Ieder huisje heeft zijn kruisje (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 522 niet laden

"Ieder huisje heeft zijn kruisje". Er was eens een man die vond dat hij het kruis dat hij in z'n leven te dragen had veel te zwaar was. Hij ging naar God en vroeg om een kruis dat beter bij hem paste. "In orde", zei God, "zet jouw kruis maar tegen de muur". De man zette zijn kruis neer en begon te zoeken. Hij was tenslotte bijna de wanhoop nabij, want geen enkel kruis paste hem. Het ene was veel te hoog, het andere was veel te zwaar. Maar uiteindelijk vond hij toch een kruis dat hem als gegoten zat: niet te zwaar en niet te hoog. "Dit kruis zou ik willen dragen", zei de man tegen God. God zei: "Dat is goed, maar kijk eens op de achterkant van dat kruis". De man ontdekte toen dat aan de achterkant zijn eigen naam stond: 't was het kruis dat hij mee naar binnen had genomen!

Elk mens krijgt kracht naar kruis. Er zijn mensen die menen dat zij als enige in het leven zware klappen toegediend krijgen. Maar vroeg of laat stoot elk mens met zijn hoofd tegen die ellendige dwarsbalk die van je leven 'n kruis kan maken. Je wordt ziek, diegene die je lief hebt sterft, je carrière wordt afgebroken, je voelt je bedrogen, in de steek gelaten door wie je lief zijn. Je voelt je soms vernederd en uitgestoten. Deze dwarsbalk kan allerlei vormen en afmetingen aannemen, kijkt niet naar namen of titels of de dikte van de portefeuille. Het komt vaak voor: je hebt het goed, pas je huis verbouwd, bijna 25 jaar getrouwd, en dan komt die verschrikkelijke dwarsbalk die je leven in één enkel moment tot een ruïne kan maken. 't Kruis is 'n realiteit in elk mensenleven. En je hebt dan geen keus: je draagt je kruis of het kruis verplettert jou. Kruisen brengen mensen terug tot wat ze eigenlijk zijn: kwetsbare, wankele, nietige en kleine mensen. Kruisen brengen mensen terug tot hun eigenlijke proportie.

We leven in een tijd die misschien niet altijd even gemakkelijk is. Een tijd die ze in de toekomst misschien het "Hollandsch Diep" zullen noemen. En temidden van die warrige wereld zijn er nog steeds mensen die zich christen noemen en daarvoor ook uit willen komen. En christenen zijn geen mensen die de hele avond gespannen naar de televisie kijken om te zien hoe erg het nu weer met onze wereld gesteld is. Zo van: "Mien, kom eens kijken hoe kwetsend de TV vanavond weer is!" Er zijn altijd mensen die meer genieten van de kou en van de regen, dan van de warmte van de zon. Zoals Simon Carmiggelt dat eens zei: "Ach, meneer, leer mij de mensen kennen, het gaat toch allemaal om de pingping" - waarbij een saxofoon wegterend om hulp roept.

Ik hoor veel mensen klagen dat de tijden niet meer zo zijn als vroeger. Dan lijken ze op die dove man die zei: "Wat leven we tegenwoordig in een beroerde tijd: vroeger kraaiden de hanen nog, tegenwoordig zie je ze alleen nog maar gapen!". Jezus heeft ook gezegd dat het met deze wereld de verkeerde kant uit gaat. Maar Hij zei dit niet vanuit zijn luie stoel, maar op Golgotha. Dat is wat anders dan glurend van achter onze gordijntjes! Zijn stem beefde, toen Hij zei: "Jeruzalem, Ik had u graag willen helpen, maar jullie hebben het niet gewild." Als christenen over de hele wereld klagen dat het slecht gaat, dan gaat het niet om de vraag of ze gelijk hebben, maar of we er ook iets aan doen! Of trekken we na een avond televisie kijken ook geeuwend de deken over ons hoofd, terwijl we denken: "Wat maken zé er toch een troep van"?

Er staan in onze wereld miljoenen kruisen opgericht. Er wordt onnoemelijk veel leed geleden, vooral ook aan elkaar. Vaak maken wij elkaars kruis onnodig zwaar - door onze  laster, roddel en vooroordelen. Hoe vaak kleineren we 't verdriet van mensen niet? Bij een uitvaart mag een weduwe huilen. Dat wordt zelfs van haar verwacht! Maar daarna moet ze niet zo zeuren, want de tijd heelt immers alle wonden... Maar niemand van ons kan achter gesloten deuren kijken! Van buiten lijkt alles vaak koek en ei, maar van binnen is het soms één grote puinhoop! En als ik 's avonds door het dorp rijd, denk ik wel eens: wat zit er allemaal verborgen achter die gesloten deuren en dichte gordijnen?

Kruisen van verschrikking, kruisen van onmenselijk lijden, kruisen die we soms voor elkaar kunnen zijn. Mensen hebben kruisen als een sieraad om hun hals hangen, vaak van goud. Blijkbaar kent de verschrikking van het kruis ook een andere kant: het is niet alleen het symbool van dood en ondergang, maar ook een teken van opstanding. In het Evangelie horen we hoe Jezus in een nachtelijk gesprek met Nicodemus over zichzelf zegt: "De Mensenzoon moet omhoog geheven worden, zoals eertijds Mozes de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft eeuwig leven zal hebben." Woorden die Johannes Jezus in de mond heeft gelegd en uitdrukkelijk verwijzen naar de eerste lezing. Zij drukken een diepe waarheid uit: de slang, hoog op de paal, is voor de Israëliet een teken van leven geworden, geen teken van de dood. Het is dezelfde slang die we tegenkomen op de voorruit van een artsenauto of op de deur van een apotheek.

De slang aan de paal en Christus aan het kruis: teken van opstanding. Het dorre doodshout is het groene hout geworden - het hout van verlossing, bevrijding en opstanding. Op 't feest van kruisverheffing vernemen wij dat het leven nooit definitief vastloopt in de dood. Het is bestemd tot opstanding van velen!"