Maria (2010)

Overweging over Maria bij 1 Samuël 1 en Lucas 1, 39-45

Soms kunnen wij mensen intuïtief aanvoelen dat er iets bijzonders gaat gebeuren. Intuïtie, het is een bijzondere kracht. Letterlijk betekent het; naar binnen kijken. Intuïtie levert kennis op die niet uit het verstand komt. Met je verstand wil je greep hebben op de werkelijkheid, deze ordenen en begrijpen. Maar een sterke intuïtie ontwikkel je alleen als je leert onbevangen en ontvankelijk in het leven te staan. Hanna en Maria, de beide vrouwen uit de lezingen, waren zulke mensen. Zij stonden open voor wat God hen wilde geven. Een zegswijze luidt: de langste weg op aarde is die van hoofd naar hart. Hanna en Maria zijn deze weg gegaan.

Bij vrouwen kan het verlangen naar een kind heel sterk zijn. Maar, zoals de uitdrukking al zegt: een kind maak je niet maar krijg je. Hanna kreeg maar geen kind. Nu, met alle technische mogelijkheden, doen nogal wat vrouwen veel moeite om zwanger te worden. Als het niet lukt laten ze het, als het goed is, op een gegeven moment los. Ze verzoenen zich ermee dat ze ook kinderloos door het leven kunnen gaan. En het gebeurt wel eens dat ze juist dan alsnog zwanger worden. Ze laten het los, en juist dan kan het gebeuren, soms. In de bijbel worden religieuze woorden voor dit proces van loslaten en opengaan gebruikt: "niet mijn wil, maar Gods wil geschiede". Hanna laat het los. Ze uit wel haar diepste verlangen. Maar zij laat het over aan God. En Diens wil blijkt te zijn dat ze alsnog zwanger wordt. Grote vreugde vervult Hanna. Zij zingt een loflied. In het boek Samuël kunnen we het lezen. Lucas bewerkt deze tekst van Hanna als hij de lofzang van Maria componeert. Want Hanna en Maria lijken op elkaar. Het zijn allebei sterke vrouwen, die belangrijke kinderen baren, aan wie ze veel meegegeven hebben. Hun kracht bestaat er mede in dat ze ontvankelijk in het leven staan. Ze laten alle krampachtigheid los. Ook Maria zegt tegen de engel, die aankondigt dat zij zwanger zal worden van de heilige Geest: "Mij geschiede naar uw woord". Kome wat komt.

"Zoals een moeder zorgt"; zo begint een regel uit de tussenzang. Dat lied eindigt met een belangrijk inzicht. Er staat: wij weten niets van God, en ooit zullen wij Hem aanschouwen. Het lijkt een wat vreemde tekst. We weten toch heel veel van God? We hebben toch de bijbel, waar heel veel over God geschreven is? Dat is zo. De bijbel is het boek over de geschiedenis van God met de mensen en van mensen met God. Maar al zou je de hele bijbel uit het hoofd kennen; daarmee heb je nog geen levende band met God. In onze katholieke traditie leggen we daarom meer nadruk op het ritueel, op de stilte, op de band met engelen en heiligen, en ook op de band met Maria. We weten: het gebeurt in de stilte van ons gebed, dat wij onze ziel openen voor God; het is in de stilte dat we ontvankelijk worden. Er is zoveel dat we niet begrijpen. Er is zoveel waar we geen greep op hebben. Maar in de stilte van het gebed en de aanbidding kan het ineens gebeuren dat ons inzicht geschonken wordt. We kunnen de zin ontdekken van datgene waar we zo mee worstelen. We kunnen stap voor stap ontdekken wat Gods bedoeling is en wat Hij van ons vraagt. In een houding van aanbidding en ontvankelijkheid ontdekken we ineens dat God ons troost of kracht geeft.

Maria zei tot de engel: "Mij geschiede naar uw woord". Over dat woord stond in de tussenzang ook iets belangrijks: "Het neemt ons bij de hand, dat woord. Geduldig voert het ons uit angstland weg naar vrijheid". Dat angstland, daar wil ik tenslotte nog even bij stilstaan, want als Hanna en Maria ons ergens uit willen leiden, dan is het uit dat land. Angstland, dat is bij Hanna: ik tel niet mee want ik heb geen kinderen. Daarom wordt ik zo gepest. Angstland dat is bij Maria: ik tel niet mee, want ik ben maar arm. Ons land is bezet en er is niets aan te doen. Angstland, dat lijkt me in onze tijd te zijn: ik tel niet mee, want ik ben gehandicapt, of chronisch ziek of psychiatrisch patiënt. Ik tel niet mee, want ik ben werkloos of laagopgeleid. Ik tel niet mee, want door wat ik heb meegemaakt ligt er voor altijd een schaduw over mijn leven. Ik tel niet mee, want ..... vult u zelf maar in wat angstland betekent in uw leven of in het leven van de mensen waarmee u leeft.

Tegenover dit angstland stellen Hanna en Maria hun droomland, hun land van vrijheid. Het woord van God heeft in hen het verlangen daarnaar gewekt. Hanna en Maria zijn vrouwen die in hun eigen kracht staan. Zij durven geven en ontvangen, en hun horizon is breed. De liefde van God is de zon van hun bestaan geworden; hun hart is ervan vervuld, ook al begrijpen zij niets van Gods geheimen. Het licht van die zon doorstraalt heel hun leven. Hanna en Maria weten ook dat de weg van hoofd naar hart lang kan zijn. Zoals in de tussenzang werd verwoord: "zo onbegaanbaar dwars die weg, zo hoog, zo heet en droog". De weg van hoofd naar hart is niet begaanbaar, zegt het lied, als God zelf niet nabij is. God kan ons bij de hand nemen en ons geduldig wegvoeren uit angstland op weg naar vrijheid.

En daarom branden zoveel mensen kaarsen bij Maria. Omdat er momenten waren dat ze gevoeld hebben dat God hen daar nabij kwam. De hemel kwam dichterbij toen ze een kaars opstaken en ze oprecht hun hart openden. Maria, de moeder Gods die in de hemel is; zij en haar Zoon, het vleesgeworden woord, nemen ons bij de hand op die weg van hoofd naar hart. Die weg naar meer zelfrespect, naar meer vertrouwen, naar innerlijke groei wordt begaanbaar, als de nabijheid van God maar af en toe ervaren wordt. Moge dat zo zijn voor ieder van ons.