geloof is een gave (2010)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars


Soms hoor je mensen wel eens zeggen: “Als ik het geloof niet had gehad, dan had ik dat allemaal niet kunnen volbrengen. Het gaat dan over een opgave in het leven, die zij op een bewonderenswaardige wijze hebben volbracht. Bij de een kan dat een ziekbed zijn, waarvan familieleden zeggen: een woord van beklag hebben wij niet gehoord. Het kan een blijmoedigheid van hart zijn ondanks gebeurtenissen in het leven, die men liever anders had zien verlopen. Het kan soms trouw blijven aan de Kerk of een vereniging tijdens diep ingrijpende crisissen. Iemand, die God niet in zijn leven ervaart heeft, kan de vraag stellen aan iemand die wel gelooft: kun je bewijzen dat er een God bestaat? Het wonderlijke is dat dit niet kan. Er zijn een heleboel dingen in ons leven, die wel bestaan en die je ook kunt ervaren, maar niet bewijzen. Dat geldt niet alleen voor het geloof in God, maar ook voor de liefde. Bewijzen dat je van iemand houdt, bestaat niet. Wel tonen dat je van iemand houdt. Een arts, die een medische handeling moet verrichten, moet je vertrouwen. Hij kan niet verzekeren dat de ingreep voor de volle honderd procent zal slagen. Wel kan hij om overgave vragen. Dit heeft alles te maken met geloof.

Wanneer Jezus spreekt over de komst van de Mensenzoon op het einde der tijden, dan kunnen wij de advent zien als een markeringspunt, waarin een nieuwe tijd begint. Op het einde van de tijd in het kerkelijk jaar komt Jezus opnieuw in ons bestaan. Het is een nieuwe uitnodiging, een nieuwe kans. Bepaalde mensen staan open voor Gods aanwezigheid en anderen niet, ook al verkeren zij in dezelfde situatie op het gebied van werk, wonen en hobby. De een voelt zich aangetrokken door God en de ander laat Hem niet in zijn leven toe. Of zoals het in het evangelie geformuleerd wordt: men werkt op de akker, of men is bezig met graan te malen, maar de een wordt meegenomen door God , de ander komt er niet aan toe. Voor degenen die het geloof bezitten vraagt Jezus om waakzaam te zijn. Hij is zich er van bewust dat het geloof een woning is, waar je iets heel kostbaars bewaart, wat je niet moet laten wegnemen. Juist op dat vlak merken wij dat mensen dat wel gedaan hebben door zich van de Kerk en vaker ook van het geloof af te keren door factoren van buitenaf. Daarmee hebben zij zich het geloof laten afnemen, dat zij in hun leven hebben meegekregen.

Waakzaamheid is niet alleen een deal tussen God en mij. Maar het gaat ook over onze betrekking tot medemensen en stil te staan bij datgene wat zich in onze wereld afspeelt. Wanneer Paus Benedictus op zaterdag 27 november een gebedswake houdt voor het menselijk leven en op diezelfde tijd gebeurt dat ook in onze bisschopskerken, dan is dat een vorm van waakzaamheid. “In onze tijd lijkt er ten aanzien van het leven vaak een dubbele houding. Het milieu, de dieren mogen rekenen op alle aandacht, terwijl in veel omstandigheden een mensenleven nauwelijks telt. Wij zijn geroepen om meer dan ooit het volk van het Leven te zijn in ons gebed en bij het dragen van onze verantwoordelijkheid in onze samenleving”, zei Johannes Paulus II. Of deze waakzaamheid wat uithaalt kunnen wij niet zeker weten. Diepgelovige mensen maken soms tijden mee waarin God de grote afwezige is. Toch is er wel een weten vanuit ons geloof dat wij mogen vertrouwen op God die ons met Zijn Liefde wil omringen en ons lot ten goede zal leiden. Die overtuiging helpt ons om de liefde voor de mens, als schepping van God, te beleven en medemensen met onze zorg te blijven omringen.

Zoeken in Preken Online