Het evangelie van vandaag benadrukt sterk de onzekerheid van ons bestaan. Niemand weet wat de toekomst brengen zal. Niemand heeft garanties dat hij een mooie hoge leeftijd mag bereiken, of dat hij altijd gezond zal blijven, dat hij altijd geluk zal hebben in het leven. We hopen op veel goeds, maar we hebben er geen enkele zekerheid over. We kunnen wel eens zelfverzekerd zijn, of ons als zodanig voordoen, maar als je er bij stil staat hou je toch alleen maar onzekerheid over.
Die onzekerheid ervaar je heel sterk als relatief jonge mensen plotseling komen te overlijden. En na de moord op Theo van Gogh met daaropvolgend de angst voor extremistische personen of groepen, voelen velen in onze samenleving zich heel onzeker. Sommigen gaan gewoon hun eigen gangetje verder. Niet teveel over nadenken, zeggen ze, daar wordt je alleen maar somber van. Anderen gaan juist wel wat nadenken, met name over de vraag hoe verergering van de situatie kan worden voorkomen, en hoe zij leven en samenleven in deze onzekere wereld zinvol kunnen maken. En dat is heel belangrijk en zou veel meer moeten gebeuren. Een enkele keer kom je mensen tegen die echt bang zijn voor de toekomst. Ik heb ooit op de TV een jong stel horen vertellen dat ze geen kinderen wilden. Ze wilden het hun kinderen niet aandoen om in deze wereld te moeten leven. Het is heel verdrietig als mensen zo somber zijn over heden en toekomst dat zij zich het grote geluk van kinderen ontzeggen. En die houding is ook zeker niet terecht. Want we moeten niet alleen kijken naar alles wat er verkeerd gaat, we moeten ook oog houden voor al het goede dat er ook gebeurt, en er gebeurt heel veel goeds links en rechts. Dat goede is onze hoop voor de toekomst.
Van een evangelietekst als dat van vandaag wordt ook niet vrolijk, toch willen de bijbelteksten ons niet bang maken voor de toekomst, in tegendeel, ze spreken ons moed in, ze houden ons voor dat er wel toekomst is omdat God zijn mensen nooit los laat. Geloven in God is geloven in toekomst, in een goede toekomst, niet meteen morgen, en niet meteen heel de wereld over, maar de toekomst is beslist niet hopeloos.
Dat hield ook de profeet Jesaja het volk voor in de eerste lezing: houd moed, er komt vrede, In de komende zondagen zullen we Johannes de doper horen met zijn oproep tot bekering: er is toekomst maar je moet wel anders gaan leven. Dat was ook de boodschap die Jezus ons bracht in woord en daad.
Advent is de tijd van de hoopvolle verwachting, zoals aanstaande moeders in blijde verwachting zijn. De zwangerschap kan best eens heel zwaar zijn, maar ze blijven uitzien naar en hopen op een gezonde baby. Het kan wel eens een zware bevalling zijn, maar des te groter is de vreugde als alles goed is. De hoop bewaren op een goede toekomst kan ook best eens zwaar vallen. Er kunnen best momenten zijn dat je het niet meer ziet zitten, dat onzekerheid je teveel wordt, dat je je bezorgd afvraagt of het allemaal wel ooit goed kan komen. Maar als je erin gelooft, ga je toch door.
Een betere wereld zal een zeer zware bevalling zijn, en dat is niet iets van een verre toekomst, maar dat is nu al het geval. Want het kind van een betere wereld wordt niet ineens geboren, maar steeds met hele kleine beetjes, met haast onzichtbare stapjes, maar zelfs die kleine stapjes kunnen soms heel zwaar zijn. Maar als je erin geloof, dan ga je er ook voor, dan ga je ook de weg die Jezus ons gewezen heeft ook als dat in concrete omstandigheden best eens moeilijk is.
Terwijl een zwangerschap best eens zwaar is, en veel van een aanstaande moeder kan vragen blijven we spreken van een blijde verwachting. Want je hebt veel over voor het nieuwe leven dat je bij voorbaat al blij maakt. En blijven hopen op nieuw leven in de wereld, de geboorte van een betere wereld, en alles doen om dat te bewerken, naar vermogen, naar omstandigheden, ook dat maakt je blij, ondanks alle onzekerheden.
1e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars