Ziekenzondag - kruisverheffing (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 205 niet laden

Anderhalve week geleden waren we met een aantal parochianen in Lourdes. Lourdes staat bekend om de wonderbaarlijke genezingen. Volgens een tijdschrift zijn er in de 150 jaar 6000 genezingen gemeld. daarvan zijn er 66 door commissies en medici onderzocht en erkend als een wonder. De andere genezingen zijn alleen geregistreerd, maar niet door de kerk bevestigd. Wellicht zijn er nog veel meer genezingen die niet eens gemeld zijn.
6000 genezingen: dat is er bijna 1 per week. Maar er komen wekelijks duizenden zieken die geen genezing vinden. Het blijft een goddelijk mysterie waarom enkelen wel genezing vinden en anderen niet.

Het grootste wonder van Lourdes is niet die wonderbaarlijke genezingen, maar dat de zieken getroost weer naar huis gaan, hun ziekte beter kunnen dragen en weer vreugde in hun leven hebben gevonden. Zieken en gezonden worden in hun geloof gesterkt. Gezonden beseffen na een bedevaart naar Lourdes wat een voorrecht het is om gezond te zijn en dat onze gezondheid van de ene op de andere dag over kan zijn.

Wat mij is opgevallen in Lourdes en in de film en de boeken over Lourdes, dat is dat Bernadette, die de bron van Maria moest uitgraven en zich als eerste er mee moest wassen, zelf nooit genezen is van haar astma. Ze is zelf veel ziek geweest in haar jonge jaren. En in het klooster van Nevers lag ze zelf meer ziek op bed dan dat ze daar de zieke zusters kon verplegen. Ze overleed al aan haar ziekte op 36-jarige leeftijd.

Een medezuster vertelt: “Gedurende de hevige aanvallen van astma verscheurden hoestbuien haar borst; ondanks het opgeven van bloed en benauwdheden liet ze geen enkele klacht horen en mopperde nooit. Ik hoorde haar alleen de naam van Jezus uitspreken. Wanneer ze had gezegd “Mijn Jezus”, dan keek ze naar het kruisbeeld en was er in haar ogen iets onuitsprekelijks.”

Op een dag was haar toestand zo slecht dat men haar de ziekenzalving heeft toegediend. De volgende morgen zei ze met krachtige stem: “Het gaat me beter, de goede God heeft me niet gewild; ik ben tot aan de hemelpoort gegaan en Hij zei tegen mij: ga weg, het is te vroeg”.

Een zuster zei tegen haar dat veel mensen door het Lourdeswater genezen waren na het houden van een noveen. Bernadette antwoordde: “O ja, de heilige Maagd wil soms dat men lange tijd bidt, en één persoon is pas genezen na het houden van 9 novenen”.

Men vertelde haar over een zieke: “ze draagt haar lijden heel geduldig en zegt er bij: “Ik lijd veel, maar als het niet genoeg is, dan moet God er nog maar wat aan toevoegen”. Bernadette zei daarop: “Ze is zeer edelmoedig; ik zou dat niet opbrengen. Ik stel me tevreden met het lijden dat me wordt gezonden. .. Lijden gaat voorbij, maar geleden hebben blijft”.

Op een dag gaf ze een medezuster opdracht te gaan wandelen met een zieke die blind was. Ze zei er bij: “Je moet voor haar zorgen alsof het God zelf was”.

In 1876, 3 jaar voor haar dood zei ze: “Mijn God, uw wil geschiede! Ik neem het lijden aan, omdat u het zo wilt. Mijn God, wees gezegend voor alles. Wij hebben ieder onze eigen manier, onze eigen wegen om naar u te gaan”.

Vlak voor haar dood, toen de astma-aanvallen talrijker werden: “”Mijn God, ik draag het aan u op. Mijn God, ik bemin u!”.

Een uur voor haar dood vraagt een zuster: “Lijdt u veel? “Ze antwoordt: “Dat alles is goed voor de hemel”. De medezuster zegt: “Ik ga onze onbevlekte Moeder vragen u wat vertroosting te geven”. “Nee”, antwoordde Bernadette, “geen vertroosting, maar kracht en geduld”.

Vlak voor haar dood zegt ze “Heilige Maria, Moeder van God, bid voor mij, arme zondares”. Ze houdt een kruisbeeld stevig in haar handen.

Kort daarop maakt ze op een bewonderenswaardige manier het kruisteken en sterft.

In Lourdes wordt tegenwoordig de nadruk gelegd op de innerlijke genezing. Maria riep via Bernadette de mensen op om boete te doen en veel te bidden. Al is het niet voor onszelf, dan toch voor de arme zondaars. Bernadette heeft haar lijden gedragen als een versterving voor de zondaars.

In de eerste lezing hoorden we hoe het joodse volk door het lijden van een slangenplaag tot het besef kwam gezondigd te hebben. De slangen in dat verhaal zijn uiteraard een verwijzing naar de slang in het paradijs die een symbool is van het kwaad in ons. Na gebed maakt Mozes een bronzen slang op een paal. Wie hier naar opzag werd van een slangebeet genezen. Uit dit verhaal is het esculaapteken ontstaan: het symbool van een slang om een paal voor de geneeskunst en medicijnen.
Maar vergeten we niet dat de joden in het verhaal van Numeri zich eerst bekeerden, afkeerden van een zondig leven en pas daarna genezing vonden.

Jezus, die vele zieken heeft genezen, heeft zelf lichamelijk veel geleden en is ook jong gestorven. Hij heeft dit aanvaard als een uitboeting voor onze zonden.
Hij zegt: “De Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat een ieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben”.
Maria heeft tegen Bernadette gezegd “Ik beloof u niet gelukkig te maken in deze wereld, maar wel in de andere “. Daar dacht ze steeds aan als ze pijn had.

God neemt ziekte en lijden niet uit deze wereld weg. Ziekte en lijden zijn zeker niet altijd het gevolg van zonde. We mogen ze ook niet zien als een straf voor de zonde. Maar kennelijk dienen ze wel om ons zieleheil te bevorderen. Om innerlijk genezing te brengen. Een weg naar eeuwig leven en geluk. Zo hebben de heiligen het altijd gezien en beleefd en aanvaard.

Ik ben gezond. Ik heb makkelijk praten. Maar daarom citeer ik liever de heiligen die veel geleden hebben. Zij mogen het zeggen. Hen mogen we ook aanroepen om kracht in het lijden. Bernadette, Lidwina en zovel anderen. Hun boodschappen zijn een groot geschenk van God aan ons.
Vandaag op ziekenzondag zullen we speciaal bidden voor alle zieken en lijdenden. Maar ook voor onszelf, dat wij steeds weer innerlijke geestelijke genezing mogen krijgen