Nieuwjaar (2008) Lc.2.15-21)

Overweging op Nieuwjaar  (Lc.2.15-21)

Het is gezond om dicht bij de natuur te leven. En hier in Linschoten is dat gemakkelijker dan in de stad. Natuur associëren we dan met ontspanning, met tot jezelf komen, je weer verbonden weten met alles wat bestaat. En dat staat dan tegenover teveel in je hoofd zitten, stress, geleefd worden. Hoe kun je je beter ontspannen, dan door een bos te lopen of langs een rivier, en je longen vol te zuigen met schone lucht. In de lente zullen we ons weer verbazen over de groeikracht van de natuur. Bij de voorbereiding van deze viering heb ik me laten vertellen dat omgezaagde wilgenstammen, als ze plat op de grond liggen, vanuit slapende knoppen toch weer wortel kunnen schieten. U vindt een tekening ervan voorop het boekje. De enorme groeikracht van de natuur, dat is natuurlijk altijd al zo geweest. Ook Job kent het fenomeen van de omgehakte boom die weer uitloopt. "Al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, bot hij alweer uit" zegt Job. Zijn wij mensen ook zo? Job gebruikt het beeld van de uitbottende stronk juist om het verschil tussen bomen en mensen duidelijk te maken. Terwijl de natuur gewikkeld is in een eeuwigdurende kringloop, is de mens kwetsbaar. Hij kan doordrenkt zijn van onrust. Hij of zij kan zijn als een bloem, maar de bloem verwelkt. Is een mens als een boom geveld, dan is zijn einde nabij.

"Waarom hebben jullie deze lezing gekozen?" vraagt u zich misschien af. Het heeft met oud en nieuw te maken. Het is een tijd waarin veel teruggeblikt en vooruitgekeken wordt. We staan dan stil bij onze eigen persoonlijke of gezinssituatie. Maar je kunt ook breder kijken. Waar gaat het naartoe met de wereld? Wat mogen we verwachten? Ik merk dat onderliggende gevoelens vaak meespelen als mensen een antwoord zoeken op die vraag. Onbewust worden onze antwoorden mede bepaald door hoe we de ontwikkeling in de wereld zien. Bij christenen in het algemeen en soms ook bij mezelf zie ik een gevaarlijke valkuil daarbij, namelijk die van het cultuurpessimisme. Dat is een stroming die zegt: onze cultuur wordt zo oppervlakkig en alleen maar op consumptie gericht, dat belangrijke waarden zoals gemeenschapszin, solidariteit en diepgang verloren gaan. Cultuurpessimisten zijn pessimistisch. Want ommekeer vraagt veel van individuele mensen. We moeten karakter tonen, en veel mensen zullen dit niet kunnen opbrengen. Daarom zou onze cultuur ten onder gaan. Mensen die zo denken zijn net zo klagerig als Job. In de natuur komt alles vanzelf weer tot bloei. Maar in de mensenwereld gaan het gezin, het onderwijs, de kerk en de staat ten onder omdat het allemaal los zand wordt. De cultuurpessimist staat klagerig aan de zijlijn, omdat hij zo goed weet hoe het allemaal beter zou kunnen gaan. Maar ja, de mensen willen niet luisteren..

Ik zei al dat deze manier van denken en voelen een valkuil is voor christenen. Dat komt omdat er op zichzelf genomen een aantal ervaringen in verwerkt zijn die wij ook kunnen opdoen: dat het moeilijke tijden zijn voor de kerken, dat er veel echtscheidingen zijn, en meer hufterigheid in de omgang op straat. Ook de angst voor de invloed van de islam is goed onder te brengen in pessimisme over de westerse cultuur. Maar is er dan een andere manier om in het nieuwe jaar met deze ervaringen om te gaan? Een andere manier die haar oorsprong vindt in het christelijk geloof. Ik denk het wel. Christenen moet je niet herkennen aan hun sombere visie op de wereld. Er wordt niet voor niets gezegd in de schrift: er is in de hemel meer vreugde over één zondaar die zich bekeert dan over 99 rechtvaardigen. Christenen staan als het goed is niet aan de zijlijn te mopperen over de teloorgang van de oude vertrouwde overzichtelijke wereld. Christenen zijn volgens de Handelingen van de Apostelen te herkennen aan de manier waarop zij elkaar liefhebben. Christenen putten vreugde en inspiratie uit al het goede dat er gebeurt. Want zij zien daarin de verborgen aanwezigheid van Gods Geest. Christenen leven als het goed is uit de genade.

Laten we nog eens naar het evangelie kijken hoe goed en kwaad daar een rol spelen. Dit evangelie komt uit het katholieke lectionarium. In deze traditie wordt op 1 januari een Mariafeest gevierd. Maria is hier een joodse vrouw die zwanger is geweest van de Heilige Geest. Het kind is geboren, niet in een huis of herberg, maar in een armoedige stal. En dat in een tijd dat het joodse land uitgebuit en onderdrukt werd door een Romeinse bezettingsmacht. Reden genoeg voor pessimisme dus. Er is nog geen christelijke cultuur; die kan dus ook niet verloren gaan. Wat er wel is: engelen in de hemel die verschijnen aan eenvoudige herders. De genade van God is volop aanwezig. Allen die de herders hoorden waren verbaasd over wat deze vertelden. Deze openbaring van genade, van vreugde stond zo haaks op het dagelijks leven! En Maria? Van haar wordt gezegd dat ze al deze woorden in haar hart bewaarde en erover bleef nadenken. Deze gezindheid wens ik ook ons allen toe nu wij het nieuwe jaar ingaan: dat we open staan voor alles wat Gods Geest in mensen en ook in onszelf bewerkt. En dat de grondtoon van ons leven niet gemopper is, of angst, zoals bij de cultuurpessimisten. Ik hoop en bid dat de grondtoon dankbaarheid zal zijn voor alle kansen en mogelijkheden die God ons weer zal geven in de tijd die voor ons ligt.