Kerstmis 2010, kinderlijk!

't Hoort natuurlijk niet, want cadeautjes horen immers bij de Sint en niet bij kerstmis, maar toch lagen er onder de kerstboom een paar flinke cadeaus. Een vader had een prachtige grote doos helemaal binnenstebuiten gevouwen zodat zijn kind niet meteen zag wat er in zat. In de doos een kant-en-klaar cadeau. Je hoefde alleen nog maar op één knopje te drukken en alles deed het: de muziek begon te spelen, autootjes te rijden, het licht te branden. Het zag er prachtig uit. Niks meer aan doen. Maar daarmee was het ook klaar. Na 2 dagen stond het in de speelgoedhoek achter de lego en de poppenkast. Maar de doos zelf...? Die doos werd eerst een huis met raampjes en een deur. Samen met een vriendinnetje thee drinken in de doos en elkaar geheimpjes vertellen. Na drie maanden wilde een van de opruimerige ouders de doos wegdoen, maar nee hoor. Daar kon geen sprake van zijn. Een kind wil spelen, onbevangen en genieten, opgaan in het spel. Ze zijn nog niet belast met de nonsens en de waan van de tijd. Het hoeft niet duur te zijn. Het mag gewoon fijn zijn. Een kind vertrouwt onbevangen, gelooft in het leven, in het spel, in de liefde, in zijn ouders.

Er wordt een kind geboren. Een Goddelijk kind, zeggen ze. God die naar de mensen komt. Maar het is een kind. Misschien zegt het kind zijn van het Goddelijk kind wel veel over wie God is, over wie Hij wil zijn, over wat hij verwacht. Een kind in een kribbe. Het maakt niet uit waarmee het wordt toegedekt als het maar warm en liefdevol gebeurt. Geen Prenatal of Babyshop met wollen dekentjes of anti rol kussen, maar met stro: de kartonnen doos onder de wiegjes. Daarmee laat het Kind meteen al zijn boodschap voor de wereld zien: dek ook elkaar liefdevol toe of je nu in een stal, een doos of een luxe kinderbedje geboren wordt. Het maakt niet uit of je nu in Haïti, een vuilnisbelt in Sao Paulo of in Best geboren bent. Dek elkaar liefdevol toe. Er wordt een kind geboren, een Goddelijk kind en we zingen kinderlijke liedjes in de kerk, van sneeuw en ijs en Jozef en Maria die naar Bethlehem gi-hin-gen, van een bel bim bam en een trom rom rom. Kinderlijk maar we zingen ze, en het doet de meesten van ons goed om de warmte en de nabijheid die ze uitstralen. Ook kinderen zingen graag en elk kind kan zingen, zeggen mensen die het kunnen weten. Samen zingen verbroedert en verzustert, maakt één. In onze wereld kunnen we ook samen zingen: sjaloom of vrede was het overal, alle mensen die broeders worden. Het doet veel meer dan honderden vredesbesprekingen, met verslagen en handtekeningen, van grote mensen.
Er wordt een kind geboren. Een Goddelijk kind, zeggen ze. Een kind dat God Vader noemt. Hij is niet hoog en ver weg. Hij is niet te vinden in grote kathedralen. Het is geen machtige tovenaar die alles wel eens eventjes komt regelen, maar een God die als een vader en een moeder tegelijk haar kinderen leert met vallen en opstaan en met nog eens vallen wat vertrouwen is. Zijn eigen kerk kan nog heel veel van Hem leren, alles wat in ver en nabij verleden is gebeurd. Zij en wij kunnen niet meer doen dan zeggen dat het fout was, meer dan fout ; en vragen om opnieuw te mogen beginnen en als mensen op zoek gaan naar hen die verdwalen en die altijd mogen terugkomen als ze zich verloren of eenzaam voelen.
Er wordt een kind geboren. Een Goddelijk kind dat ons spelend en zingend het leven leert te leven en dat ons liefdevol wil toedekken en dat ons vraagt ook elkaar toe te dekken met wat stro met een dekentje met liefde voor elkaar.