet. Om je te schamen. We lezen dat de welvaart stijgt aan het einde van de jaren tachtig. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat van die welvaartstijging 64% terecht is gekomen bij werkgevers, en 5% bij werknemers. En uitkeringsgerechtigden prijzen zich gelukkig als ze er niet op achteruit zijn gegaan. Om je te schamen.
Onze adventshoop blijft gevestigd op iemand op wie de Geest des Heren rust, een geest van wijsheid en verstand, van goede raad en sterkte, een geest van liefde die eindelijk kleinen recht doet en die de uitbuiter zal striemen met de gesel van zijn mond! Het wemelt van tekenen dat zijn Rijk eraan komt.
Vandaag staat een wan centraal in onze viering. Een uitnodiging aan ons, kaf en koren te scheiden, ons af te vragen wat werkelijk waardevol is. ‘De wan heeft Hij in zijn hand’. Hij die zelf bij ons wil wonen, niet in glitter en glamour, niet bedolven onder boterbergen en kaassoorten, maar gewoon, klein, arm, lief…
2e zondag in de advent A
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars