Vergeving (2010)

Overweging bij Exodus 32, 7-14 en Lucas 15, 11-32
Je kunt soms hebben dat je zo kwaad bent op een ander, dat je hem of haar wel naar de keel kunt vliegen. Meestal zijn we dan gelukkig in staat om onszelf niet te laten gaan. Er moet een andere manier gevonden worden om het conflict uit te praten. Je leert jezelf wel kennen in zo'n situatie. Ben je een slaaf van je hartstochten? Of weet je nog net op tijd je verstand te gebruiken?

Zelfkennis is een heel belangrijk onderdeel van onze groei in geloof. De bijbel zegt dat wij geschapen zijn naar het beeld van God. Wij kunnen uitgroeien tot mensen die liefhebben. Daarvoor heeft God ons geschapen. Omdat Hij zelf liefde is. Maar om te groeien in menszijn moeten we leren onze hartstochten te temmen. Mozes heeft dat ook doorgemaakt. Hij was zelf woedend op zijn mensen, omdat ze in de woestijn een gouden kalf waren gaan vereren, in plaats van de niet af te beelden God die hen uit de slavernij had gevoerd. Mozes was zo woedend, dat hij eerst ook dacht dat God zijn volk wel zou gaan vernietigen. In de eerste lezing zien we dat Mozes tot inzicht is gekomen, in zichzelf, en ook in wie God is. Hij projecteerde eerst zijn eigen boosheid op God. God zou het volk wel gaan vernietigen. Maar Mozes ontdekt dat hij toch van zijn mensen kan houden, ook na wat ze gedaan hebben. En hij ontdekt dat God geen wraakzuchtige God is. God zal zijn volk trouw blijven, altijd. Met die nieuwe innerlijke vrede kan Mozes zijn gezag herstellen bij de mensen.

Een tijd geleden hoorde ik het verhaal van twee aalmoezeniers. Allebei waren ze in Afghanistan geweest. Ze vroegen aandacht voor de lotgevallen van de vele veteranen die ons land kent. Er gingen honderden militairen naar Afghanistan. Het was een heel moeilijke vredesmissie dit keer. Als je alle uitzendingen van soldaten van na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar optelt, dan kom je op meer dan 140.000 Nederlandse veteranen. Ze werden door onze regering uitgezonden. naar tal van andere landen. Ze wonen gewoon onder ons. Maar vele veteranen praten niet over wat ze hebben meegemaakt. Om diverse redenen. Een ervan is dat de missie ook een ervaring van intense kameraadschap was. Thuisgekomen hebben anderen daar vaak geen begrip voor.

Veel uitgezonden soldaten kwamen uit een beschermd milieu. Hun wereldbeeld was: de meeste mensen zijn in wezen goed, en een paar rotzakken zijn crimineel. Wij horen bij de goede mensen. De vijand, dat zijn mensen die het verdiend hebben om overhoop geschoten te worden. De ervaring tijdens militaire missies gooit dit simpele wereldbeeld vaak in duigen. Elke situatie blijkt weer anders. Soms ga je begrijpen waarom een oorlog is ontstaan. Vaak zie je hoe gecompliceerd een situatie is, en dat het lang duurt voor er echte vooruitgang is. Dat laatste is in Afghanistan zeker het geval. Ook een vredesmissie dwingt een militair en zijn familie om na te denken: wat is hier precies aan de hand? Werken we hier aan een rechtvaardige en haalbare zaak? Wat doen we in dit land, zo ver van huis?

De andere kant is dat een uitzending naar een brandhaard iets doet met de militairen. 5 % van de teruggekeerde mannen en ook vrouwen krijgt zware psychische problemen, en een deel van hen draait helemaal door. In een oorlogssituatie ben je gespitst op elk gevaar. Battlemind heet dat; je bent helemaal gericht op je doel en op de veiligheid van jezelf en je kameraden. Terug in Nederland leggen sommigen dat heel moeilijk af. Als er een rotje afgaat of een ander hard geluid te horen is duiken ze weg. Ze komen niet tot rust. Soms is er jaren later nog stress en angst. Het is heel belangrijk dat ze kunnen praten over wat ze hebben meegemaakt, en hoe ze zichzelf zijn tegengekomen. Het oude wereldbeeld en zelfbeeld zijn vaak aan duigen. Hoe kun je dan toch weer innerlijke rust en vrede vinden? Als soldaat denk je in termen van winst en verlies. Je moet winnen, desnoods ten koste van vele offers. Je moet alles willen geven in de strijd tegen wat je ziet als het kwaad. Zo was ook de mentaliteit van onze bevrijders in 1945. Maar thuisgekomen moeten soldaten van alle tijden die battlemind loslaten. Anders hebben zij en hun dierbaren geen leven.

In het evangelie vertelt Jezus het verhaal van de verloren zoon. Diens broer springt uit zijn vel. Hun vader een feest geeft voor de nietsnut die weer thuisgekomen is. De broer is verbitterd en jaloers. Hij ziet zichzelf als de ijverige zoon, en zijn broer is een klaploper. Hij deelt de wereld in in goeden en kwaden. Alleen de goeden verdienen een feest. Hij is in de ban van zijn woede en jaloezie. Het feest doet hem echt pijn en maakt hem verbitterd.

Deze bitterheid kan ook levenslang vat krijgen op veteranen als zij niet mede door onze hulp uit hun klem komen. Het is noodzakelijk dat zij komen tot een nieuw en realistisch wereldbeeld en zelfbeeld. Er is geen wij tegenover zij; goed en kwaad lopen door alle mensen heen. Goede mensen doen soms hele domme dingen, en mensen die hele slechte dingen doen blijven mensen. Het zijn geen duivels. Wat bracht hen tot hun daden? Innerlijke vrede kun je bereiken als je eerlijk durft te kijken naar de situatie, naar de belangen die in het geding zijn, en naar hoe je zelf op de situatie reageert. Met Mozes kun je je innerlijke verscheurdheid naar buiten projecteren, op de wereld, en zelfs op God. De wereld wordt dan een boze wereld. God wordt een toornige God. Mozes groeide er bovenuit. Dat wens ik ons allen toe, als we in het reine moeten komen met iets heel moeilijks.