Het einde kan nabij zijn (2010)

"De Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht" hoorden we in het evangelie van zojuist. Het einde van de tijden, de terugkeer van de Messias, het Laatste Oordeel; dat zijn de begrippen uit de bijbel die daarbij passen, bij die terugkeer waar Lucas over spreekt. En ook de eeuwige vreugde voor alle rechtvaardigen die opgewekt zijn uit de dood. En de eeuwige verdoemenis voor de kinderen van de duisternis. Nou vraag ik me af of dit begrippen zijn die erg leven onder ons. Hoe is ons levensgevoel? Staan we zo in het leven dat we steeds weer beseffen dat vandaag of morgen onze laatste dag kan zijn? Omdat de Mensenzoon komt? Ik denk de meesten van ons niet. Ik ken in ieder geval dat eindtijdgevoel niet. Wel was het laatst zo dat ik in Montfoort een uitvaart moest doen van een tamelijk jonge vrouw die plotseling uit het leven was weggerukt. Op zo'n moment voelt iedereen hoe kwetsbaar het leven is. De ene dag ben je kerngezond, maar de volgende dag kan het ineens afgelopen zijn. We schrikken dan; het leven is zo vanzelfsprekend. We werden met de neus gedrukt op onze kwetsbaarheid. Maar verbinden we dat met de wederkomst van Christus? Ik denk het niet. Hoogstens bidden we er voor dat we elkaar ooit weer mogen zien. Maar wanneer dat zal zijn? Dat laten we Gods geheim.

Toch is het zo dat de apostelen eerst heilig hebben geloofd in de snelle terugkeer van Jezus. In de brieven van Paulus kunnen we dat nalezen. Lucas schrijft zijn evangelie jaren later. De verrezen Jezus is nog steeds niet teruggekomen. Hij zit ermee. Hij probeert ermee om te gaan in de geest van Jezus van Nazareth. En zo komt Lucas tot zijn tekst, waarin Jezus in een parabel, in het verhaal over de heer en zijn knecht, duidelijk maakt dat de Mensenzoon komt op een uur dat je hem niet verwacht. Hij komt als een dief in de nacht. Maar wanneer dat zal zijn? Niemand kan het zeggen. Eigenlijk is dat de overtuiging van zowel christenen als joden als moslims. De Messias komt, maar niemand weet wanneer. Het is interessant dat ook moslims geloven dat Jezus dan degene is die komt om te oordelen over levenden en doden.

We weten niet wanneer dat zal zijn. En toch duikt in de geschiedenis steeds weer het verschijnsel op dat mensen toch het gevoel hebben in de eindtijd te leven, in een tijdperk waarin een doorbraak plaats zal vinden, of dat er zelfs een beslissende slag bezig is tussen goed en kwaad. In een doorbraak geloven mensen van het Nieuwe Tijdsdenken, oftewel New Age. Ze zeggen dat er een hogere vorm van bewustzijn doorbreekt. En ze vinden zichzelf daar een voorbeeld van. Sommigen van hen geloven zelfs in een einde van de wereld in 2011, omdat dan de oude kalender van de Maya-indianen afloopt. Daar is zelfs een film over gemaakt met de naam 2011. Ook evangeliekale christenen en leden van Pinkstergemeenten zeggen dat we in een beslissende eindtijd leven. Daarom praten ze ook zoveel over engelen en duivels die in ons hoofd en ons hart voortdurend strijd leveren om de overhand te krijgen. Niets is toevallig; alles wat er gebeurt wordt snel geïnterpreteerd vanuit de strijd tussen goed en kwaad. Gebeurtenissen krijgen heel snel een etiket opgeplakt: God heeft er een bedoeling mee. Het is het werk van de heilige Geest of van de duivel. Voor het toevallige en het zinloze lijkt geen plaats meer. Ik denk dat u net als ik gauw het hoofd schudt als u met deze manier van kijken naar de werkelijkheid geconfronteerd wordt. Veel is gewoon onbegrijpelijk. Laten we de onzekerheid en angst die dat oproept niet meteen bezweren met de taal van het geloof.

Hoe kunnen wij dan op een andere, zinvollere manier omgaan met teksten over de terugkeer van de Mensenzoon? Het is al betekenisvol dat Lucas afstand neemt van de gedachten van de apostelen in het begin. Ze dachten de eerste jaren dat Jezus heel snel terug zou komen. Maar hij kwam niet. Lucas zegt dan: hij komt, maar niemand weet wanneer. Het lijkt me heel belangrijk dat we in het Laatste Oordeel blijven geloven. Het geeft ons leven een noodzakelijke spanningsboog. Als sinds de Middeleeuwen geloven christenen dat er een persoonlijk oordeel plaats vindt bij het sterven. Niet aan het eind der tijden, zoals de bijbel zegt, maar aan het eind van ieders leven. Want tijd is iets van de mensen; God is niet aan tijd gebonden. Zo kunnen mensen na een bijna-dood-ervaring ook zeggen dat ze op het einde van de donkere tunnel de balans opmaakten over hun leven, samen met een lichtgestalte. Hun tijd was nog niet gekomen, want ze keerden terug na een reanimatie. Maar hun leven blijkt door die ervaring vaak veranderd; door het opmaken van de balans op de grens van leven en dood is voor hen vaak veel duidelijker geworden wat voor hen echt belangrijk is. Daar gaan ze dan ook naar leven. Veel meer van binnenuit.

Dat aan het einde van ons leven de balans wordt opgemaakt, een oordeel plaatsvindt: het geeft aan ons leven een spanningsboog. Als je je leven zo ziet, dan besef je eerder dat je niet tot overmorgen moet uitstellen wat je eigenlijk gisteren al wilde doen. Want het kan zomaar zijn dat er geen overmorgen is, of zelfs geen morgen. Je kunt ineens weggerukt worden uit het leven; de dood kan komen als een dief in de nacht. Meestal gebeurt dat niet. Het leven kabbelt voort; er zijn veel vastgeroeste patronen. Juist daarom houden we elkaar voor: aan het einde van de rit kijkt Christus met ons terug op ons leven. Was dit echt wat je wilde? Heb je er echt van gemaakt wat je kon? Heb je durven putten uit de inspiratie die je werd aangereikt? Als je zo in het hier en nu naar je leven durft te kijken, als gelovig mens, voor het aanschijn van God, dan kon het wel eens zijn dat je wakker wordt. Dat je denkt: ik moet de knoop nu doorhakken. Laat ik eindelijk durven kiezen voor wat echt bij me past en wat me gelukkig kan maken. Dat we op beslissende momenten die moed hebben, dat wens ik ons allen toe.