De priester staat weer in het paars aan het altaar en de adventskrans is weer te zien, we naderen dus Kerstmis. Advent: men zegt: een tijd van waakzaamheid. Je zou evengoed kunnen zeggen: de tijd om onszelf eens een paar vragen te stellen: waar sta ik? Waarvoor leef ik? Leef ik nog wel of laat ik mij leven, zoals dat ging in de dagen van Noë, of zoals Jezus hem noemt: Noach. Die mensen leefden, zo zegt het evangelie, van eten en drinken, van opstaan en slapen gaan, zij leefden op het ritme van elke dag, met af en toe een bruiloft als variatie. Een stukje prehistorie als het ware uit de mond van Jezus.
In de tijd van Noach werden de mensen eenvoudigweg meegezogen in de trend van het dagelijkse leven, maar, zegt de Schrift, Noach was anders: hij bleef temidden van zijn landgenoten een rechtschapen leven leiden. Hij voelde ook de zuigkracht van zijn tijd en van zijn omgeving, hij maakte dezelfde alledaagse dingen mee, maar hij verloor zijn hart niet aan die dingen, hij richtte heel zijn leven naar de geboden van de Heer.
‘Dan zullen er twee op de akker zijn, zegt het evangelie, de één wordt meegenomen en de ander achtergelaten’. Zo gaat het nu nog. De mensen zien hetzelfde om zich heen gebeuren, zij kijken naar dezelfde T.V.-programma’s, ze lezen dezelfde berichten in de krant, de één wordt erdoor geschokt en laat zich meevoeren, de ander blijft onbewogen. De één laat zich aanspreken door de nood van medemensen, de ander laat alles aan zich voorbijgaan. De één zet zich in voor Welzijnszorg, steunt Memisa of Artsen zonder grenzen, de ander gaat eraan voorbij met de opmerking: daar moet de regering maar voor zorgen. De één leest een oproep in het parochieblad onder de rubriek ‘Daden gevraagd’ en vraagt zich af: ‘Zou ik voor dat noodgeval ook niet iets kunnen overschrijven? Als ik het niet doe, wie moet het dan wel doen?’ De ander leest het zelfde bericht en weet meteen: ‘Dat gaat ook wel zonder mij, als je daarmee begint weet je niet waar je ophoudt.’
Vrienden, zou je soms niet denken dat het nog geen zier veranderd is in vergelijking met de tijd van Noach? We zeggen allemaal: ‘wat we nu toch beleven!’ Onlangs hoorde ik van een meisje dat zei: ‘Ik ben al aan mijn vierde papa toe’. Waaraan ligt dat toch? Bericht in de krant van gisteren: ‘Als je die vrouw met haar hoofddoek niet ontslaat uit je fabriek gaat je zaak er aan’. Hoe is dat toch mogelijk als mens om met zoiets te dreigen? Een voetbalmatch tussen Club Brugge en Utrecht is een risicomatch: niet minder dan 400 politiemannen daarvoor gemobiliseerd. In welke tijd leven wij? Ouders vragen het vormsel aan voor hun kind, maar op grond waarvan? Om te kunnen feesten, de rest is van geen tel.
We weten al lang dat de zondvloed ten tijde van Noach geen historisch gebeuren is. Zoals we het lezen is het niet gegaan, en God is geen God die er op uit is om mensen te treffen en te straffen. Zet zoiets in Gods naam maar uit je hoofd. Maar zijn de mensen niet bezig met zelf een soort zondvloed voor te bereiden? MOET het niet uitdraaien als het zo voort gaat op een onoplosbare warboel, nog onoplosbaarder dan de werkloosheidscijfers?
En dan weet ik wat je nu denkt: wat kunnen wij er aan doen? Het is niet omdat ik priester ben dat ik het zo zeg, maar dàt is het: we moeten waakzaam worden en een beetje meer het woord van Jezus in acht nemen. Zo moet ons leven een stuk ADVENT zijn.
Misschien klinkt dit alles als een soort alarmsignaal voor een storm, of voor een zondvloed als ik bijbelse taal wil gebruiken. Dat er ook mooiere dingen gebeuren is zuivere waarheid. Welzijnszorg heeft de laatste jaren al heel wat bereikt, 11.11.11 had weer een hogere score, op de radio hoorde ik een in de bloemetjes zetten van een ‘bovenste beste buurman’ en de verhalen daar rond zijn vlakaf mooie en deugddoende verhalen. En ook op Aartrijke zijn er wel mensen die in aanmerking zouden komen, wees daar maar zeker van.
Het is een lied van Ramses Shaffy: ‘We zullen doorgaan’. Jawel, wij als volgelingen van Jezus van Nazareth: wij zullen doorgaan met onze inzet voor een betere wereld. Want, zegt de Bond Zonder Naam: ‘Vandaag niets doen is morgen leven als gisteren.’
1e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars