Kerk als droomhuis (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

TROTS OP DE KERK?

Bent u trots op de kerk? Ik geloof het wel. Op de oude toren van de Laurentius, op de paus die hem heeft ingewijd; op de nieuwe kerk in Kunrade, hoe die met dubbeltjes en kwartjes en met spierkracht en zweet van parochianen is opgebouwd. Ik geloof het wel.
Sinds de twaalfde eeuw vieren we in november de inwijding van de basiliek Sint Jan van Lateranen. De eerste christelijke keizer had een landgoed van de Laterani aan de paus geleend. In de kerken die er hebben gestaan resideerde de bisschop van Rome. Op dit feest staan we stil bij het kerkgebouw. Dat gebeurt met gemengde gevoelens. De lezingen getuigen daarvan. Van de ene kant zeggen ze, dat we de godshuizen in ere moeten houden en van de andere kant, dat het niet om het gebouw gaat, maar om Jezus Christus en om óns die zijn Geest verder dragen.

STRIJDIGE GEVOELENS

Deze strijdigheid zit ook in het prachtige bijbelboek van de profeet - of beter: de profetenschóól - Ezechiël. Ezechiël, van priesterlijke aristocratische afkomst, werd al jong naar Babylon gedeporteerd tijdens een van de belegeringen van de stad. In Babel wordt hij de belangrijkste woordvoerder van het volk. In brieven bemoeit hij zich met de politiek in Jeruzalem. Vasthoudend voorspelt hij de ondergang van de stad. Hij voorspelt de vernietiging van de tempel. Het tweede deel van zijn boek is geschreven na de val van de tempel. Ezechiël dreigt niet langer, nu wekt hij hoop en schildert in visioenen de herbouw van de tempel, die hij zich uit zijn jeugd herinnert. Vandaag lazen we hoe hij de tempel zag als bron van levend water, zo levend, dat de dode zee weer vol vis zal zijn.

DODE ZEE VOL VIS

Ooit heb ik een kerkje in Madaba bezocht. Ik herinner me het al de dag van gister. Dat kwam door een vrouw met een emmer water. We reisden met een groep godsdienstleraren door Jordanië. In de kerk was een mozaïekvloer die in feite de oudste landkaart was van de streek. Ze stamt uit de zesde eeuw. Maar de eerste aanblik viel tegen. Het mozaïek lag er kleurloos bij. Onze gids kreeg een vrouw zover om er een emmer water overheen te gooien. Dit water deed wonderen. Ineens zagen we de kaart in volle pracht. De vrouw stak de fooi in haar zak en vulde haar emmer weer. Je zag helder de Jordaan, vol dikke vissen. Je zag de dode zee. Daar verdampt het water. Het zoutgehalte is er 30% in plaats van de normale 3%. Dit hoge mineralengehalte maakt het water populair bij patiënten met huidziekten, maar het zorgt er ook voor dat geen vis erin kan leven. Op de oude kaart is een vis te zien, die de bij de zee aangekomen, rechtsomkeert maak.

DROOM-HUIS

Zo droomden de ballingen in Babel over een tempel die herbouwd zou worden, een woestijn die zou bloeien en een dode zee vol vis.
De dode zee is in gevaar. Het water van de Jordaan wordt steeds meer voor landbouw gebruikt. De zee droogt in snel tempo op. De Kema is een van de instellingen die betrokken zijn bij een studie om een meer dan honderdkilometer lange pijpleiding te bouwen van de rode zee naar de dode zee. Membranen tussen het zoute en het zoete water zouden stroom kunnen opwekken, evenals het hoogteverschil. Er is ook wind en zon genoeg, energie om het water drinkbaar te maken. Het is de oude droom van Ezechiël, de tempel van Jeruzalem als bron van levend water.
De tempel, de sint Jan van Lateranen, onze kerk, het zijn gebouwen waar we een visioen koesteren. Het gaat niet om het gebouw. Het gaat om Jezus' droom, om de mens, om ons allen. De kerk is zijn 'droom-huis'.
Ik sluit me aan bij die dubbelzinnige boodschap. De kerk, dat zijn wij, die bezield zijn door Jezus' ideaal van Gods koninkrijk. Het gebouw is onbelangrijk, maar ik hoop tegelijk dat we onze godshuizen zoveel mogelijk in ere houden.

GODS WONING

Lieve kinderen. ‘Woon jij hier?' Marijke stond met haar moeder voor de kerk en keek me met vragende ogen aan. ‘Nee hoor, ik woon hier niet. Dit is de kerk.' ‘Hier woont God!', legde mamma uit. Marijke moest even nadenken. Ze had net drie kwartier met een boekje lief in de kerk gezeten. ‘Is-tie dan niet thuis?', vroeg ze. ‘Is het geen schatje?', zuchtte de moeder. Marijke voelde zich niet serieus genomen. Ze herhaalde de vraag: ‘Is hij niet thuis?' ‘Jawel, hij is wel thuis, maar je kunt hem niet zien.' Marijke zette van schrik een stapje achteruit. Een onzichtbare God in de kerk. Ik zag wat ongeloof tussen haar opgetrokken wenkbrauwtjes. ‘Hoe weet je dan dat hij er is?' Mamma wilde aan haar arm trekken, maar voordat ze weer ‘is het geen schatje?' kon zeggen, ging ik verder. ‘Kijk dat zit zo. God is namelijk overal.' Opnieuw kwam er schrik over het gezicht van Marijke. Ze zette twéé stapjes achteruit, je was ook nergens veilig! ‘God bestaat waar mensen van elkaar houden, heeft Jezus gezegd. Dus overal waar liefde is, daar is God. Ook bij jou en mamma.' Marijke dacht opnieuw diep na. ‘Dus...', begon ze. ‘Dus, dan hoef ik niet naar de kerk te komen, dan kun jij zondag ook naar ons toe komen?' ‘Dan kunt u, ú...!', corrigeerde mamma. ‘Wat is het toch een schatje.' ‘Je kunt overal koffie en cola drinken maar het leukste is om er voor naar een apart cafeetje te gaan. Je kunt overal slapen, maar het lekkerst in je eigen bed. Je kunt overal bidden, maar het makkelijkst in de kerk.' Marijke wierp nog een onderzoekende blik in de kerk. Het zou toch spannender zijn als ze een sliertje stoom zag of een gouden lichtstraal. Ze haalde de schouders op, keek omhoog en zei: ‘Dan gaan we maar door God wandelen!' ‘Wat een schatje', was ik haar moeder voor.