OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, de advent is begonnen. We zien uit naar de komst van de Messias; naar Hem, die nieuwe liefde en nieuw vuur wil brengen in onze gewonde wereld, in de Kerk en in ons eigen leven. Hoe willen we Hem ontmoeten?
Dat is een vraag, die de Nederlandse bisschoppen in hun jaarlijkse adventsbrief stellen. Zij willen onze bijzondere aandacht vragen voor deze ontmoeting met Jezus Christus, de mensgeworden Liefde, in gebéd en éredienst.
De bisschoppen herinneren ons aan de prachtige encycliek van paus Johannes Paulus II over het mysterie van de Eucharistie als het hart van de Kerk, en de huidige paus riep als eerste ambtsdaad een Synode over de heilige Eucharistie bijeen.
Waarom die grote aandacht voor de eucharistie? Omdat volgens de bisschoppen geloof en kerk-zijn begint en eindigt met eerbied voor de verrezen Heer in ons midden. En de mooiste en de hoogste wijze van aanwezig-zijn, broeders en zusters, is Onze Heer Jezus Christus in de heilige eucharistie.
Wij zullen dan ook horen hoe de bisschoppen ons vragen om trouw te zijn in de zondagse viering van de eucharistie. Wie met kerstmis een bijzondere genade wil ontvangen, kan dat te kennen geven door ‘s zondags trouw naar de kerk te komen. Wij kunnen Jezus niet dwingen ons zijn genade te geven. Laten wij doen wat wij wèl kunnen. Laten wij van deze heilige advent een bijzondere tijd maken, een tijd van extra liefde voor God en medemens. Ik ben ervan overtuigd dat ook de kerst dan een tijd van bijzondere genade wordt, dat wij zullen ervaren dat Jezus Christus werkelijk mens is geworden; in een stal, maar ook in ons hart, ja, in heel ons leven.
Voor de keren dat wij ons vorig jaar niet aan onze goede voornemens hebben gehouden - - of nog erger - dat wij helemaal geen goede voornemens hadden gemaakt, vragen wij nu samen om vergeving. Zonder goede voornemens worden de wij en de wereld niet beter.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, onze Vader, van U zijn de eeuwen en de tijden, de dagen en de nachten. Laat niet toe dat wij leven alsof wij niets meer te verwachten hebben. Wek in ons hart een heilzame onrust omwille van het uur waarop uw Zoon zal wederkomen, Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst … . Amen.
PREEK
Broeders en zusters, als Jezus Christus niet aanwezig is in àl ons bidden en werken zal het nooit goede en blijvende vruchten dragen. Politiek, economie en wetenschap zijn belangrijk, maar vrede is een gave van God, een gave, die wij moeten verdienen door goed te bidden en te werken. Een klein kistje kan waardevol worden als je er bijvoorbeeld goud of diamanten in bewaard. Zo krijgt ook ons leven eeuwige waarde, waardigheid, als wij Jezus Christus een plaats in ons leven geven. Christus heeft door te sterven al ons kwaad goed gemaakt. Christus heeft door de dood te overwinnen ons leven een totaal nieuwe richting gegeven. Door Christus is er vergeving en verlossing. Door Christus mogen wij hoopvolle mensen zijn, mensen met een toekomst.
Broeders en zusters, wij kunnen Jezus Christus vinden, ontmoeten, in zijn volk, in zijn woord, in de persoon van de priester ook, maar het Hart van het Lichaam van Christus is de heilige Eucharistie. Nergens is Hij zo sterk, zo volmaakt aanwezig als in de Eucharistie. Daar is Hij met heel zijn godheid en mensheid aanwezig om ons te sterken, te voeden en te heiligen. Dat gezegd hebbende vragen de bisschoppen ons welke plaats wij de goddelijke eredienst in ons leven geven?
De bisschoppen vragen of wij ons weleens terugtrekken om alleen te zijn met God? Of wij weleens samen met onze partner bidden, samen met de kinderen? Zij wijzen erop, dat wij allerlei sacramenten willen ontvangen, maar vragen ons ook of wij nog weleens het sacrament van boete en verzoening ontvangen, omdat - zoals de bijbel zegt - niemand zonder zonde is. De biecht - zo zeggen ze - is het meest bevrijdende sacrament. Het zuivert ons hart en ons leven en bereidt ons voor op de ontmoeting met Christus in de heilige communie.
De bisschoppen vragen of wij voldoen, kunnen voldoen, aan de dringende vraag van God en de Kerk om de Dag des Heren te heiligen door ‘s zondags de Eucharistie te vieren?
Misschien dat sommige mensen de viering saai vinden. Dat is mogelijk. Wij moeten natuurlijk ons best doen om de viering in alle opzichten zo goed mogelijk te verzorgen. Maar… wat brengen wijzelf mee naar de kerk? Ploffen wij neer in de bank en kijken en luisteren wij met de armen over elkaar? Dat is een gesloten houding. Wij moeten willen ontvangen. Wij moeten ons hart openen. Een toeschouwer merkt alleen wat wij doen en zeggen. Iemand die komt om te vieren, om te ontvangen en om te geven, die ervaart Jezus’ liefde. Een viering kan best spannend zijn, grote dingen in ons leven doen… als wij maar grote verwachtingen hebben. Uitkijken naar de ontmoeting met onze Verlosser. Wie echt viert is werkelijk aanwezig in de zaal van het Laatste Avondmaal en op de berg Golgotha. Wie werkelijk met zijn hart bij het altaar is, zijn vreugde en verdriet wordt door Christus meegenomen naar de hemelse Vader.
Eucharistie vieren, zeggen de bisschoppen, is veel meer dan alleen breken en delen. Doordat wij allen dezelfde Christus ontvangen ontstaat er een nieuwe eenheid met Hem en met elkaar. Hij helpt ons om te doen als Hij: bedroefden troosten, armen bijstaan, verdrukten laten gaan in vrijheid.
Aan het einde van hun brief spreken de bisschoppen nog eens over de kwestie dat onze relatie met God het hart is van ons geloof. Deze relatie vraagt liefde en eerbied.
Christus zegt, dat wij God moeten liefhebben met heel ons hart en heel onze ziel, met al onze krachten en met heel ons verstand - kortom met alles wie en wat wij zijn - en onze naasten liefhebben als onszelf. Dat betekent, dat je niet God kunt liefhebben en tegelijk je hart sluiten voor je naaste in nood, maar het omgekeerde is ook waar: je kunt niet je naasten liefhebben en tegelijk je hart sluiten voor God, die de Vader is van je naaste. Je moet geen familieleden buitensluiten.
Geloven, broeders en zusters, is niet een kracht of energie. Het is een beweging tussen twee harten. God is een persoon. Ieder van ons is een persoon. Wij willen allemaal liefhebben, maar ook zelf bemind worden. Ook God wil bemind worden. Voelen wij weleens warme liefde voor God? Zo niet, dan voelt God zich al bemind, Hij wordt er warm van als wij vragen, smeken, om zo’n liefde voor Hem.
Liefde kan niet zonder eerbied. Eerbied is het goede in de ander zien en daarom houd je van die ander. Zonder eerbied voor God verdwijnt uiteindelijk ook de eerbied voor de mens, voor het leven en voor de natuur. Wij zien het in de wereld om ons heen gebeuren. Hoe meer God uit de wereld verdwijnt, hoe minder eerbied er is voor het leven en voor het mijn en dijn.
De bisschoppen vertellen hoe de Joodse rabbi’s vol eerbied buigen naar plaats waar de heilige Thora zich bevindt, de heilige wetten van God via Mozes gekregen. En wie op tv of in het echt weleens een Oosters-orthodoxe viering heeft meegemaakt, die weet hoe ook deze mensen er diep van doordrongen zijn dat zij staan voor het heilige aangezicht van God. Wat doen wij om te uiten dat ook wij dat besef hebben? Gaan wij net als de herders en de wijzen weleens op de knieën of als dat moeilijk is, maken wij bewust een buiging voor God?
Beste medegelovigen, dat God tot de mensen is gekomen is een groots en ongekend mysterie. Geen enkele godsdienst viert wat wij vieren. Wij vieren het met kerstmis en in de Kerk en in de sacramenten gaat het iedere dag verder. Maar wij moeten er voor oppassen om deze heilige aanwezigheid achteloos te naderen. Daarvoor is God te groot. Toen Mozes tot Gods aanwezigheid in de brandende braamstruik nadere riep God hem toe dat hij zijn schoenen moest uitdoen, want de grond waarop hij liep was heilige grond. Wij hoeven onze schoenen niet uit te doen, maar van binnen moet wij wel volop beseffen op een heilige plaats te zijn. Loop voor en na de viering nooit zo maar aan het tabernakel voorbij zonder even te knielen of te buigen.
De bisschoppen eindigen met een vraag om gebed voor de Kerk van Nederland. Gebed voor roepingen. Gebed met en rond Maria om te verkrijgen, dat het Rijk van God opnieuw mag komen in onze wereld. Ons stukje van de wereld is zo rijk, maar tegelijk zo arm.
Laten wij allemaal proberen om tijdens deze heilige adventstijd ons meer bewust te worden van Gods aanwezigheid in Kerk en wereld. Wij eren God daarmee en hebben Hem lief. Het is goed voor onszelf, want voelen meer de kracht en de aanwezigheid van God. Het is ook goed voor anderen, want wij zijn op onze beurt een levend sacrament, een levende bron van kracht voor de mensen om ons heen.
De bisschoppen wensen ons een goede adventstijd, een goede voorbereiding op het kerstfeest!