Afbreken en opbouwen (2008)

Een aantal maanden geleden was ik op een studie-avond, georganiseerd in het Bonnefantenmuseum door een vereniging van architecten. Onderwerp van de avond was: herbestemming van kerkgebouwen. En dat interesseerde mij natuurlijk. Wat kunnen creatieve architecten met een kerkgebouw dat aan de eredienst wordt onttrokken, en dit keer niet wordt afgebroken? Welke nieuwe functies kan zo'n gebouw krijgen? Kunnen er verdiepingen en appartementen in gebouwd worden? een supermarkt? een tapijtenhal? Een kantoortuin? Maar moet dan niet een deel van het gebouw worden afgebroken, om het te ontdoen van zijn kerk-achtige uitstraling, dat niet te veel op een kerk lijkt? Of is het juist "spannend" om de sfeer van het kerkgebouw te handhaven, zoals die disco in onze Augustijnenkerk, waar, bewust, allerlei kerkelijk meubilair naar binnen werd gebracht, omdat de kerk toch vooral op een kerk moest lijken? Het waren op die avond architecten bij elkaar, die naar gebouwen kijken zoals architecten dat doen, met schetsen, met tekeningen, met als opdracht herbestemming van een bestaand gebouw. Puur zakelijk. Vier muren en een dak.

De andere optie, wanneer om economische, financiële, structurele, redenen, een kerkgebouw niet meer te handhaven is, is simpelweg afbraak. Afbreken, de grond verkopen, en er iets heel anders bouwen, zodat ook de herinnering aan de oude kerk weg is. Het argument is dan: een kerkgebouw is en blijft een kerkgebouw, met een kerkgebouw-achtige uitstraling, en wanneer we niet weten welke de herbestemming zal zijn (zie onze Awwestiene, zie de kapel van Jomanda) dan slopen we liever, om oneerbiedig gebruik te voorkomen. Kortom, u hebt het pas nog in de krant kunnen lezen: mensen die goed kunnen tellen kunnen u precies voorrekenen dat in de komende tien à twintig jaren, één op de vier kerkgebouwen afgebroken moeten worden. Cijfermatig onderbouwd.

Op die bewuste avond van die architectenvereniging in het Bonnefantenmuseum, zat ik naast één van de twee zusters-religieuzen die pastoraal werkzaam zijn in Heugemerveld. Nee, ze timmeren niet aan de weg, de zusters, ze zijn heel bescheiden, ze doen in stilte prachtig pastoraal werk. Die zuster zei toen tegen mij: "Als ze de kerk van Heugemerveld afbreken, breken ze niet alleen de kerk af, maar dan breken ze ook heel het verenigingsleven in Heugemerveld af". Haar opmerking was voor mij de eind-conclusie van die avond.

Wij hebben het immers zelf, in een andere wijk in Maastricht, enkele jaren geleden beleefd. Toen de kerk van de Heilige Familie in Wyckerveld, wegens overtolligheid, werd afgebroken, bleek opeens dat er veel méér weg was weggevallen dan alleen het kerkgebouw, die vier muren en dat dak. Het gemis werd door de bewoners zo sterk gevoeld, dat woningbouwvereniging Servatius in één van haar panden een kleine stilteruimte heeft ingericht, als een soort wijkkapelletje, waar wijkbewoners even kunnen gaan zitten, even kunnen gaan bidden. Zó sterk werd het gemis gevoeld.

Weer een bewijs dat het afbreken van een kerk niet zonder meer sloop van een gebouw is, maar afbraak van de wijk kan zijn, afbraak van een gemeenschap van mensen. En dat, als het grote, wegens de exploitatie niet meer te handhaven kerkgebouw dan toch afgebroken moet worden, er toch minimaal een kerkelijke, religieuze plek in de wijk moet blijven.

En dat is precies waar wij vandaag , op het feest van Kerkwijding, bij stilstaan. Een kerkgebouw is niet, zoals Huub Oosterhuis het ooit enigszins ondeugend, formuleerde: "zomaar een dak boven wat hoofden". Een kerkgebouw is niet alleen dat stenen monument, dat handenvol geld kost aan onderhoud, met die wankele torens van onze basiliek. Een kerkgebouw is een gebouw dat aantrekkingskracht bezit, dat sfeer uitstraalt, dat uitnodigt, dat mensen bijeen brengt. Het is een huis waar God de ruimte krijgt, waar Hij woont. Het is een huis waar ook mensen wonen, waar mensen samenkomen, samen iets vieren, samen lief en leed delen, samen bouwen aan heden en toekomst. Wanneer het huis wordt afgebroken, wordt ook de gemeenschap van mensen afgebroken. Wanneer het huis wordt opgebouwd, wordt ook gemeenschap opgebouwd.

Wanneer de Apostel Paulus spreekt over de opbouw van een gemeenschap, dan kiest hij, heel bewust, de metafoor van een kerkgebouw. We lazen het enkele dagen geleden nog in de liturgie:
"U bent geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de Apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit, steen voor steen, het hele gebouw uit tot een Tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door Zijn Geest (Efeziërs 2,19-22).
Dan breken we de kerk niet meer af, dan bouwen we de kerk op. Want de architecten, dat zijn wij.