Het lijden aanzien (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

VADER KENT ME TOCH NIET!

Bedroefde familieleden zaten rond de tafel. Voor de vijfde keer werd er koffie gezet. ‘Drinkt u een kopje mee?' Twee dochters renden naar de keuken. Dat gaf even wat afleiding, want de sfeer was bedompt. Vader was eindelijk gestorven. De laatste vier jaar had hij in een kliniek doorgebracht. Hij had niet geweten waar hij was. Vaak had hij op en neer gelopen door de gangen, verdwaasd gekeken naar zijn vrouw, haar soms aangesproken met vreemde namen. Af en toe had hij wat vreugde getoond en die momenten koesterde zij. Maar haar dochters hadden er niet tegen gekund. Ze waren niet meer bij hem geweest. ‘Ik kon het niet!', zei de oudste haastig. ‘Ik kon er niet tegen.' ‘Ik wil me herinneren, hoe hij me achter op de fiets naar het dansen bracht.' Het zat haar niet lekker. Ze had de pijn van vader niet kunnen aanzien.
Het lijden aankijken kan een zware opgave zijn. Toezien hoe je kind ziek in bed ligt. Kijken naar de wond die een patiënt wil laten zien, omdat hij de operatie zelf nog verwerken moet. Het verhaal horen van een vrouw die zich altijd minderwaardig had gevoeld, zich haar hele leven had uitgesloofd, maar eenzaam is achtergebleven.

OMA SLAAPT!

De wereld heeft een stralend mooi en een akelig afstotend gezicht. Dat pijnlijke gezicht gaan we graag uit de weg en dat begint al jong. Igor hoeft niet mee naar zijn oma. ‘Oma slaapt', zegt mamma al weken. Ze wil hem de aanblik besparen van het ziekenhuisbed met al die slangen en naalden. Madelijn mag niet mee naar de begrafenis van opa. ‘Dat is beter voor haar. Ze gaat naar Agnes, die heeft ook een dochter van haar leeftijd. Als u eens wist hoe ze huilde toen de kanarie dood was!' En Klaartje mocht niet kijken hoe het met de Afrikaanse kindertjes op de televisie afgeliep. ‘Waar kijk jij naar!', had mamma geroepen en de televisie ging uit. Het lijden onder ogen zien is niet iets dat de kinderen gauw van ons leren.

GEKRUISIGDE SLANG

De Joden bewaarden een intrigerend verhaal uit de tijd dat ze door de woestijn zwierven op zoek naar nieuw land. Daar waren plotseling slangen opgedoken. Akelige slangen, overal vandaan. Hun agressieve beten veroorzaakten brandende wonden en velen waren er aan dood gegaan. Ze wilden toen terug naar Egypte, terug naar de slavernij, want daar in het land van Farao daar hadden ze wel geen trots, geen naam, geen vrijheid, maar er zat vlees in de ketel en er waren geen slangen met vuur in de bek. Maar, zo vertelden het oude verhaal, er was redding geweest. Een magisch ritueel van woestijnbewoners zou hen hebben gered. Een koperen slang, aan een stok gespijkerd, had degenen die gebeten waren gered. Het klinkt als een sprookje, maar als je zelf gebeten bent en er geen andere redding is, neem je dat graag voor lief.
De slangen waren zomaar opgedoken onder de spleet van het tentzeil of in een mand met dadels. De beet moesten ze de baas worden door het kwaad in de ogen te zien. Opkijken naar de slang, moesten ze. Niet vluchten, niet de angst laten heersen, niet de blik afwenden.

DE LIJDENDE AANKIJKEN

De evangelist kent het verhaal ook. En hij ziet een gelijkenis. Een van de grootste problemen van de eerste christenen was dat Jezus gekruisigd was. Dat was geen icoon waarmee je in de antieke wereld kon scoren. Het was geassocieerd met stank, mislukking, straf, slaven en landverraad. En toch, toch is de beste manier om het kwaad te overwinnen het dapper onder ogen te zien. Toch moet je naar het kruis durven kijken. Jezus prediking, dat God in de liefde bestaat, is slechts een halve waarheid als je niet tegelijk beseft dat het hem zijn leven kostte.
Igor voelde feilloos dat oma niet zo vaak slaap kon hebben. Hij voelde maar al te goed dat de grote mensen iets voor hem verborgen hielden. Wat zou er met oma zijn? Zou ze hem niet meer willen zien? Zou het kunnen dat oma boos op hem was. Hij durfde het niet te vragen. De laatste keer dat hij bij haar was had hij een koekje gevraagd. Oma had niets gezegd. Ze had inderdaad geslapen. Toen had hij er een gepakt. Zomaar, en nog een. Zou oma dat ontdekt hebben? Hij voelde zich schuldig en fantaseerde over oma's boosheid. Fantasie is wreder dan de werkelijkheid.
De overwinning van het kruis begint met het onder ogen te zien!

JEZUS OP DE ROMMELMARKT

Lieve kinderen. Op de jaarmarkt stond een vrolijk kraampje. Er lagen spullen uitgestald van de zolder en uit de kelder van Joris en Anne. Joris en Anne zelf stonden achter de kraam en bewaakten het geldkistje. Nieuwsgierig keek ik rond. Ineens zag ik midden tussen de barbiepoppen een kruisbeeld. Het zag er oud uit. De versierde krullen aan de uiteinden, en ook Jezus zelf, hadden randjes van roest. ‘Wat een oud kruisbeeld? Hebben jullie dat niet meer nodig?' ‘Nee', riep Anne. ‘Jezus heeft pijn. Dat hangen wij niet in de kamer!' ‘Bij mij staat een beeldje van Jezus met een schaapje', zei Joris. ‘Heb ik van mijn peettante.' ‘Pappa zegt: we hoeven geen stervende aan de muur!' Ik hoorde het hem zeggen en legde het beeld voorzichtig terug. ‘Eén euro maar!', probeerde Anne. ‘Nee ik heb hem ook liever met schaap', zei ik maar.
Een uur later pakten Anne en Joris alle spullen in een doos. Het kruis ook. Ze telden hun geld. 37,50 hadden ze verdiend. Moe gingen ze naar huis. Mamma schepte een bord macaroni op. Joris en Anne renden ermee naar de kamer en zette de televisie aan. Gretig zappend keken zij tussen de happen door naar dertien Indianen die werden neergeschoten, een getekende wolf die in een ravijn stortte, een boef die door een robot werd platgeperst en een auto met vier inzittenden die keihard tegen rots vloog. In de hoek drukte Jezus een angstig schaapje tegen zijn borst.