1e zondag van de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Een keer iets gezelligs uit de Bijbel: “Wat deugd doet is eten en drinken en van het goede genieten bij alle zwoegen en tobben onder de zon, de korte tijd die God je toemeet. Dat is het enige wat je hebt. Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God. Je denkt dan niet voortdurend aan de kortheid van je bestaan: God geeft je zoveel dat je er helemaal in opgaat.” Aldus het bijbelboek Prediker (5,17-19). Dat klinkt goed, of niet? Er is wel een tijd voor alles, maar nu eerst genieten en er helemaal in opgaan. We zullen het in de supermarkt op een groot bord zetten – komt de kerstinkopen ten goede.

Zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon… De mensen zijn druk met het er goed van te nemen. En zeker in de decembermaand. Een jongere zei laatst: “Een prachtige Hollandse kerst is: veel eten, veel drinken, veel spelletjes doen en zo af en toe een van die bank en /of stoel afkomen. Heeeerlijk!” Een gezellige Advent – uitzien naar een groot luilekkerfeest.

Als het leven zo’n heeeerlijk feest is, waarom zullen we hier dan met zijn allen gaan zitten tobben en moeilijk doen met ons leven, zo zitten te wachten op de Mensenzoon die komt als een soort inbreker? Wat een vergelijking! Veel mensen zullen denken: dat die Jezus dan maar wegblijft, ons feest gaan zitten verzieken en ons bang gaan maken. Nou, voor veel mensen die hier niet bij ons zijn vandaag, is dat ook zo. Vandaag niet hier, maar ook met kerst niet meer.

Wat is voor ons dan de zin van Advent vieren en ons voorbereiden op de komst van de Mensenzoon? Dat is de wijsheid en de bezinning die Prediker ons ook kan geven. Genieten van wat het leven geeft, al dat goede, is niet verkeerd. Het leven dat we van God krijgen is zinvol en goed, maar het genieten op aarde is niet het enige. Het kan ook ijdel zijn, leeg en zinloos. Prediker besluit zijn vrolijke boek met de woorden: “vrees God en onderhoud zijn geboden; daar komt voor een mens alles op aan. Want van alles wat je doet, zelfs in het verborgene, zal Gods oordeel uitwijzen of het goed is of kwaad. (12,13-14)

Als wij genieten van wat God ons geeft, is dus de impliciete opdracht om dat niet goddeloos te doen, want dat is leeg en zinloos. Er zijn twee soorten levensgenieters: mensen die genieten zonder moraal, en mensen die genieten en verantwoordelijkheid kennen. We kunnen genieten, maar niet alles is goed. Niet alles wat we kunnen, is in overeenstemming met Gods bedoelingen. Wat nóóit goed is, is consumeren zonder dankjewel te zeggen. Steeds zou ons voor ogen moeten staan Wie het ons geeft en waarom. Dan is genieten nooit doelloos en ijdel. De Schepper heeft alles uit liefde aan ons geschonken. Alleen daarom al zouden de kerken in tijden van overvloed vol moeten zitten. Nood leert bidden – flauwekul ! – overvloed leert dánken, zo zou het moeten zijn. Dankgebed is heel wat beter dan smeekgebed! Daarom vieren we ook Eucharistie: dankmaaltijd aan God, een groot dankgebed voor Schepping en Verlossing.

Waar de overvloed ons toe uitdaagt is: in dankbaarheid God nog meer gaan liefhebben. Dat is bedoeld met ‘God vrezen’ zoals Prediker ons aanbeveelt. Wij moeten God niet vrezen als die inbreker – een wat zware vergelijking van Jezus voor gelovigen die Jezus al via de voordeur hebben binnengelaten. Jezus komt ons meer verrassen met een bos bloemen. En wij staan dan klaar om die aan te nemen en zijn niet te druk of te onverschillig, of te dronken van genot en overconsumptie om Hem zelfs maar een blik waardig te keuren.

Waar de overvloed ons toe uitdaagt is: liefde en geloof. Want dat laatste is uiteindelijk waar het op aankomt bij een eindoordeel – wat eens komt: het genieten duurt niet eeuwig op aarde! Ik vrees dat het daar bij veel mensen aan ontbreekt. Zelfs maar dat elementaire besef dat God bestaat, van ons houdt en daarom de Mensenzoon geboren laat worden. Het aanvaarden dat wij de wereld gekregen hebben en de rijkdom en het leven niet in onze handen liggen, maar in die van God. Veel mensen geloven het wel – uitdrukking om te zeggen dat ze het niet geloven. Het laat ze koud. Welnu, wie zó leeft: goddeloos, ikgericht, hooguit humanitair betrokken op de medemens met kerstmis, die geniet omwille van het genieten. Voor de goddelozen zal de Mensenzoon wél komen als een inbreker: een ongewenste gast die inbreekt in het lege bestaan en die de levensgenieter vol schrik laat zeggen: “Oeps… Hij bestaat dus toch.”

Wij willen wél die waakzame mensen zijn, naar Jezus’ hart. Wij vieren Advent en komen niet voor niets naar de kerk. Wij mogen genieten van alle goede en fijne dingen die God ons geeft, dankbaar zijn voor het leven, gezondheid en geluk – en dat ook tegen God zeggen. Wij mogen daarin kracht vinden de zware kanten van ons bestaan te dragen en ook dat met een glimlach proberen te leven – want God laat ons immers niet in de steek. Wij leven met God voor ogen, en kijken vol verlangen uit naar de Geboorte van de Mensenzoon, zijn komst in ons leven. Omdat we Hem vrezen op de goede manier: gelovig, liefdevol, dankbaar. Hij heeft ons zoveel goeds geschonken, wij beseffen het, en dát maakt ons leven zinvol. Amen.

Zoeken in Preken Online