Tussen hemel en aarde

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Op het feest van de kruisverheffing staat het kruis van Jezus cen­traal. Voor ons christenen betekent het kruis zeer veel. Wij geven het een ereplaats in onze woning, wij dragen het om de hals als een getuigenis, wij plaatsen het op de graven van onze doden als een teken van hoop. Wij kennen alleen Christus, de gekruisigde, die verrezen is. Zo is het kruis het teken van de redding van de wereld. Als een boom waarvan de wortels doordringen tot in het hart van de aarde en waarvan de kruin reikt tot in de hemel, zo is het kruis van Jezus.

Het kruis wordt vaak de levensboom genoemd, waardoor alle leed en lijden van de mensheid omhoog groeit met de vurige hoop op genezing en verlossing. Het is ook de levensboom, waarlangs de vergevende en sterkende liefde van God afdaalt naar deze wereld en naar de mensen. Vooral de evangelist Johannes ziet het kruis altijd als een glorievol teken, dat helemaal omstraald is met de heerlijkheid van de verrijzenis. Voor hem is de verheffing van Jezus op het kruis niet zozeer het hoogtepunt van zijn smadelijk lijden, maar de voltooiing, die God door de verrijzenis aan zijn leven schenken wil. Omdat het kruis verheven wordt tot in de hemel, kan Jezus de zegen van de hemel verder geven aan deze wereld en aan de mensen: ‘En wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal ik allen tot Mij trekken'. Wegens deze verheffing heeft het kruis twee kanten, twee blikrichtingen. Het kruis richt zich naar boven en vraagt voor ons Gods liefde, troost, bescherming en redding. Maar omdat het kruis ook in deze aarde geplant is, kan ook al het lijden van de mensheid met Jezus' kruis verbonden worden. Beide richtlijnen behoren tezamen, want als het kruis alleen naar boven gericht zou zijn, zou men kruis en lij­den kunnen gaan verheerlijken en als het kruis alleen op deze aarde geplant zou zijn, dan zou elk lijden zinloos worden en zou­den wij met ons kruis geen uitweg meer weten.

Kruisverheffing, in dit woord klinkt reeds de boodschap van de verrijzenis mee en mogen ook wij, terwijl wij samen met Christus ons kruis dragen, reeds delen in de kracht en het licht van de verrijzenis. Daarom roemen wij ook op het kruis van de Heer.

Niet dat wij het kruis moeten gaan zoeken of achterna lopen. Wij kunnen het kruis ook niet uitzoeken. Het kruis dat ik met Christus dragen wil, ben ik zelf, ik heb mij zelf te aanvaarden met al mijn gebreken en begrenzingen. Mijn kruis zijn vaak ook de mensen met wie ik leef. Het kruis ligt ook vervat in onze levensopdracht en het is aan onze schouders aangepast. Maar dat kruis is voor ons geen bedreiging meer, want het opent voor ons hemelse horizonten, het wijst naar boven, naar de Vader van alle troost en de God vol erbarmen.

Als het Rijk Gods in het kruis van Christus op deze aarde tegen­woordig is, dan komt niemand van ons aan dit kruis voorbij, maar als wij dit kruis samen met Christus dragen, dan mogen wij delen in zijn kracht, zodat wij ons met het kruis kunnen verzoe­nen, want dan wordt ons kruis verlicht door de nabijheid van God, dan wordt het kruis van Christus ook voor ons doorgang van de duisternis naar het licht. Daarom kunnen wij in geloof belijden: in het kruis ligt ons heil, ons leven en onze verrijzenis. Zo willen wij ook, terwijl wij ons kruis dragen, het verbinden met het kruis van Jezus, totdat dit zal verschijnen op de wolken des hemels...