Allerzielen (2010)

Het is dit weekend erg druk op de kerkhoven. Het boomblad is verwijderd. Er worden bloemen neergelegd op de graven, en kaarsen aangestoken. Waarom we dat doen? Het is een goede gewoonte; je voelt dat het je goed doet. Misschien is het ook een gebaar naar onze geliefde doden; we willen ze niet prijs geven aan de vergetelheid. Zoals we ook op een plek waar je ze elke dag ziet foto's hebt staan. Wat drijft de levenden naar de doden? Sinds Allerzielen vorig jaar zijn er weer verschillende mensen gestorven. Hun namen staan in heel veel kerken, en ook hier, op kleine kruisjes geschreven. Ze hebben een ereplaats gekregen. En dat doen we, omdat wij geloven dat zij de weg van de Gekruisigde zijn gegaan. En daarmee kunnen ze ook - zo geloven wij - met Christus de weg gaan door de dood heen naar de Verrijzenis. Niet alleen van parochianen nam u afscheid, maar ongetwijfeld ook van anderen uit uw familie- en vriendenkring of werkkring. Bij het noemen van de naam van een overledene komt hij of zij als het ware weer even tot leven, Dan zien wij het gezicht van een man, een vrouw, een kind. Vanavond noemen wij hun namen, roepen wij hen, alsof we tegen ze zouden willen zeggen: we zijn jullie niet vergeten! Wij noemen jullie namen, omdat wij niet willen vergeten wie jullie voor ons waren en wat wij aan jullie te danken hebben...
Het noemen van hun naam kan ons ook weer verdrietig maken. We missen de ander. Maar dat verdriet naar boven laten komen is ook goed; het is een brug die ons met onze doden verbindt. Het met aandacht noemen van hun naam maakt onze kwetsbaarheid zichtbaar. Op Allerzielen komen veel herinneringen weer tot leven, worden verhalen verteld: weet je nog hoe ze wat en wat hij zei? Weet je nog? In onze verhalen en herinneringen komen ze opnieuw tot leven. Het is vaak een dubbel gevoel als je in de rouw verkeert en herinneringen ophaalt. Aan de ene kant zijn er de gevoelens waar de wijsheidsleraar Prediker in de eerste lezing zo'n treffend beeld van schetste: gevoelens van beklemming, van leegte, van verslagenheid. Als je in de rouw bent hangt er als het ware een grauwsluier over je leven. Maar er is ook een andere kant: de pijn is groter naarmate je iemand echt hebt liefgehad. En bij het noemen van de naam voel je weer die liefde, een liefde die sterker is dan de dood, een liefde die je met je meedraagt en die je niet alleen met verdriet maar ook met dankbaarheid vervult. Je hebt de ander liefgehad en de ander heeft jou liefgehad! Dat besef blijf je koesteren.
Waar is die ander nu? Is er ook een voortbestaan buiten onze herinneringen, buiten onze geest om? Diep in ons leeft toch de intuïtie, het vertrouwen dat de ander thuisgekomen is, voortleeft in een andere dimensie? We kunnen daar enkel in beelden over spreken, want deze dimensie gaat ons verstand ver te boven. Het is een geheim dat we delen, dat we koesteren met elkaar. Het evangelie bevat zo'n beeld, dat ons helpt dit geheim als geheim te naderen. Het is het beeld van het Laatste Oordeel. Ook dat woord oordeel hoort bij sterven en rouwen. Er zijn niet alleen gevoelens. We willen ook een levensecht beeld van de ander vasthouden. Bij een uitvaart klinkt vaak een In Memoriam, een levensschets. Het is een beschrijving, maar er wordt ook iets van een balans opgemaakt. Is de ander gelukkig geweest? Wat heeft de ander betekent voor zijn omgeving, en in zijn of haar werk, in heel het doen en laten? Waar zijn we dankbaar voor, en wat was de tragiek in zijn of haar leven? Hoe ging hij of zij ermee om, en hoe gaan wij ermee om?
Mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad zeggen dat er op de drempel van het eeuwige licht ook een oordeel plaatsvindt, een terugblik op het geleefde leven, dat als in een flits voorbijkomt. Het gaat dan niet om de feiten, maar om de zin en de betekenis van dit leven. Heeft deze persoon liefgehad? Is hij of zij een kind van het licht geweest? Heeft de liefde van God in deze mens gewoond en heeft deze door hem of haar heen naar buiten gestraald? Het evangelie over het Laatste Oordeel zegt ons: als je hebt liefgehad, als je in woord en daad geleefd hebt vanuit de bron van liefde die God is, dan kun je thuis komen in het eeuwige licht. Het is in deze beelden, deze poëzie van het hart en van het geloof, dat we proberen te raken aan het geheim van het leven door de dood heen.
Mogen deze beelden uit de Schrift ons troosten en bemoedigen. Prediker kan ons helpen de kwetsbaarheid van het leven te aanvaarden en het verdriet, de schaduw onder ogen te zien. Het evangelie over het Laatste Oordeel kan ons helpen de balans op te maken en te vertrouwen op het eeuwige licht voor allen die hebben liefgehad. Als de ander is gestorven gaat ons leven door. Vaak ligt er lange tijd een grauwsluier over heen. Het verdriet heeft een tijd de boventoon. Maar het hier samen rouwen kan ons helpen om weer even contact te maken met die diepe onderstroom in ons leven: de dankbaarheid voor het leven zelf, het leven van degenen die we nu missen én ons eigen leven. Als we de soms moeizame weg van het rouwen durven gaan, dan weet ik zeker dat tenslotte die onderstroom het laatste woord heeft, en dat wij weer zullen opstaan tot nieuw leven. Moge dat zo zijn.