Evangelieprikje (2008)

Het is dankzij het communautair getouwtrek van de laatste maanden eerder zeldzaam geworden: een moment waarop we trots zijn Belg te zijn. Toen Tia echter goud haalde op de Olympische spelen, kwam dat Belgisch gevoel bij sommigen eventjes weer boven, net als toen vier dames enkele dagen daarvoor zilver behaald hadden. Er wachtte deze dames dan ook een warm onthaal toen ze terug voet op Belgische bodem zetten. Ze mochten zelfs handje gaan schudden met de koning. Media en koningshuis bleken weinig op te hebben met de Olympische gedachte dat meespelen belangrijker is dan winnen. Integendeel zelfs, kranten stonden vol van de belabberde prestaties van onze sporters op de Spelen. Enkel wie goed presteert, wordt geëerd. Dit alles staat in schril contrast met zoals Paulus het noemt, de dwaasheid van het kruis. In het christendom belijden gelovigen hun geloof in een God die zich laat vernederen, veroordelen en die uiteindelijk sterft aan de schandpaal. Kan je een mooier voorbeeld geven van iemand wiens leven mislukt is? En juist die man wordt verheven boven allen door God. Hij die stierf op het kruis brengt redding voor allen die in Hem geloven. God hanteert blijkbaar andere criteria dan wij om te oordelen of een leven al dan niet geslaagd is.

Het evangelie van vandaag is een fragmentje uit een nachtelijk gesprek met Nicodemus. Zoals in Vlaanderen bij een goed biertje ook de meest diepe gesprekken in het holst van de nacht gebeuren, zo is het ook in Jezus' tijd, maar dan zonder de geneugten van een goed biertje. Nicodemus was een Farizeeër die gefascineerd geraakt was door de woorden en daden van Jezus. Omdat het niet wijs was overdag als Farizeeër Jezus te ontmoeten, had hij een nachtelijk gesprek met Jezus. Jezus was met hem aan het praten over het eeuwig leven en opnieuw geboren worden door de Geest. Om Nicodemus te overtuigen stelt Jezus dat Hij de enige is die van de Vader uit de hemel is gekomen om te getuigen van diens liefde. Met het oog op Zijn lijden en kruisdood vergelijkt Jezus zich met de koperen slang waar de Israëlieten moesten naar opkijken toen een slangenplaag hen trof. Alleen wie opkeek naar die slang en geloofde dat God hen kon genezen, werd geredveder. Zo zal in het Nieuwe Verbond eeuwig leven zijn voor allen die geloven in Christus. Christen zijn heeft dus niet in eerste instantie te maken met een goed mens zijn. Een goed mens zijn zou het gevolg moeten zijn van christen zijn. Fundamenteel voor een christen is het geloof in Jezus Christus als de zoon van God. Nochtans, als men in christelijke scholen, ziekenhuizen, rusthuizen, verenigingen spreekt over de christelijke waarden is de waarde van het geloof meestal ver te zoeken. Men zwijgt er over in alle talen, men wil niet choqueren. Als school, ziekenhuis, rusthuis, vereniging, enz. ... speel je namelijk met de spelregels van de maatschappij. En zo komt het dat die maatschappij niet snapt waarom wij het opnemen voor het ongeboren en aftakelende leven, voor mensen die aan de kant gezet worden, .... We moesten eens durven uitleggen dat dit te maken heeft met ons geloof in een God die zich geopenbaard heeft in een, naar menselijke normen, mislukt leven dat geëindigd is aan een Romeinse schandpaal. Tot daar de geschiedenis, maar aan het einde van dit aardse verhaal begint het geloofsverhaal van de christenen: juist deze vernederde mens is boven allen verheven. Meer nog, met die kruisdood heeft Hij God en mens voor eeuwig met elkaar verzoend. Die God die via Abraham laat weten dat Hij geen mensenoffers wil, offert uit liefde voor ons, Zijn eigen Zoon. Weer een voorbeeld van de wereld op zijn kop.

En dan rijst de vraag naar wie wij opkijken. We hebben allen veel respect voor mensen die iets bereikt hebben in het leven. Het is niet verkeerd dat we bewondering hebben voor Tia, integendeel, want de jongedame heeft heel wat offers moeten brengen om zo ver te geraken. We hebben ook ontzettend veel bewondering voor mensen als Marc Herremans die ondanks alles, er 100% blijft voor gaan. Maar hoe zit het met die Jezus en die God die zich vereenzelvigen met de mens in nood? Ook zij hebben grote offers gebracht. Zijn we ons daar van bewust? Geloven wij in een God die er wil zijn voor ons, vooral als we het moeilijk hebben? Geloven we in een God die niet zomaar oordeelt maar ons telkens weer nieuwe kansen aanbiedt? Geloven wij dat wij steeds nieuwe kansen krijgen van die God en geven ook wij nieuwe kansen aan hen die ons het leven moeilijk maken? Prangende vragen. Is het niet fantastisch dat God Zijn Zoon zond om te redden en niet om te oordelen? Zouden wij niet zijn als de apostelen die donder en bliksem willen afroepen over diegenen die niet geloven? Mochten wij God zijn, mensen zouden onmiddellijk ervaren hoe menselijk, hoe kleinmenselijk we kunnen zijn en hoe goddelijk God is. God ziet anders dan wij, bestaat anders dan wij. Laten we opkijken naar het kruis, wetende dat daar Iemand hangt die door zijn vernedering, lijden en dood redding bracht voor ons. Moge dit offer ons dankbaar en enthousiast maken.