De prooi en het slachtoffer (2001)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

ONVEILIG

‘Ik durf ‘s avonds niet meer over straat!’ De vrouw die het zei was al oud en niet meer vast ter been. Ik weet dat die angst bij veel meer mensen leeft. Toch zou je die eerder verwachten bij mensen in Heerlen en vooral rond het station…, maar hier in Voerendaal? ‘Ik maak na zeven uur ook niet meer de deur open’, verzekerde ze. ‘Nee, de wereld gaat hard achteruit. Vroeger kon je in het hartstikke donker veilig tot naar Hoensbroek lopen. Ik was nergens bang voor!’ ‘Vroeger?’, vroeg ik. ‘Wanneer was dat?’ ‘Nou’, zei de vrouw, ‘toen ik 18 was. Zo rond 1938.’
Ik hield mijn mond. Natuurlijk. In die jaren kon je veilig over straat. Niks aan de hand. Als je tenminste niet in Duitsland woonde. Als je tenminste niet Jood was. Of zigeuner. Of homoseksueel. In de jaren, die de vrouw zich herinnert als veilig, zijn miljoenen mensen vermoord. Niet door een geflipte zwerver, maar van staatswege!
Ik wil niet zeggen dat onze tijd beter is dan die van mijn grootvader, maar wel dat het kwaad er altijd is geweest en dat het altijd groot is geweest. Het kwaad is niet begonnen bij de aanslagen in New York. Het kwaad hoort bij de wereld. Er bestaan panters en geiten; zonsondergangen en vulkaanerupties; zacht briesjes en tornado’s, beren en kalfjes, prooien en slachtoffers.

DARWIN

Toen Darwin aan het eind van de negentiende eeuw met zijn evolutietheorie kwam, kreeg hij veel tegenstand uit christelijke hoek. Darwins aanhangers beschuldigden de gelovigen van domheid. Zij dachten dat de kerk moeite had met de evolutietheorie, omdat deze met het scheppingsverhaal in strijd zou zijn. Maar zo eenvoudig lag het niet.
Er waren genoeg christelijke geleerden die wisten dat er twee heel verschillende scheppingsverhalen in de bijbel staan. Ze zijn dus geen voorwetenschappelijke verklaring van het heelal. De zogenaamde scheppingsverhalen gaan over andere dingen: over de rangorde in de schepping, over de heiligheid van de sabbat, over verliefdheid en zoveel dingen meer.
Er waren Christelijke geleerden die een heel ander bezwaar hadden. Darwin beweerde dat de voortgang in de schepping slechts een gevolg was van de voortdurende overwinning van de sterkste. Het wonder dat het hogere uit het lagere ontstaat, verklaarde hij met een ‘struggle for life’. De panter vreet het geitje, de leeuwin jaagt op het kalf. De sterkste wint en plant zich voort. Heel de schepping is één groot gevecht van eten of gegeten worden. Dat de schepping zo in elkaar zou zitten, kon er bij de gelovige niet in.
Wie had er gelijk? Voor een deel hadden de Darwinisten gelijk. Ja, er valt met de evolutie-theorie heel wat te verduidelijken. Maar voor een ander deel hadden de Christenen het bij het rechte eind. Hun zorg was niet zonder grond. Enkele decennia na Darwin ontstonden er theorieën over ‘Übermenschen’ en ‘Untermenschen’ en over het recht van superieure rassen om inferieure volkeren uit te roeien.

WERKELIJKHEID EN DROOM

De gelovige mens neemt een wrede wereld waar. Een wereld van oorlog, van volkeren die elkaar willen overheersen. Een wereld die op jacht is naar olie en diamanten. Een wereld die voortdurend in gevaar is en in ontwikkeling. Dat is de harde werkelijkheid. En het is al eeuwen zo. Het was zo in 1938, in 1918, in 1345, in 765…
Aan de andere kant koestert de gelovige een droom, een verlangen. De hoop dat de panter zich neervlijt naast het geitje. De hoop dat zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen. Ons geloof bezweert ons om ons niet neer te leggen bij discriminatie. Ons geloof zegt zelfs dat de zwakke mens onze aandacht verdient. Ons geloof zegt dat onze God mens wordt is in de naakte die gekleed, de hongerige die gevoed en de dorstige die gelaafd moet worden.
Daarom houd ik vast aan die hoop. Ook als oorlog toeslaat en haat groeit; als huizen in brand worden gestoken omdat men verslaafden vreest… (Ik vrees brandstichtende burgers meer dan verslaafden!)
Zelfs als de dood knipoogt, kan er een visioen van God zijn. George Harrison, de overleden ex-Beattle, had een laatste boodschap: ‘Hou van elkaar’. Daarna rekende hij op de vrede van de Eeuwige.
De wereld zal wel blijven vechten. Laten wíj dan blijven zingen, met Jesaja, over Gods Rijk.

CIRCUS CLOWN

Lieve kinderen. Pim stond voor me met de handen in de zij. Hij keek me aan met grote pret-ogen. ‘Kom je naar mijn circus?’ Zo! Ik wist niet dat Pim circusdirecteur was. ‘Natuurlijk. Wanneer begint het en waar moet ik zijn?’ Enfin, ‘s middags zat ik bij Pim in de tuin. Hij had er een tent neergezet. Boven de opening hing een bord. ‘Circus Clown’ stond erop. Ik bukte me en ging naar binnen. Het eerste nummer begon. Pim kwam binnen met een poes. De poes zat aan een riempje. ‘Dames en heren, dit is Minoe. Ik heb Minoe een kunstje geleerd. Kijk naar mijn assistente.’ Daar kwam Laura binnen kruipen. Ze had balletschoentjes aan en een kort rokje. In haar hand had ze een riem met Bello. Bello was een grote zwarte hond. ‘Zoals u weet’, ging Pim verder, ‘hebben de kat en de hond altijd ruzie. Nou komt mijn grote truc. Ik heb ze geleerd om lief te zijn.’ Ik kreeg het Spaans benauwd. Als Bello en Minoe elkaar dadelijk nou eens dood beten waar ik bij zat! Pim rommelde wat in de hoek van de tent en kwam met een bak voer te voorschijn. Toen maakte hij het riempje van Minoe los, en Laura dat van Bello. Ik kneep mijn ogen dicht, maar even later zag de twee dieren vredig naast elkaar uit hetzelfde bakje eten. Enthousiast begon ik te klappen maar toen sprong Minoe bang weg, Bello begon te grommen en Pim werd boos. ‘Volgend jaar doe ik het met Minoe en een muis’, verzekerde de circusdirecteur. En daarna moet je het eens met mensen proberen, dacht ik nog.

Zoeken in Preken Online