Nieuwjaarsdag 2010

Overweging op Nieuwjaarsdag bij Johannes 3, 1-10
Over opnieuw geboren worden

Het nieuwe jaar is geboren. Daar hebben we vannacht al of niet luidruchtig bij stilgestaan. En als we met anderen samen waren hebben we elkaar zeker een goed en gelukkig Nieuwjaar toegewenst. Als oecumenische voorbereidingsgroep dachten we: de tijd verstrijkt, een nieuw jaar is aangebroken. Dat is mooi, maar nog belangrijker is hoe wij in de tijd staan. Je kunt het nieuwe jaar min of meer uitbundig vieren, en het is een goede katholieke gewoonte om elke gelegenheid aan te grijpen voor een feestje. Maar dat feestje heeft meer zin en betekenis als je zelf ook het gevoel hebt dat het leven in je stroomt. Als niet alleen de tijd voortschrijdt maar als je zelf ook in beweging bent, dan kan de vreugde om het nieuwe jaar van binnenuit komen.

En zo kwamen we uit bij het verhaal over het gesprek tussen Jezus en Nicodemus. Nicodemus is al een oude man, en ook nog farizeeër, dus vanuit zijn traditie gespitst op het nakomen van regels en wetten. Allemaal met het oog op de komst van de joodse Messias natuurlijk, om die te bespoedigen. Maar regels en wetten kunnen nogal eens een eigen leven gaan leiden en belangrijker worden dan het doel waarvoor ze bedacht zijn. Mijn vrouw geeft mij wel eens op mijn kop als ik teveel hecht aan vaste regels en patronen. ‘Het lijkt wel of je oud begint te worden', zegt ze dan. Het wordt dan een sport om dezelfde dingen eens op een andere manier te gaan doen. Daar blijf je misschien niet jong bij, maar je kun wel je speelsheid wat op peil houden. Dat maakt je leven leuker.

Jezus heeft het niet over meer kleur en variëteit brengen in je leven; nee, radicaal als hij is heeft hij het over opnieuw geboren worden. En nog wel uit water en geest. En het gaat hem niet om een leuk leven; nee, hij zet hoog in; het gaat hem om binnengaan in het koninkrijk van God. Ik hoorde dat het een gewoonte is in oecumenische vieringen om steeds kort één symbool of ritueel te laten zien en uit te leggen. Dit omdat we als christenen in een rijke traditie staan. Het ritueel dat we aan het einde van deze viering zullen uitvoeren is een besprenkeling met water, bij wijze van zegen dus. Dit ritueel vond in mijn kindertijd nog veelvuldig plaats in de katholieke hoogmis, maar sinds een jaar of 40 wordt het beperkt tot de paasnacht, tot het moment van de hernieuwing van de doopbeloften. De besprenkeling met wijwater wil ons herinneren aan ons doopsel. Het is natuurlijk een vrolijk gespetter, maar tegelijkertijd heeft het een diepe zin. De besprenkeling wil ons eraan herinneren dat we steeds opnieuw geboren kunnen worden. Bij de doop zijn we verbonden met Christus. Op dat moment zijn we aangeraakt door water en geest, heilige geest. Dat heeft iets met ons gedaan, en zeker als er na ons doopsel een verdere inwijding in het christelijk geloof heeft plaatsgevonden. Water en geest, ze verbinden ons met de Schepper, met de scheppingskracht van God.

We staan aan het begin van een nieuw jaar. En namens de oecumenische werkgroep wens ik ons allen toe dat we die scheppingskracht van God dit jaar in ons en tussen ons zullen ervaren. Dat de scheppingskracht van God, die diep in ons aanwezig is, ons steeds zal vernieuwen, ons fris en scherp zal houden. Ik wens ons allen toe dat we elkaar blijven verrassen, en dat we nieuwe dingen in elkaar ontdekken, dat we voor onszelf en voor elkaar af en toe als het ware opnieuw geboren worden. Tot lof van Christus, amen.