Vandaag begint de advent. Dat komt van het Latijnse woord adventus dat betekent komst. Het is de tijd van uitkijken naar de komst van de Messias bij gelegenheid van het komende Kerstfeest. Let wel: ik zeg niet dat we ons voorbereiden op het gezellige kerstfeest. Wel dat we uitkijken naar de komst van de Messias, naar de komst van het Rijk Gods midden onder de mensen. Kerstmis is daarvan een gedachtenis, het verwijst naar de komst van God midden onder ons. De komst van het Rijk Gods is er nog niet omdat wij nog niet de paden van God bewandelen, omdat wij nog altijd onze eigen weg gaan. .
In de eerste lezing hebben we geluisterd naar het verhaal van het visioen van de profeet: Hij ziet zijn volk optrekken naar de tempel op de heilige berg van God. Daar zien ze met hun eigen ogen hoe de wereld er kan uitzien als ze Gods paden bewandelen, dat wil zeggen als ze de weg volgen die God hen aanduidt. En wat zien ze? Krijgers zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren.
Joden in ballingschap hoopten ooit eens terug te kunnen keren naar Jeruzalem die voor hen het symbool werd van het rijk Gods waar het goed is om wonen.
Er is iets tragisch in dit verhaal. Die heilige berg wordt vaak de berg Sion genoemd of nog Jeruzalem, stad van God, stad van vrede. In die stad zal Geen volk nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren. Nu, in deze XXIe eeuw, is er in de huidige stad Jeruzalem helemaal geen vrede. Joden en Palestijnen trekken het zwaard tegen elkaar en zelfs kinderen leren er oorlog voeren. Er zijn daar mensen die de paden van het licht niet bewandelen waardoor volkeren strijd voeren tegen andere volkeren.
We weten het maar al te goed: dat Rijk Gods is nog niet in vervulling gegaan, niet alleen in het huidige Jeruzalem maar ook in deze wereld.
Als er iets bijzonders in de wereld gebeurt heb ik altijd de neiging daarin een teken te zien. Zo kan ik me voorstellen dat de mensen in Irak, Darfur of Oost-Congo nu meer dan ooit uitkijken naar een vredevolle maatschappij. Een land zonder krijgsheren, zonder kindsoldaten, zonder gewetenloze moordenaars, een land waarin elke mens zich veilig kan voelen. Maar als er mensen zijn, staatshoofden, krijgsheren of iman’s, die niet het pad van het licht bewandelen, die er alleen maar op uit zijn zichzelf te dienen, dan zal de hoop van zoveel mensen op niets uitlopen. Moest Jesaja nu leven, dan zou hij allicht hetzelfde visioen uitspreken. ‘Vernietig je wapens en maak er ploegen van.’
Ook voor ons heeft dit een grote betekenis. Als wij niet waakzaam zijn en uitkijken naar de komst van de Messias, dat wil zeggen het verwezenlijken van de boodschap van het evangelie, dan bestaat de kans dat het Rijk van God er niet zal komen. Ik kan me moeilijk nalaten bijbelse teksten in verband te brengen met de geschiedenis van de mensen. Ik heb onlangs een lijvig boek gelezen over de eerste wereldoorlog -14-18. Wat mij treft was de totale afwezigheid van waakzaamheid in die tijd die men la belle epoque noemt. Het was de periode van la joie de vivre. Het was ook een periode zonder God. Ondertussen broeide er onrust in de Balkan, werden grootse veroveringsplannen uitgewerkt in de kanselarijen en op de generale staven. Niemand kon vermoeden dat er een nieuwe zondvloed op komst was.
Wees waakzaam: het is een goede raad die ons gegeven wordt vandaag. Als ik het goed begrijp zegt Ons Heer vandaag dat wij ons verstand moeten gebruiken en zijn goede raad volgen. We zullen er wel bij varen. Let wel: waakzaam zijn wil niet zeggen altijd maar mensen verdenken. Waakzaam zijn wil zeggen zelf werken aan een vredevolle wereld. Herinner je het evangelie van de onrechtvaardige rentmeester van voor enkele weken. Die man was vooruitziend, hij berekende hoe hij zijn toekomst kon verzekeren. We zouden dat ook moeten doen: uitkijken naar wat goed is, naar wat ons leven zinvol maakt. Dan kunnen we veel miseries vermijden.
In het pastoraal plan van het vicariaat was er enkele jaren geleden een hefboom. Dat is een hulpmiddel om Gods rijk dichter bij te brengen. We moeten altijd, welke ook de omstandigheden zijn waarin we leven, welke ook de acties mogen zijn, Welzijnszorg, Broederlijk Delen of Brixius100 altijd blijft dat we onze medemensen recht-op moeten helpen leven. Als we rondom ons kijken dan zien we dat er een enorme nood bestaat aan solidariteit. Mensen hebben nood aan bemoediging en steun om recht-op te kunnen leven. Wat jammer dat het pastoraal plan zo weinig respons heeft gehad in ons bisdom.
De eerste adventskaars die vandaag wordt aangestoken is de kaars van de waakzaamheid, van aandacht voor God en de mensen. Maak van deze tijd gebruik om zo de kwaliteit van ons leven en dat van anderen te verbeteren. Dat is ook advent, uitzien naar die stad van vrede waarover Jesaja spreekt, het Rijk Gods midden onder ons.
1e zondag in de advent A (2007)
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars