Kerkwijding kathedraal Roermond (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 400 niet laden
Vandaag 3 september 2008 is het precies 598 jaar geleden dat deze kerk werd gewijd. Toen nog gewoon als parochiekerk van Roermond. En sinds 1661 is dit ook de kathedraal, de bisschopskerk.

Deze kerk heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Ze heeft letterlijk heel wat stormen en oorlogen moeten doorstaan. Ze is meerdere keren - ik meen wel zes keer - ingestort en in 1944, daags voor de bevrijding, zelfs volledig verwoest.

Elke keer heeft deze Christoffelkerk zich weer opgericht en is ze groter en mooier uit de strijd gekomen. Dat geldt zeker ook voor de laatste restauratie, die we op 4 december 2005 hebben afgesloten. U hoeft maar om u heen te kijken. De kerk straalt mooier dan ooit. Mede dankzij uw ondersteuning.

Bij de afsluiting van die restauratie hebben we een steen geplaatst, waarop ik vandaag even de aandacht wil vestigen. Hij ligt hier rechts achter mij in een kleine nis bij het Sacramentsaltaar. Misschien kunt u hem zien en anders moet u straks maar even gaan kijken. Het is eigenlijk maar een heel klein stukje steen, maar wel heel bijzonder. Het is namelijk afkomstig uit de Sint Pieter in Rome en door paus Benedictus zelf gezegend, voordat het naar Roermond werd opgestuurd.

In bouwkundig opzicht stelt het niets voor. Het is zelfs een lelijke steen: scheef, brokkelig, je hebt er niets aan om een muur te bouwen. Bouwvakkers zouden ‘m zeker afkeuren. En toch is het een belangrijke steen, want hij vertegenwoordigt een heel bijzondere band. Zoals we vandaag in de tweede lezing gehoord hebben: "Ik leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen."
Deze steen vertegenwoordigt de band van de kerk van Roermond, van ons bisdom, met de Wereldkerk. Zoals verderop in de lezing staat: "De steen die door de bouwlieden werd afgekeurd, is de hoeksteen geworden."

We zijn niet zómaar Kerk, omdat we samen een leuk clubje vormen. We zijn Kerk, omdat we bij die wereldwijde gemeenschap horen van mensen die Jezus Christus volgen. Als geloofsgemeenschap vormen wij samen het geestelijk lichaam van Christus. Hij is de echte hoeksteen waar Petrus het in zijn brief over heeft.

U weet misschien dat de apostel Paulus zijn brieven vaak aan een gerichte groep mensen schreef: aan de Galaten, de Korintiërs, de Efeziërs. Maar deze brief van Pétrus is gericht aan een veel bredere groep, ‘aan de uitverkorenen die als vreemdelingen in de verstrooiing leven', zo schrijft hij in de aanhef. Dan volgt een hele rij plaatsnamen. Roermond of Limburg staan er natuurlijk niet bij. Maar de symboliek is duidelijk. Petrus richt zich tot alle mensen die in een gebied wonen, waar het niet vanzelfsprekend is om gelovig te zijn, om Christen te zijn. En in die zin schrijft hij zijn brief ook aan ons, hier in het geseculariseerde Nederland.

"Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel," zo schrijft Petrus. Dat is geen opdracht, geen commando, maar een uitnodiging aan ons om bij die wereldwijde geloofsgemeenschap te horen, om een deel te zijn van het lichaam van Christus. En die kleine steen daar in de nis, vertegenwoordigt die band, die hier op deze plek al bijna 600 jaar wordt uitgedragen.

Op haar beurt is deze kathedraal niet zomaar een gebouw, niet zomaar een monument, maar het gelovig centrum van dit bisdom. Wat de Sint Pieter is voor de wereldkerk, is de kathedraal voor een bisdom. Daarom is ook de viering van het feest van de kerkwijding van belang. Niet alleen vanwege het zoveel jarig bestaan van het gebouw. Dat is óók mooi en vertegenwoordigt een historische waarde. Maar waar het vooral om gaat is dat het gebouw en de inrichting een uitdrukking zijn, een expressie, van de christengemeenschap die hier samenkomt en van hieruit het geloof door het hele bisdom uitdraagt. Als levende stenen, die samengehouden worden door de hoeksteen: Christus zelf.

Dit jaar 2008 is uitgeroepen tot het Jaar van het Religieus Erfgoed. Dat was geen idee van de kerk zelf, maar een initiatief van de wereldlijke autoriteiten. Een heel lovenswaardig initiatief, omdat het roerend en onroerend religieus erfgoed onlosmakelijk verbonden zijn met de ontwikkeling van ons land. En wil je iets van de geschiedenis begrijpen, dan zul je je ook moeten verdiepen in de rol die het geloof eeuwenlang in ons land gespeeld heeft. In die zin is het ook voor de wereldlijke overheid heel belangrijk om zuinig te zijn op het religieus erfgoed. En als kerk mogen we alleen maar dankbaar zijn voor die steun, die onder andere heel ruimhartig gegeven is bij de restauratie van deze kathedraal.

Maar zo nu en dan bekruipt me ook wel eens het gevoel dat sommige mensen hoofdzakelijk geïnteresseerd zijn in de artistieke en esthetische waarde van het religieuze erfgoed. Op zichzelf is daar natuurlijk niets mis mee. Als ik in een vreemde stad kom, bekijk ik daar ook graag de kerken. Maar voor ons als gelovigen vertegenwoordigen de kerkgebouwen, kloosters, kapellen en wegkruisen méér dan een architectonisch hoogstandje of een aardig cultuurhistorisch aandenken. Het gaat niet om de stapel stenen, hoe mooi of kostbaar ook. Maar het gaat om de boodschap die er verkondigd wordt én om het feit dat God in de kerk wóónt. Voor sommigen is dat onbekend geworden. Voor sommigen zijn kerken leegstaande panden. En zoals u weet worden daar vaak en snel de ruiten ingegooid. Maar God woont in de kerk. In het Allerheiligste Sacrament is Hij aanwezig, is Hij onder ons.

Daarom hoort een kerkgebouw ook een gewijde ruimte te zijn. Een plek voor gebed en voor ontmoeting met God. Daarom is in een kerk ook maar beperkt ruimte voor nevenactiviteiten. "Maak van het huis van mijn Vader geen markthal!" horen we Christus in het Evangelie zeggen, als hij de tafels van de verkopers en geldwisselaars omvergooit. De altijd zo vriendelijke en begripvolle Christus, laat zich hier opeens van een andere kant zien. Hij is fel, venijnig, bijna gewelddadig. Waarom? Omdat het kostbaarste dat voor Hem bestaat - het huis van Zijn Vader - ontheiligd wordt.

Daarom is het voor gelovigen ook pijnlijk wanneer een kerk of kapel een heel wereldlijke functie krijgt: supermarkt of discotheek. Het Gods Huis wordt dan letterlijk een markthal. Natuurlijk, de Kerk in onze regio krimpt en zo nu en dan moeten we een gebouw prijsgeven. Dat is pijnlijk, maar niet altijd te vermijden. Maar wanneer we bij het in stand houden van religieus erfgoed alléén uitgaan van het monumentale of beeldbepalende karakter van een gebouw, dan missen we de belangrijkste dimensie: dat het kerkgebouw een plek is voor de eredienst, voor de verkondiging van het Woord en het vieren van de sacramenten; dat de kerk een uitdrukking is van de geloofsgemeenschap die er samenkomt. En de plaats van God binnen de woongemeenschap. En als die gemeenschap er niet meer samenkomt en de Eucharistie er niet meer gevierd wordt, is de hoeksteen uit het gebouw gehaald en dreigt instortingsgevaar.

Het is onze opdracht om de Kerk, ook in onze tijd weer opnieuw gestalte te geven. Eigenlijk is dat nodig in elke generatie. En ook steeds met alle moeilijkheden zo gebeurd, zoals deze kathedraal door de eeuwen heen steeds opnieuw opgebouwd is.
Daarom is dat kleine brokstukje in die nis misschien wel de belangrijkste steen van deze kerk, want we staan er niet alleen voor. Wij maken onderdeel uit van een wereldkerk. En wij worden door die wereldkerk - door Petrus - uitgenodigd om ons als levende stenen te voegen in de bouw van de geestelijke tempel.

Het is gelukt om met vereende krachten deze kathedraal te restaureren. Dan zal het ook lukken om samen verder te bouwen aan de levende Kerk van Roermond, aan de geloofsgemeenschap in dit bisdom, met Christus als de hoeksteen. In dat vertrouwen mogen wij vandaag het feest van de kerkwijding vieren. Amen.