2e zondag in de advent A

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Johannes de Doper is een streng man en zelfs een zonderling: “een kleed van kameelhaar, sprinkhanen en wilde honing”. Hij stemt niet voor een traditionele partij. Zijn kozijn Jezus ook niet. Dat hebben beiden dan gemeen. Het schijnt in de familie te zitten.

Johannes denkt dat Jezus nog strenger zal zijn: “Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren. Maar Hij die na mij komt zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Hij zal zijn dorsvloer grondig zuiveren, het kaf verbranden in onblusbaar vuur”.

De Doper vergist zich. Het grondig verschil zal vlug blijken tussen de Messias en de Voorloper, tussen de Weg en hem die de weg bereidt, tussen de Bruidegom van Israël en de vriend van de Bruidegom, tussen de Priester van het Nieuwe Verbond en de profeet van het Oude Verbond, tussen de Heilige Geest van Jezus’ doopsel en het water van het doopsel van Johannes, tussen Hem die “van boven” komt en Johannes die Hem op aarde verwacht. Onder de toehoorders van Johannes bevinden zich “vele Farizeeën en Sadduceeën”. Zij zijn de leiders van de traditionele partijen. Ook zij komen “om gedoopt te worden”. Johannes vindt bij hen geen vruchten van bekering. Ook Jezus zal ze bij hen maar zelden vinden. Wat zal zijn reactie zijn?

Johannes was van het ras dat het ernstig meende. Hij geleek op de leden van een groep die zich in de woestijn had teruggetrokken en die wist dat God niet met zich laat spotten. Zij vormden een soort extreme partij. Zij waren de zuiveren, die van geen compromis wilden weten. Ze noemden zichzelf “de uitverkorenen”. Het waren perfectionisten, radicalen. Een kern onder hen leefde in strenge gemeenschap. Arbeid, gebed, offer, zuivere rechtspraak, huwelijkstrouw, Messiasverwachting, sober eten en drinken, armenhulp, al wat religieus, edel en schoon was, waren voor hen geen ijdele woorden.

Waren de “vruchten van bekering” niet enkel en alleen bij hen te zoeken? Waren zij geen voorbeeld van zuiver geloof, in tegenstelling tot de tempellopers? Zochten zij geen vernieuwing, in tegenstelling tot de Farizeeën en Sadduceeën? Waren zij niet de hervormers die het volk met zijn lamme leiders uitspuwden? Was hun leven niet bezield door dezelfde Heilige Geest die Jezus naar de woestijn zou drijven? Zou die daarna niet alle anderen veroordelen?

Wie bij de compromissen bleef, zoals de Farizeeën en de Sadduceeën, verkoos eigenlijk het eigen rijk op aarde boven “het Rijk der hemelen”, boven de nabijheid van Gods Rijk, boven een God die nabij dreigde te komen. Waar God de mensen nabij komt worden ze vrij, zijn ze moeilijker te manipuleren.

Wie zich voorbereidde op de komst van de Messias, zou Johannes volgen met hart en ziel, Gods nabijheid desnoods in extremisme zoeken, zijn afwezigheid in de maatschappij vervloeken, met de vuist desnoods rechtvaardigheid eisen, bij de anderen “vruchten van bekering” afpersen.

Jezus perst geen “vruchten van bekering” af. Hij brengt ze zelf voort en laat ze proeven, Hij leert ze smaken en genieten. Hij brengt zelf Gods Rijk nabij. Hij laat God heersen onder de mensen. Hij leert dat God heerst zoals vrede en gerechtigheid heersen, vrede en menselijkheid. Hij leert barmhartigheid en geen offer.

Compromissen zijn vruchteloos en radicalisme brengt geen vruchten voort. Wie zichzelf wil bekeren of anderen bekering wil opleggen, heeft eigenlijk geen Jezus nodig. Hij leert offer en geen barmhartigheid. Wie Johannes volgt tot bij Jezus ontdekt dat het God is die oproept “tot vruchten die passen bij bekering”, en dat Hij het ook is die de vruchten schenkt…

Zoeken in Preken Online