Taalpitjes in de Vlaamse liturgie

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

1. Wie gaat waar wanneer voor?

Het werkwoord “voorgaan” is onovergankelijk en kan dus niet een lijdend voorwerp hebben. Men kan het daarom ook niet gebruiken in het persoonlijk passivum.  

Praktisch:  

De celebrant gaat voor in de eucharistieviering.
Niet: Hij gaat de eucharistieviering voor. Deze taalfout leeft hardnekkig.
Fout: De viering wordt voorgegaan door…
Wel:  De viering wordt geleid door…
Ook deze fout woekert weelderig zonder tegenstand.
Men vindt ze in tal van parochiebladen en aankondigingen.

De taalkundige E. Berode gaf als commentaar en antwoord bij mijn bijdrage: “En toch: hoe komt het dat veel taalgebruikers de constructie die u signaleert, kennelijk doodgewoon vinden ? Het is een kwestie van contaminatie, denk ik: ze haspelen twee werkwoorden door elkaar. “Voorgaan in  een godsdienstoefening” betekent net hetzelfde als “een godsdienstoefening leiden”. Van “De godsdienstoefening wordt geleid” naar “De godsdienstoefening wordt voorgegaan” is maar een stap,  althans voor hun taalgevoel. Maar niet voor dat van mij. Ik besef dat elke taalverandering begint als een fout, maar dat is voor mij nog geen reden om modieuze afwijkingen een zetje te geven: met u, meneer de deken, ga ik liever aan de noodrem hangen…”

Men kan hierbij natuurlijk de  bedenking maken dat we in “Zingt Jubilate Nr 551” zingen: “De heiligen ons voorgegaan…” In dat geval is “ons” niet lijdend voorwerp, maar meewerkend voorwerp. Het gaat om de heiligen die AAN ons voorgegaan zijn. Enz.

Een dergelijke fout is ook geslopen in de slotoratie van het feest van de Openbaring (missale): “… Blijf ons verlichten en voorgaan…”. Het persoonlijk voornaamwoord “ons” is hier lijdend voorwerp afhankelijk van “verlichten”, maar moet als meewerkend voorwerp in betrekking tot “voorgaan” herhaald worden. Het kan niet dienstig zijn als lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp tegelijk. De zin zou dus als volgt moeten worden gecorrigeerd: “ Blijf ONS verlichten, en (aan) ONS voorgaan…” Dus ONS moet herhaald worden in een  nieuwe faalfunctie. Deze opmerking werd ook opgenomen in de ICLZ-Mededelingen.

2. De centjes in het mandje...

“OMHALING” in de betekenis van geldinzameling is Zuid-Nederlands. Juist: collecte of geldinzameling.

3. Waar wonen de pastoor en de deken? (Werd hier een Nederlander binnengesmokkeld?)

“Dekenij” is Zuid-Nederlands.  Het juiste woord is “Decanaat”. Wil men onderscheid maken tussen de woning van de deken en zijn pastoraal ambtsgebied, dan kan men zijn woning best het “decanaathuis” noemen. ”Dekenaat” is ook juist. Maar tweede keuze tegenover “Decanaat” volgens van Dale.  Decanaatkerk is ook beter dan decanale kerk. De tweede vorm ligt wat dichter bij het gallicisme “église décanale”. Aldus: de decanaatkerk van Sint-Michiel i.p.v. de decanale Sint-Michielskerk.

“Pastorij” is alweer Zuid-Nederlands. Algemeen Nederlands is “Pastorie”.

4. Hebben we wel een parochiaal team? (Werd hier een Fransman binnengesmokkeld?)

“Parochiaal” is wat tot de parochie behoort. “Parochieel” is wat de parochie betreft. Zo kan men spreken van het “Parochiële werk” van de pastoor en de teamleden, tegenover de VZW “Parochiale werken” en de “Parochiale school”. “Parochiecentrum” is  beter dan “Parochiaal Centrum”. Dit laatste heeft alweer eerder de smaak van een gallicisme: “Centre paroissial”.

5. Opstandige oudjes in de kerk...

In de viering kan men de gelovigen uitnodigen om “op te staan” tijdens de geloofsbelijdenis. Niet: om “recht te staan”.  Een oud gebogen vrouwtje kan in dat geval wellicht wel “opstaan”. Maar ze kan echt niet “recht staan”.

6. Dé hamvraag: Hoeveel voorbeden hebben we nu in een eucharistieviering?

In één eucharistieviering heeft men maar één voorbede. Deze waaiert open in een aantal intenties.  Niet in “voorbeden”.

In het Latijn heet de voorbede: “Oratio fidelium”. “Intentiones a diacono vel ab alio proferuntur…”.  D.w.z. dat de intenties door een diaken of door iemand anders kunnen worden voorgelezen op uitnodiging van de celebrant, die de voorbede inzet. In het Frans heet ze “Prière universelle”. Dus steeds in het enkelvoud. Bij ons wordt “VOORBEDE” in eenzelfde eucharistieviering dus alleen in het enkelvoud gebruikt. De meervoudsvorm is een hardnekkige fout.

Natuurlijk bestaat “voorbede” taalkundig wel in het meervoud. Men kan spreken van diverse voorbeden uit een waaier van  vieringen.  

Zo  is er ook maar één openingsgebed, -bede of -oratie (enkelvoud) in een eucharistieviering.  En toch kan men diverse openingsbeden (meervoud) uit een collectie van vieringen met elkaar vergelijken.

 


Dit is een samenvatting van wat ik liet publiceren in:
1) “Ministrando” - 1 mei 1997
2)  ICLZ-Mededelingen -  Nr 97-98 1999
3) “De Standaard” –Taal , E. Berode – 30 november 1995.