40 jaar ambtsjubileum - pastoraal werker (2009)

Beste vrienden,

Wek mijn zachtheid weer; zingen we, maar wel met stevigte,
Niet soft, eerder robuust, ferm,
Wek mijn zachtheid weer... het is immers Vredesweek,
En vrede, daar moet je aan werken.
Wek mijn zachtheid weer, ... het is toch het evangelie van Jezus Christus!
En evangelie, dat vraagt om de handen uit de mouwen!

De laatste zomergast - Tv-programma op de zomerse zondagavond -
was Jaap van Zweden. Hij vertelt dat ze een gehandicapt kind hebben.
Autisme. En wat zegt hij ervan:
Die jongen heeft de zachte kanten in mij opgeroepen.
ik ga met andere ogen kijken naar mezelf, naar andere mensen,
naar mijn werk en de wereld om me heen.
Wek mijn zachtheid weer,
Geef mij terug de ogen van een kind;
de onbevangenheid, openheid, zachtheid, verwondering.
Dat ik zie wat is,
mijn ogen niet sluit,
de werkelijkheid is de werkelijkheid, en niet wat ik ervan droom.
Hier komt die stevigte om de hoek kijken;
We hebben een rechte rug nodig voor onze zachtheid.
Dat ik zie wat is.
Maar er is meer te zien.
En er is vertrouwen, toevertrouwen,
aan elkaar, van mens tot mens,
toevertrouwen aan God,
En het licht niet haat,
Nooit zover kom dat ik zou moeten zeggen:
wee de dag dat ik geboren werd; die dag kon beter nooit zijn geweest.
Wek mijn zachtheid weer.

Behoed mij God, want ik schuil bij u. zegt psalm 16.
Een van de journalisten die mij interviewde, vroeg:
waarom zouden mensen moeten geloven?
Dan reageer ik onmiddellijk: geloven is nooit moeten;
Stel je voor, het is net als liefde;
Daar past geen moeten bij; het is immers iets van het hart.
Psalm 16 is niet de officiële lezing van deze zondag.
De psalm staat hier als mijn eigen keuze vanuit mijn eigen leven.
Vooral in de bewerking van Kees Kok het refrein:
God bewaar me als ik mijn toevlucht bij u zoek,
Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen;
Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast.
Ik heb in periodes van zwaarte de kracht van dat gebed mogen ervaren,
En ik zeg dan ook met dankbaarheid:
Wat een geluk als je gelooft, want..
met knikkende knieën mag je dan zeggen: ik wankel niet,
zijn hand houdt mij vast

In het evangelie zien we Jezus als catecheet;
En hij neemt zijn rol als catecheet zeer serieus:
als zijn leerlingen onderricht krijgen,
dan moet er geen afleiding zijn;
dan moet er aandacht en toewijding zijn.

Zeker als Jezus het in zijn catechese heeft
over zaken van leven en dood en opstaan.
Hij wordt uitgeleverd aan de mensen,
in de handen van de mensen, staat er in de oude vertaling.
Wat mag je dan verwachten?
De mensenzoon valt in de handen van de mensen en ze zullen hem koesteren,
op handen dragen.
Nee, in de handen van de mensen... en staat er bijna lakoniek achter:
en ze zullen hem doden,
Wek mijn zachtheid weer; God, bewaar me.
Maar eenmaal gedood na drie dagen komt de opstanding: het blijft niet zo,
De dood heeft het niet voor het zeggen,
Leerlingen van mij, zegt Jezus, geloof toch niet dat de dood het laatste woord heeft.
Mensen van nu... laat de catechese van Jezus ons dat helder maken.

Ze begrepen het niet, de leerlingen....
Is dat erg? Nee, erger is wat er dan staat:
maar ze durfden hem geen vragen te stellen.

Is dat geen gemiste kans?
Het profiel pastoraat komt er bij de leerlingen slecht vanaf;
Want in feite laten ze Jezus alleen staan,
Alleen in zijn onderricht, maar ook alleen - hier al - in het ondergaan van de dood;
Eigenlijk lopen ze hun roeping hier mis...de leerlingen,
want hier zijn ze voor Jezus geen naaste die hem gegeven is, geen hulp.
Het scheppingswoord: het is niet goed dat de mens alleen is,
doen ze geen eer aan: ze laten Jezus alleen.

En- het wordt nog erger met de eerste pastors - ze laten ook elkaar vallen,
want waarover hebben ze het wel:
niet over de woorden van Jezus,
maar over de vraag wie is de grootste,
En dan kennelijk niet de grootste in het luisteren, in het naaste zijn,
Maar de grootste in de competitie, in het ellebogenwerk.
In de hardheid van de wereld
En die mochten we toch achter ons laten.

Het echte pastoraat is diaconaal:
dienaar zijn, oog hebben voor wat een ander nodig heeft,
Een andere manier van in het leven staan
dan de hardheid die we te vaak om ons heen zien en laten zien.

En het is in de woorden van Jezus niet alleen diaconaal,
Het is ook gemeenschapstichtend;
Het kind dat in het midden wordt gezet;
Jezus slaat zijn arm om het kind, en zegt:
Dit ben ik; dit is mijn lichaam;
Ik ben het zelf; blijf dit doen, blijf zo leven;
Want als je een van deze kleinen opneemt,
Op handen draagt, dan draag je mij op handen;
Dan draag je Hem op handen die mij heeft gezonden,
God zelf. De God Die is. God met ons.