Heiligen met hun zonden

De Katechismus van de Katholieke Kerk, dit lijvig boek, uitgegeven op wens van paus Johannes Paulus II en de bisschoppen, is twintig jaar oud.  De vier delen ervan zijn de geloofsbelijdenis, de viering van het Christusmysterie, het leven in Christus en het christelijk gebed.  Het zijn de grote aandachtspunten voor een christen: geloof, sacramenten, levensgeboden, gebed.

 Youcat is een kortere en frisse versie van dit boek, gewenst door paus Benedictus XVI en opgesteld met vraag en antwoord.  Het volgt dezelfde indeling.

De twee geloofsbelijdenissen van de christen zijn korter en kunnen op één blad samen gebracht.  We drukken in deze twee belijdenissen ons geloof uit in Gods handelen naar de mensen toe, aan wie God zich manifesteert als Vader, in Christus en door de Heilige Geest en in het leven van de kerk.

De ethiek is niet vermeld in het Credo, maar het vertrouwen dat God ons geeft en dat hij in ons stelt, roept ons op tot verantwoord handelen met zijn wereld en met onze medemensen.
Er staat niets in het Credo over het bidden, maar onze geloofsbelijdenis is een gebed, dat wij samen uitspreken in vieringen.
De sacramenten, deze komen wel aan bod in het Credo.  Eén zelfs heel uitdrukkelijk, namelijk in het artikel over de vergeving van de zonden.  Het gaat over de betekenis van het doopsel en ermee verbonden het sacrament van de zondevergeving.

Doopsel en eucharistie

Ook het sacrament van de eucharistie heeft zijn plaats in het Credo.  Waar en in welk artikel?  Dit staat namelijk in het artikel over de gemeenschap van de heiligen.  Bij dit artikel denken we eerder aan Allerheiligen en Allerzielen, aan alle mensen die ons zijn voorgegaan en bij God zijn.  De gemeenschap van de heiligen omvat de strijdende, de lijdende en de zegepralende kerk.

Dit artikel over de gemeenschap van de heiligen kwam op een later moment in het Credo.  Het bedoelt allereerst de levende christenen, die, omdat zij mogen deelnemen aan de heilige gaven, die God schenkt, heilig genoemd worden. 

De tekst van dit geloofsartikel “verwijst allereerst naar de eucharistische gemeenschap, die de Kerk, verspreid over heel de aarde, door middel van s’Heren Lichaam samenvoegt tot een Kerk”  (J. Ratzinger, De kern van ons geloof).  Verder schrijft de paus: “De Kerk wordt niet gedefinieerd op grond van haar ambten en organisatie, maar van haar tafeldienst rond de Verrezene, die haar op alle plaatsen verzamelt en verenigt.” 

God de barmhartige

Het Credo drukt een hoopvolle visie uit.  Het klinkt optimistisch.  In de belijdenis over de schepping is geen verwijzing naar het kwaad in de wereld en naar de vele wonden en scheuren.  Deze zijn er.  Er is het fysieke kwaad, waarvoor we niet direct de mens verantwoordelijk kunnen stellen.  Er is het morele kwaad, waar de mens schuld aan heeft.

In het hart van het Credo staat dat Jezus gekruisigd is.  Jezus heeft de kruisdood niet gezocht.  Haat en boosheid van de mens leiden tot moord en dood.  In Jezus hebben mensen een rechtvaardige veroordeeld.  Zijn kruis maakt ons bewust van het kwade dat mensen veroorzaken.  Het kruis brengt een ommekeer te weeg: “Ze zagen op naar Hem die ze hebben doorstoken” (Joh. 19,37).  Op zijn kruis bidt Jezus voor de vergeving van zijn moordenaars. 

Vroeger is er veel over zonde gesproken.  Alles was bijna zonde.  Dit heeft een sfeer van angst geschapen.  Nu komt het woord zonde over als een vreemd begrip.  Het stoort mensen wanneer je erover spreekt.  Er zijn zoveel verklaringen om de zonde en het kwaad weg te praten.  Zijn we echter niet blind als we het uitschakelen?  In de vorige eeuw hebben twee wereldoorlogen gewoed.  Elke dag zijn er slachtoffers van terrorisme, guerrillaoorlogen en drugbendes.  Beseffen we het kwaad dat we hebben aangericht?  Zo we het inzien, drukt ons de schuld.  Wie kan me ervan bevrijden?  Het is een lang proces om ermee klaar te komen.  Het is zelden, maar er zijn moordenaars die heilig zijn geworden.  Assassaint, is de titel van een boek over Jacques Fesch (1930-1957), een Fransman die in 1954 een politieman doodde bij een bankoverval en ervoor de doodstraf onderging.  In de gevangenis maakte hij een bekering door.  In Parijs is de procedure ingeleid voor een zaligverklaring.

Vergeving en verzoening zijn sleutelwoorden van de christelijke boodschap.  Het doopsel is het sacrament waar we met Christus de weg afleggen van sterven en verrijzen.  Wie gedoopt wordt, ontvangt nieuw leven.  Het doopsel houdt vergeving in van zonden.  Maar het doopsel mag maar één keer toegediend.   Daardoor was het in bepaalde tijd de gewoonte het doopsel uit te stellen, omdat de mens beseft dat hij herhaaldelijk zondigt.  Dit heeft ertoe geleid om na het doopsel verder in het leven het boetesacrament toe te dienen.  God is de barmhartige, telkens bereid om vergeving te schenken aan wie zich oprecht tot hem bekeert. 

Op Pasen blies Jezus over zijn leerlingen en zei hun: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemand zonden vergeven, dan zijn ze vergeven, vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22). 

Eerder had Jezus zijn leerlingen bijgebracht dat ze elkaar moeten kunnen vergeven (Mt. 18,21-35).  Vergeving is een voorwaarde om tot de gemeenschap te behoren.  Elkaar zijn schulden vergeven is bij Jezus ook een voorwaarde opdat God ons onze schulden vergeeft.  Zeker moet de wederzijdse vergeving het gevolg zijn van de vergeving die de Vader ons schenkt.

Als we ons Credo belijden, beseffen we wie we mogen zijn in Gods aanwezigheid. 

Wij zijn niet wie wij zouden moeten zijn.
Wij zijn niet wie wij zouden willen zijn.
Wij zijn niet wie wij zullen zijn.
Maar, bedankt Heer,
Dat wij niet zijn
Wie wij waren.

Deze bezinning is geschreven in het kader van het Jaar van het Geloof voor pen gepubliceerd in het tweemaandelijks tijdschrift Banneux N.D. Boodschap voor alle naties, september-oktober 2013