Beste vrienden,
Ik heb me al dikwijls afgevraagd wat er wel in de mensen moet zijn omgegaan, die toen vanuit Jeruzalem en de ganse omliggende streek naar de woestijn trokken om een man te zien en te beluisteren die we, nu zowel als toen, alleen maar als “alternatieveling” of een soort van “paradijsvogel” zouden omschrijven. Het waren ook niet alleen de armen die rondom Johannes samentroepten. In zijn invloedssfeer vond je ook intellectuelen, geleerden, ambachtslieden en boeren, zowel religieus afzijdigen als vromen.
We weten dat de tijden toen moeilijk waren. Politiek, maatschappelijk en ook religieus was er heel veel scheefgegroeid. Onoverzichtelijkheid, intriges en machtsmisbruik tierden welig en veel mensen voelden aan dat het zo niet meer verder kon.
Wie op zulk moment met eenvoudige maar zeer duidelijke woorden sprak, en ook nog eisen stelde die hij door zijn eigen levenswijze kon funderen, die kon op een grote toeloop rekenen.
En zo was het bij Johannes, die door zijn ascetische levenswijze zeker meer dan overtuigend overkwam bij de mensen van zijn tijd. Maar, ondanks het succes van zijn begeesterende preken in de woestijn voelde hij toch aan dat zijn tijd eigenlijk voorbij was. Ondanks de grote hoeveelheid toehoorders en de vele volgelingen voelde Johannes dat er een nieuwe wind opstak; dat er iemand op komst was die niet alleen met water, maar met vuur en met de Heilige Geest zou dopen. Misschien voelde hij ook aan dat donderpreken vol bedreigingen en voortdurend oproepen tot boetedoening niet meer zouden volstaan om de toekomst aan te kunnen. Daarmee kan je, gedurende korte tijd, een grote invloed op mensen uitoefenen. Maar of een dergelijke boodschap van ommekeer en boete ook werkelijk het hart van de mensen raakt, dat valt toch te betwijfelen. Dat heeft onze Kerk in haar lange geschiedenis ook sterk mogen ervaren. Hoeveel voorbeelden zijn er niet, waar altijd weer werd geprobeerd om de mensen onder dreigementen en sancties in een bepaalde controleerbare richting te sturen, hen als het ware angstig en berouwvol met hun neus in het stof te duwen. Alleen: op lange termijn kan de vrijheids- en de creativiteitsdrang van de mens niet worden beknot. Johannes heeft in elk geval aangevoeld dat zijn boodschap weliswaar bij veel mensen aansloeg, maar dat deze in hun binnenste toch de ouden bleven. Een ervaring die Jezus een tijd later ook heeft en die Hij omschrijft met de woorden: Het volk eert mij met de lippen, maar in hun hart zijn ze ver van mij verwijderd!
Misschien zegt u nu: “maar wat is er in de bekeringsboodschap van Jezus dan zo anders dan in die van Johannes?” En ik geef u gelijk. Jezus verkondigt niet het radicaal tegengestelde; ook Hij is geen “Softie”. Neen, “onze lieve Heer” gebruikt soms ook zeer drastische woorden. Hij breekt in Wee geroep uit over de verstoktheid van de mensen, hij predikt de gerechtigheid Gods en bezweert met een doordringende woordkeuze de ernst van de tijd.
En toch waait door zijn manier van omgaan met de mensen een andere, een nieuwe geest door het land. De mensen om Hem heen voelen aan dat Hij bezield is door een Liefde die rechtstreeks van God komt. Bij Hem voelen ze een nieuwe Geest aan het werk, een Geest die de mensen laat herademen en die iedereen in zijn nabijheid terug heel maakt. Een geest die de mensen terug integreert in de gemeenschap, die hen terug aanzien verschaft en hen bemoedigt om opnieuw te beginnen. Wat zij voelen is de consequentie van een liefde die eerst een voorschot aan vertrouwen geeft. Die eerst aanneemt en Ja zegt, en niet: “eerst dat doen, en dan…” Neen, het is veeleer een liefde die zegt: “Je geloof heeft je geholpen.” Jezus draait de verhoudingen om. Hij vertrouwt erop dat elke mens in zijn oorsprong goed is. Daarom doet Hij alles om het goede in de mensen te versterken en, daar waar het is ondergesneeuwd, het terug vrij te maken. Hij bereikt dat door de mensen op te zoeken, door hen tegemoet te komen en hen te laten voelen dat ze geaccepteerd zijn. Met andere woorden: volgens het principe “Goed worden door goedheid”. Tafelgemeenschap, contacten, gesprekken, aanrakingen, elkaar aankijken, waarnemen, bij de hand nemen, allemaal elementen van goedheid. En dat, daar zal u het ook wel met mij eens zijn, heeft niets te maken met de mildheid van een oude, krachteloze, grijsaard. Het is veeleer de goedheid die hier een actieve eigenschap wordt die herkent hoeveel goedheid er in een mens aanwezig is. Jezus richt de mensen op en laat hen hun blik naar boven richten, naar de barmhartige, liefdevolle Vader. Een dergelijke houding kan echter pas dan als echt worden ervaren wanneer ze ook bereid is om er ook de nadelen van te aanvaarden. Want Jezus laat zich door het gefluister en het geroddel van de anderen er niet van weerhouden om vooral ook die mensen op te zoeken en te ontmoeten wier reputatie niet al te best is. Hij gaat bewust naar hen toe. Hij kijkt naar de mensen zoals de “kleine prins” van Saint Exupéry, met de goedheid van zijn hart.
Blijft voor ons toch nog de vraag: Indien dat werkelijk zo is, waarom lukt het dan maar zo weinig mensen om hun leven positief te veranderen? Waarom geven er zo velen die ommekeer op en hervallen in hun dagelijkse routine? Ik vermoed dat veel mensen te veel van zichzelf vragen omdat ze denken dat ze er niet zullen in slagen om van vandaag op morgen hun ganse leven veranderen. Maar dat is ook maar in zeer uitzonderlijke gevallen nodig. Meestal lukt ons dat wel in vele kleine stapjes. Ommekeer is een houding die je niet in vijf minuten kan verwezenlijken en dan kan worden afgesloten. Het is daarentegen een houding die je steeds weer moet inoefenen, je ganse leven lang. Als ik erin slaag om mijn leven elk jaar om twee graden te draaien, dan heb ik reeds 45 jaren nodig om een kwartslag te verwezenlijken. Jullie voelen ook wel aan dat dat zonder enorm veel geduld niet te verwezenlijken is. Daar hebben wij een lange adem voor nodig en die moet blijken uit het feit dat we ook open staan voor correcties. Daarom de oproep tot bezinning bij het begin van elke eredienst. Daarom de retraites in de kloostersom het eigen leven te overschouwen. Daarom ook de gemeenschappelijke boeteviering waarbij we impulsen krijgen over de sociale impact van onze gedragingen of van ons gebrek aan nadenken. Ik ben er vast van overtuigd dat niet alleen grote bedrijven hun processen continu moeten verbeteren en op punt stellen om optimaal te kunnen functioneren, maar ook al die mensen die hun leven op een Christelijke leest willen schoeien. Het gevolg van een dergelijke houding zou kunnen zijn dat ik eerlijker tegen mezelf ben. Dat ik mijn grenzen duidelijker kan zien en ook meer gelaten kan reageren wanneer ik die grenzen bereik. Ik laat me ook niet door elke kritiek de grond in boren, maar ik ga na in hoever dat invloed heeft op mijn verhouding tot God. Open staan voor kritiek betekent immers niet dat je elke kritiek klakkeloos moet aanvaarden, maar dat je die, onder de barmhartige ogen van God, kan toetsen aan je geloof.
De grote bevrijdingstheoloog Leonardo Boff heeft ooit gezegd: Ommekeer betekent zich steeds weer teder en krachtdadig, bezinnend en geëngageerd, oplettend en gelaten, in te zetten voor datgene wat Jezus bedoelt met “leven voor elkaar”.
Laten we dat in deze Advent proberen, dan zullen we in onszelf en om ons heen echte wonderen kunnen beleven.
Amen.