Mijn Preektips...

Beste prekenbezoeker,

Een tijdje geleden vroeg Jurgen-van-de-prekengroep me of ik niet wat preektips kon geven. Hij dacht dat ik, als germanist met een lange staat van dienst, 'wel wat retorische en taalkundige tips zou kunnen geven'. Dat hij dat dacht, is zijn verantwoordelijkheid. Daar zit ik voor niets tussen. Ik denk trouwens dat ik zijn gedacht niet deel.

Zijn vraag verplichtte me wel, tenminste voor mezelf, om een paar dingen op een rijtje te zetten. 'Regels' die ik instinctief volg. Niet allemaal tegelijk, en ook niet consequent, maar wel als doelstelling. En aangezien ik in een vorig leven leraar was, ordende ik die 'regels' al even instinctief netjes op een rijtje.

Wat volgt, heeft helemaal niet de pretentie iets te willen bijdragen tot de kunst van het preken. God beware me! Alsof ik, omdat ik germanist ben, dus iets van preken zou afweten.

Maar aangezien Jurgen-van-de-prekengroep het me gevraagd heeft, waag ik het er toch maar op het te bezorgen.

Voorbereiding

Mijn preek begint onmiddellijk na de vorige: wanneer die klaar is, lees ik de teksten van de volgende zondag en ga de context van de lezingen na. Achtergrondlectuur hoort er als vanzelf bij. Eigenlijk spookt een preek een hele week door mijn hoofd.

Inhoud

  1. In de mate van het mogelijke probeer ik een verhaal te vertellen. Niet zomaar een verhaal, maar een verhaal vanuit de lezingen van de dag. Dat verhaal kan helpen om de Bijbelse boodschap te verduidelijken en te actualiseren.
  2. De verhaallijn vasthouden, is niet altijd even gemakkelijk. Te persoonlijke getuigenissen of visies, te lange anekdotes ... kunnen soms verleidelijk zijn, maar leiden meestal naar nergens.
  3. Zogenaamde passe-partouts, preken die ik bij elke gelegenheid zou kunnen gebruiken, vermijd ik.
  4. Verder probeer ik niet te moraliseren, wel te bemoedigen, aan te sporen en op te roepen tot bewust geloofsengagement.
  5. Met theologische en exegetische beschouwingen spring ik zeer zuinig om. De kans is groot dat velen die niet begrijpen.
  6. Uitzonderlijk kan een homilie vertrekken vanuit de liturgie zelf (riten, sacramenten, liturgisch feest ...) of vanuit de omstandigheden (Mariamaand, WZZ, BD, Missiezondag, vormsel ...).

Taal

  1. Een sterk begin scherpt meteen de aandacht. Dat kan een citaat uit het evangelie zijn, een anekdote, een ik-ervaring die bij het verhaal aansluit, een verwijzing naar de actualiteit of naar het verleden, een paradox ... Dat begin moet wel aansluiten bij de rest van de preek - en andersom.
  2. Ook aan het slot besteed ik veel aandacht. Het slot moet de mensen thuisbrengen: bij zichzelf, bij hun geloof, bij God. Ook hier zijn er heel wat mogelijkheden: een rond einde (door een verwijzing naar het begin), een samenvatting, een toepassing, een toekomstverwachting, een aansporing, een uitsmijter ...
  3. Altijd probeer ik een eenvoudige, concrete taal en woordenschat te gebruiken. Dat is niet altijd gemakkelijk. Maar toch blijf ik het proberen, het woord van theoloog pater Lammers indachtig. Hij zei:'Ik denk bij mijn preken altijd aan mijn vader. Hij was maar tot zijn veertiende naar school geweest. Welnu, hij is mijn norm. Hij moet elk woord dat ik zeg kunnen begrijpen.'
  4. Het lukt niet altijd, maar ik probeer geen al te lange zinnen te gebruiken. Ook ingewikkelde beeldspraken als metaforen en allegorie├źn ga ik uit de weg. Ik denk dat de mensen dat niet begrijpen.
  5. Eigenlijk 'preek' ik mijn tekst terwijl ik hem schrijf. Ik 'hoor' mezelf dus als het ware bezig, en dat is een hulpmiddel om tot begrijpelijke spreektaal te komen.
  6. Ik ben niet bang voor de ik-vorm, maar probeer nooit persoonlijk te worden. Een homilie moet immers een soort dialoog zijn met de gemeenschap. Ieder lid ervan moet er zich in kunnen herkennen.
  7. Als het om negatieve dingen gaat, spreek ik nooit van 'de mensen' of 'ze'. De we-vorm ligt me dan veel beter in de mond.

Uitsmijter

  1. Het is een open deur, maar toch: mijn preken zijn vooral het resultaat van veel ... schrappen.
  2. Dat schrappen heeft o.m. te maken met het feit dat ik het niet te lang wil trekken. Acht minuten is een absoluut maximum. Wat daarboven gaat, is verloren moeite. Er is zo goed als niemand die nog geconcentreerd luistert / kan luisteren.