de hemel beloven?

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Toen Groen nog Agalev was, was één van hun verkiezingsslogans: ‘sommigen beloven de hemel, wij behouden de aarde’. Ik las ze, in grote letters, op de verkiezingsborden die op weg naar de kerk waren geplaatst. Het is één van de weinige die mij is bijgebleven. Misschien omdat het over de hemel ging? Of juist omdat het de aarde centraal stelt? Ik weet het niet, maar het is een belofte. Ik laat in het midden of Agalev, intussen Groen geworden, de belofte heeft waar gemaakt of in allerlei gepalaver erover is blijven steken.

In Jesaja horen we hoe de hemel op aarde wordt beloofd. We kunnen het bijna voor ons zien. Hoe mooi zou het niet zijn als elk gebrek, elke tekortkoming uit deze wereld zou verdwijnen?

Het onmogelijke wordt waar en dat vanaf de eerste zin: de steppe zal bloeien…

Wie goed leest merkt echter algauw dat het niet zomaar een droom is. Neen! Jesaja daagt uit, roept op om anderen te steunen, om mensen niet alleen te laten, om hoop en kracht te geven. Zelf niet bang meer te zijn maar hoopvol naar de toekomst te zien.

Maar er staat ook dat God komt en wraak en vergelding zal brengen.

Die wraak wordt gezien als de wraak tegen de vijanden van Israël, zij die Israël bezetten en klein houden.

God werd gezien als een God die het eigen volk bevrijdt van de bezetter en dus wraak neemt op de bezetter.

Zo werd de profetie van Jesaja gelezen, in die traditie was Johannes opgevoed. Hij verwacht dus dat Jezus met harde hand de bezetter zal buitenzetten. In de gevangenis hoort hij echter heel andere verhalen over Jezus. Jezus borstelt de bezetter niet met harde hand buiten, neeje, integendeel! En Johannes begint te twijfelen. Is dit nu wel de Messias? Hij laat het navragen bij Jezus zelf en het antwoord van Jezus? Is het begin van de droom van Jesaja.

Wat wil Jezus dan zeggen? In de eerste plaats, ja ik ben het! Maar op hetzelfde ogenblik zegt hij, maar ik ben niet zoals je denkt.

De God die mij zendt, is niet een God die mensen wil klein maken. De God die ik ken is niet een God die wraakzuchtig is.

De God die mij zendt, is de God die wil opkomen voor de kleinen, de armen, de gebrokenen door hen sterk te maken, door hen mens te maken. Dit is de God die ik ken, dit is de God die ik breng.

Als wij zeggen te willen leven als Jezus, dan kunnen er geen wraakgevoelens zijn, alleen de wens om mensen groot te maken, de wens om blinden te doen zien, doven te laten horen, verlamden te laten lopen…

We moeten niet de hemel beloven, maar er alles aan doen om de aarde, de mens te behouden…

Het weze zo

Zoeken in Preken Online