1e zondag in de advent A (1998)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Dromen van het licht, dat deed Jesaja in de eerste lezing. Het waren donkere dagen voor het joodse volk, ze waren in ballingschap in Babylonië, ver weg van huis, ver weg van hun tempel, ver weg van hun God, een uitzichtloze situatie, een volk zonder toekomst.
Maar Jesaja zei: Mensen, we hebben wel toekomst, laat je niet ontmoedigen door de huidige situatie, het komt weer goed. We gaan we weer terug naar Jerusalem, het wordt weer ons thuis. En God zal niet alleen ons, zijn volk, leiden, maar ook anderen. Kom, zullen ze zeggen, laten we naar de tempel gaan van Israëls God gaan. Hij zal ons de weg wijzen naar een wereld van vrede en gerechtigheid. Hij zal onze weg verlichten.
Hoe zijn toehoorders gereageerd hebben op dit visioen van Jesaja, dat weten we niet, waarschijnlijk heel gemengd. Er waren er vast die zeiden: wat een onzin, dromen zijn bedrog. Er waren er vast ook die er weer hoop door kregen, en die daarom hun ballingschap iets beter konden aanvaarden.
Dromen van het licht, dat deed ook Jezus. Het evangelie van vandaag klinkt op het eerste gezicht niet opwekkend. Het is een deel van die verhalen over het einde van de wereld, een tijd van verschrikkingen, geen droom maar een nachtmerrie. Maar in feite zegt Jezus: staar je niet blind op die onheilspellende situatie, er is toch hoop, er is toch toekomst.
Hij verwijst naar Noach, naar de zondvloed die toen plaats vond. Meestal zien we dat alleen maar als een rampverhaal, als een straf ook voor het zondige leven van de mensen van toen. Maar in feite is het een verhaal dat spreekt van toekomst. In het verre verleden vaagde een enorme zondvloed alle leven weg in dat deel van de wereld, wat we nu het Midden Oosten noemen. Een natuurramp van enorme afmetingen.
De bijbelse verteller geeft ook de reden van die grote vernietiging: de mensen leefde slecht en ze hadden geen oog voor wat er aan de hand was. Maar zo stelt de verteller: Noach had dat wel. Hij dacht: dit gaat verkeerd, dit kan zo nooit goed gaan. Toch legde hij zich daar niet bij neer. Hij droomde van toekomst.
Daarom bouwde hij zijn ark, waarin hij, zijn familie en vele dieren de ramp overleefden en een nieuwe toekomst konden beginnen. Juist als Jesaja vertolkt die oude bijbelverteller de oude droom: er gaat van alles mis, en toch is er toekomst, toch is er hoop. Maar die toekomst komt niet vanzelf, die moet je zelf maken.
Wees waakzaam, horen we in het evangelie. Als Noach juist als zijn tijdgenoten geleefd had met zijn ogen dicht, dan was hij juist als alle anderen ten onder gegaan. Maar omdat hij alert was, de tekenen van de tijd verstond, redde hij zichzelf en zijn familie en schiep hij zo toekomst. Dromen van het licht. Leeft die droom ook in ons, of gaan we juist als Noachs tijdgenoten als slaapwandelaars door het leven?
Onze tijd is best een zorgelijke tijd, juist ook wat de Kerk betreft. We zien, tenminste in onze streken, verval van de Kerk, terugloop van het aantal actieve gelovigen. Velen zien de toekomst somber in, ook van de parochies. Sluiten ons daarbij aan? Leggen wij ons daarbij neer? Of hebben we als parochiegemeenschap toch een droom, een visioen, dezelfde droom als die van Jesaja, dezelfde als die van Jezus, dezelfde als die van een eindeloze rij gelovigen van alle tijden? Hebben wij die hoop die ons in beweging houdt naar de toekomst toe?
Wees waakzaam, hoorden we in het evangelie, waakzaam niet zozeer wat betreft het ogenblik van de rampen, maar wel om de mogelijkheden onder ogen te zien die we hebben om toch aan de toekomst te bouwen. Noach schiep toekomst voor zichzelf en de zijnen door de ark te bouwen. Hoe bouwen wij aan de toekomst van onze parochie?
Over die toekomst zijn we samen al aan het nadenken. Daar moet je samen over durven nadenken. Hebben wij als parochiegemeenschap nog een toekomstvisioen? Want als we die niet hebben, kunnen we de tent net zo goed meteen sluiten. Met een houding van: we zien wel waar het schip strandt, of: het zal mijn tijd wel duren, daar bouwen we beslist geen toekomst mee. Maar gelukkig zijn er, ook in onze gemeenschap, nog velen die geloven in de toekomst, die samen met anderen willen zoeken naar de beste manieren om te bouwen aan die toekomst. Zolang er nog van deze dromers zijn, is er hoop.

Zoeken in Preken Online