2e zondag in de advent A (1998)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Vrij en blij door het leven gaan, dat willen we allemaal maar al te graag. Vrij en blij genieten van al de mooie dingen die het leven ons kan bieden, dat is ieders droom. En de vlinder is hét symbool van die vrijheid en blijheid. Kijkend naar een vlinder, voelen we iets van jaloezie zoals die vrolijk rondfladdert van bloem tot bloem, en snoept de honing die het tegenkomt.
Zo’n vrije blije vlinder zouden we allemaal wel willen zijn. Maar we vergeten vaak dat die vlinder eerst een rups is geweest, een langzaam en traag diertje, helemaal geen schoonheid. Die rups werd een vlinder door zich te verpoppen, door een periode van inkeer, van omkeer, van bekering, van verstilling waarin zich een gedaanteverandering voltrekt. Alleen daardoor werd die rups zijn nieuwe zelf: die vrolijke vlinder, die vrij en blij rondfladdert.
En als wij echte vrije mensen willen zijn, willen worden, dan zullen we zo’n zelfde proces moeten doormaken. Dan moeten ook wij een innerlijke gedaanteverandering ondergaan. Dat kan alleen gebeuren als je stil wordt van binnen, als je stil staat bij de wezenlijke waarden in en voor de mens, een proces van inkeer, van omkeer, van bekering. Alleen zo kunnen we ontdekken wat echte vrijheid eigenlijk is, alleen zo kunnen we nieuwe mensen worden, die vrij en blij in het leven kunnen staan.
Vrijheid is een vlag die vele ladingen dekt. Voor sommigen is vrijheid: niet in de gevangenis zitten. Voor anderen is vrijheid: in een niet bezet of belegerd land wonen. Voor weer anderen is het: kunnen denken en zeggen en geloven wat je zelf wilt. Of vrijheid is: zelf kunnen beslissen over je leven, over de koers die je wilt gaan. Soms lijken mensen te denken dat vrijheid is: alles kunnen doen en laten wat je maar wilt, door niets en niemand gebonden te zijn. Maar die vrijheid brengt geen blijheid, ze is een stuk zelfbedrog.
De ware vrijheid zit van binnen. Je bent pas vrij als je van binnen een evenwicht bereikt hebt tussen al die verschillende neigingen en uitnodigingen die aan je trekken. Je bent pas echt vrij als je keuzes kunt maken die gegrondvest zijn op overtuigingen, op een diep geworteld besef van wat werkelijk van waarde is in een leven. Dan kun je je ook in vrijheid binden aan normen, aan waarden, aan mensen. En wie dat niet kan, is ook niet echt vrij, die mist ook de echte blijheid in het leven. Je zou ook kunnen zeggen: je bent pas vrij als je jezelf hebt kunnen temmen.
Jezelf temmen, dat klinkt wellicht heel vreemd en toch zit er veel in: je zelf onder controle hebben, niet als een stuk pure zelfbeheersing, niet als een facade naar buiten toe, maar vanuit een innerlijk evenwicht, vanuit een levenshouding waarin je je hebt vrijgemaakt van allerlei overbodige en vaak schadelijke invloeden en banden.
In de eerste lezing hoorden we het visioen van Jesaja: wolf en lam, vreedzaam samen. Panter en bokje: ze kunnen samen door dezelfde deur. Leeuwewelp en kalf, ze zitten naast elkaar aan dezelfde tafel. Tamme dieren naast wilde beesten die helemaal tam geworden zijn. De roofdieren zijn geen roofdieren meer, want ze doen de andere dieren geen kwaad: ze zijn allemaal getemd, niet met strakke hand zoals een dierentemmer dat doet in het circus, maar van binnenuit met genegenheid, mildheid en begrip.
Een schitterend visioen, letterlijk te mooi om waar te zijn. Zoiets kan niet, niet in de dierenwereld, niet in de mensenwereld. En als we om ons heen kijken hebben we eerder de indruk dat het andersom gaat: dat tamme beschaafde mensen worden als wilde beesten.
Overal waar oorlog woedt zie je hoe mensen hun menselijkheid verliezen en worden als wilde beesten, en wreedheden begaan. Maar ook in onze eigen samenleving gebeuren soms dingen waarvan je denkt: hoe kan een redelijk mens zoiets nu doen? Blijkbaar schuilt er iets van een roofdier in elke mens, en als hij of zij zichzelf niet in de hand heeft, zichzelf niet temt, komt dat naar buiten en verslindt het wie het tegenkomt. En toch, worden we steeds weer uitgedaagd om die droom van een vreedzame, een vrije en blije samenleving levend te houden. En deze adventstijd roept ons op tot dromen van het licht tot inkeer, verinnerlijking, om die droom waar te kunnen maken.

Zoeken in Preken Online