Kruisverheffing (2008)

Omstreeks het jaar 383 maakt een jonge vrouw, Egeria, een pelgrimstocht vanuit Zuid-Frankrijk naar Jeruzalem. In een dagboek houdt ze bij wat ze onderweg meemaakt. Ze schrijft bijvoorbeeld over de weg die je in die tijd moet gaan om ingewijd te worden in de geheimen van het geloof: over de doop,de handoplegging en zalving en de eucharistie. Mede dank zij haar verslag zijn we aardig goed ingelicht over de kerkelijke feesten in die dagen.
Zo schrijft zij dat ze op 14 september, deze dag dus, op weg is naar de basiliek van het Heilig Graf. Ze komt dan terecht in een grote volksmenigte. Die trekt naar deze kerk voor de ceremonie van de verheffing van het heilig Kruis. Bij deze plechtigheid laat de patriarch het Kruis eerst plechtig neerdalen tot op de grond, om het daarna weer zo hoog mogelijk op te heffen. Ondertussen zingt de menigte honderd maal 'Kyrie eleison'. Deze rite wordt vijf maal herhaald, één keer in iedere windrichting, en nog een keer extra naar het oosten. Op deze wijze wordt de hele Kosmos als het ware geplaatst onder het teken van het kruis.
En de mensen zien op naar het kruis om de zegen ervan over zich te laten komen. Ze doen dat net zoals eertijds de Israëlieten, die opkeken naar de staf van Mozes, met die koperen slang erop: daardoor zouden zij genezen van de slangenbeten die ze opliepen in de woestijn. Die gedachte kwam uit de godenwereld van de oude Grieken. Asclepios, de Griekse god van de geneeskunde, droeg als teken een staf met een slang, de esculaap. Een slang wisselt ieder jaar van huid. Ze dachten daarom dat die niet doodging, maar zich verjongde en vernieuwde. Hij had misschien wel het eeuwige leven! Zo komen we dat beeld ook tegen in het bijbelboek Numeri. Als mensen op weg naar het beloofde land in de woestijn van het leven zijn terechtgekomen en de moed dreigen te verliezen, dan houdt hun leider Mozes ze dit teken van de slang voor: wie opkijkt naar dit symbool van genezing en van leven, die zal het redden, die krijgt de kracht om door te gaan en vol te houden.
Psychologen zeggen hier misschien: dat verhaal betekent dat je het kwaad altijd eerst moedig onder ogen moet zien, voordat het genezen kan. Dat is zeker waar, maar toch gaat de betekenis van dit verhaal, denk ik, nog wat verder.

In het boek Wijsheid lezen we hierover: Wie zich naar dat teken wendde, werd niet gered door wat hij zág, maar door U, die de enige Redder bent. Wie op weg is naar het Land, naar het ware leven, die moet altijd door woestijnen heen trekken. Het is van groot belang om dan het oog gericht te houden op de toekomst en om vast te houden aan het visioen van bevrijding en eeuwig leven. Je moet opzien naar het teken van genezing en vernieuwing en weten waar je je levenskracht vandaan haalt.
Jezus kent als geen ander al die mythische Schriftverhalen. Ook Hij spreekt over opstaan en over eeuwig leven. Zo heeft Hij een gesprek met de Joodse rabbi Nicodemus. Die komt naar Hem toe in de nacht. Dat is de tijd van de stilte. De tijd waarin het verdriet, meer dan overdag, op je af kan komen. De tijd ook dat de grote vragen over het leven zich aandienen. Hij is door Jezus geboeid geraakt en hij zoekt Hem op. Want Hij zal vast wel een wijs woord hebben over de grote vragen van leven en dood. Jezus wijst hem in dat nachtelijk gesprek op dat oude teken van de esculaap: net zoals de mensen bij Mozes hun ogen gericht moesten houden op de slang aan de paal, zo zullen ze ook moeten opzien naar Jezus als de verheven en verrezen Heer aan het kruis. Hij stelt hier duidelijk zichzelf als teken van hoop en vernieuwing, van bevrijding en genezing.

Hier wordt een heel oude wijsheid aan ons doorgegeven. Het kruis is een schandelijk beeld van een mens die gedood wordt. Maar het is ook het oerverhaal van God, die zelf bereid is zó diep te gaan, dat Hij onze diepste diepten kent. Daarom kan Hij ons tot in ons grootste lijden opvangen, zodat wij nooit overgeleverd zijn aan de leegte.
Zo is dat dodelijke kruis voor óns een teken van redding: in al onze nood mogen we ons laten vallen in Gods hand. En dan zullen we worden gevonden en beschermd en bewaard door Hem die weet wat lijden is. Ieder die het oog op Jezus' kruis gericht houdt, die zal gered worden door Hem die onze enige Redder is. Hij zal het Land bereiken en eeuwig leven vinden. En daarmee wordt in het Evangelie niet zozeer de hemel of zo bedoeld. Nee, het gaat om de kwaliteit van leven hier en nu. Als je durft leven in de Geest van Jezus, als je in vertrouwen je leven in Gods hand legt, dan ga je leven op een ander niveau. Je gaat óver van duisternis naar licht, van dood naar leven.

Dat mogen we heel concreet zien. Jezus wil ons met zijn visie brengen van verlatenheid naar geborgenheid, van eenzaamheid naar een bestaan waarin we onze hand leggen in de hand van God, die zelf door alle lijden is heengegaan. Hij vraagt ons dus om ons altijd weer zijn levenshouding te binnen te brengen:
zijn vertrouwvolle band met God, zijn barmhartige mensenliefde, zijn omgang met lijden en dood. Dat we met Hem durven ondergaan en bovenkomen, sterven en verrijzen en leven in het licht. Veel mensen, misschien wel meer dan je zou verwachten, hebben in hun huis een kruis hangen. Het is de universele icoon van het menselijk lijden. Maar toch vooral ook van de wijze waarop je met dat lijden kunt omgaan. Want uit Jezus' lijden stijgt een nieuw leven op, een verzet, een overleven. Dat kruis is zeker een teken van dood, maar tegelijk van overwinning op de dood. Van wanhoop en tegelijk van hoop. Van de grootste liefdeloosheid die wij mensen elkaar kunnen aandoen en tegelijk van goddelijke liefde die alles overwint. En omdat wij overeind geholpen worden door Hem, die dóór het lijden is heengegaan, daarom kunnen wij op onze beurt gevallenen overeind helpen. Omdat wij gedragen worden die Hem, die uit alle dood opstaat, daarom kunnen wij troosten. Omdat het kruis onze hoop is, daarom kunnen wij opstaan en ons keren tegen plaatsen waar mensen steeds weer gekruisigd worden.

Er is een legende uit de vroege Middeleeuwen. Een verhaal waarin Set, de 3e zoon van Adam en Eva, zijn vader begraaft. Hij legt enkele zaadjes in de mond van zijn vader en sluit dan het graf. Het zijn zaadjes uit het paradijs. Al die jaren heeft zijn vader die bewaard: zaadjes van de Boom des Levens. Op de plek van Adams graf groeit er dan een nieuwe boom. En uit het hout van díe boom is het kruishout gemaakt. Het kruis dus als boom van het leven.
Mensen moeten soms heel wat meemaken. Je kunt daardoor verbitterd raken. Dat maakt je lijden alleen nog maar groter en eenzamer. Maar je kunt ook, met de hulp van lieve mensen en door je band met de lieve God, de weg vinden naar bevrijding en nieuw leven. Je bent dan, hoe vreemd dat soms ook mag klinken, door het lijden gelouterd en eruit opgestaan.

Vandaag vieren we dat we samen met Jezus Christus deze weg kunnen gaan en dat we kracht kunnen vinden door op te zien naar zijn kruis. Egeria, de pelgrim uit de jonge kerk, staat in de lange rij van mensen, die zijn gekomen van oost en west. En we begrijpen haar opgetogen verhalen, waarin de liefde voor Christus en de weg die Hij ging doorklinken.
Zo meteen gaan we twee kinderen, Benjamin en Quinten, opnemen in diezelfde levende gemeenschap rond Jezus Christus. We nemen ze mee op onze levensweg, in de hoop dat ook zij, bij alles wat ze overkomt, opzien naar Hem die onze weg ten leven is.