1ste zondag van de Advent Cyclus A 2019 Jesaja 2, 1-5
Hersmeed uw zwaarden in ploegscharen
Beste vrienden,
Indien God zo was als de Amerikaanse president, dan zou hij vermoedelijk een muur bouwen. Een hoge, mooie, en onoverkomelijke muur. En daarmee zou hij dan alle vreemdelingen buiten houden. Indien God zo zou zijn als een politicus, dan zou hij er wel over nadenken of je er eventueel ook niet op zou kunnen laten schieten. Hij zou erover nadenken of je het leger niet zou kunnen inzetten om tegen al die vreemdelingen op te treden. En op het laatste zou een dergelijke God voor alle zekerheid de ploegscharen terug laten omsmeden tot zwaarden!
Maar goede vrienden, God is gelukkig geen politicus, en ook geen president van de verenigde staten – Hij is gewoon God. En daarom denkt Hij ook heel anders. Daarom breekt Hij alle muren af en hoopt dat, tenminste op het laatste der dagen, alle volkeren zullen samenkomen op zijn berg, juist zoals we het in de eerste lezing van Jesaja mochten horen.
In de ogen van de meeste mensen is de tekst van vandaag geen echte adventstekst, juist zoals de liturgische teksten van vandaag ook nog geen adventsstemming oproepen. Vandaag spreken de teksten over het einde, over het instorten van de wereld en over het einde van alles wat wij ons kunnen voorstellen. Een echt horrorscenario. En voor veel mensen maakt die tekst uit Jesaja, over alle volkeren van de wereld die optrekken naar één plaats, ook deel uit van dat horrorscenario.
Maar voor de profeten is dat juist een belofte van het heil. In Gods ogen is dat het einddoel van de wereld en van haar geschiedenis. Alle grenzen worden overwonnen, alle muren gesloopt en alle haat begraven. De mensen vinden elkaar, ras en huidskleur hebben geen enkel belang meer, volkeren en staten behoren tot een ver verleden. Er is alleen nog maar de grote mensenfamilie die op Gods berg bijeenkomt.
Sommigen krijgen bij die gedachte al koude rillingen over hun rug, ze vragen naar de eigen identiteit en worden overmand door de angst voor vervreemding. Voor die mensen is dat een echte nachtmerrie. Maar voor God is dat het einddoel van de geschiedenis en de hoop voor deze wereld. En overal waar onbekenden zich echt ontmoeten, begint er al iets van die toekomst, die door Jezus Christus het Rijk Gods wordt genoemd.
Wanneer wij Gods weg echt willen bereiden, dan moeten we ons openstellen voor die kijk op de wereld en voor die visie op de toekomst. En hoe we daaraan kunnen beginnen, dat heeft de profeet Jesaja niet alleen voor de mensen van zijn tijd neergeschreven. Dat woord over de zwaarden die tot ploegscharen worden omgesmeed is niet alleen voor de mensen uit lang vervlogen tijden bestemd. Het is ook vandaag uiterst actueel, zoals het trouwens in alle tijden brandactueel is geweest.
En zeg niet te gauw dat er in uw omgeving geen zwaarden zouden zijn die tot ploegscharen zouden kunnen omgesmeed worden. Zwaarden moeten niet persé uit staal zijn. Soms bestaan ze gewoon uit scherpe woorden. Wanneer we gewoon om ons heen kijken moeten we niet verrast zijn wanneer we één of ander scherp zwaard zouden ontdekken. In onze tijd zouden de smeden vermoedelijk gewoon overbelast zijn met het omsmeden. Al die zware uitspraken op betogingen, en die talloze haatboodschappen op de sociale media, die komen allemaal als messteken in het hart aan, om niet te spreken over de cafépraat over asielzoekers en vreemdelingen. Het zijn allemaal extra nagels waarmee Christus telkens weer aan het kruis wordt geslagen. Laten wij ervoor zorgen dat, wanneer wij er getuigen van zijn dat mensen dergelijke zwaarden trekken, dat ze worden omgesmeed, en waar dat niet direct gaat, dat ze dan minstens stomp worden gemaakt. Pas dan kan het echt kerstmis worden!. Amen