God wil een tempel bouwen (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 522 niet laden
"Iedereen weet waar de paus woont: in het Vaticaan. Elke zondag staat het Sint Pietersplein vol mensen die turen naar het grote gebouw. Vanuit zijn eigen kamer, op de vierde verdieping, houdt de paus een korte preek en bidt het angelus, Iedereen kan die kamer aanwijzen. Weinigen echter weten dat de paus een tweede huis heeft: het Lateraan. Dat is het grote paleis naast de oudste kerk van Rome, de Sint Jan van Lateranen. Hier woonden de pausen de eerste twaalfhonderd jaar, tot het moment dat ze - na een tussenperiode in het Franse Avignon - naar de andere kant van de stad verhuisden. Sindsdien heeft de paus in zijn twee functies twee paleizen en twee kerken. De Sint Pieter hoort bij zijn functie als hoofd van de wereldkerk, de Sint Jan van Lateranen hoort bij zijn functie als bisschop van de stad Rome" (Rud Smit)

Vanmorgen vieren wij het feest van de kerkwijding van de basiliek van de Sint Jan van Lateranen. Deze kerk wordt gezien als "moeder van alle kerken in de stad Rome en de wereld". Dat de gedachtenis aan de inwijding een dergelijk algemene verspreiding heeft gekregen, is ongetwijfeld te danken aan het feit dat het de kerk van de bisschop van Rome is, de kathedraal (cathedra = bisschopsstoel) van de paus. Ook in ons land staan talloze kerken die ooit zijn ingewijd. Vooral eind 19de eeuw en in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn er talloze kerken gebouwd. De laatste jaren zie je dat er kerken worden afgebroken. Dat veroorzaakt veel pijn en verdriet: ook de kerk, waarin ik ruim 38 jaar geleden tot priester werd gewijd (de Don Bosco, in Alkmaar de boerderijkerk, gebouwd in de jaren zestig) is intussen gesloopt. Kerken als plekken waar veel herinneringen liggen, lief en leed met elkaar gedeeld. Als de muren van die kerkgebouwen zouden kunnen spreken, zouden onze oren tuiten. Verhalen over geboorte, eerste communie, vormsel huwelijk, doop en begrafenis. Rijen van mensen voor de biechtstoelen, het veertigurengebed, de sacramentsprocessie, de 18-jarige cursus, de parochieretraites. Als de muren zouden kunnen spreken... Onze gebouwen vragen veel onderhoud. Maar bijna elke parochie kent mensen die lid zijn van een "bouwploeg". Mensen die elke week opnieuw bezig zijn met het noodzakelijk onderhoud. En alles speelt zich af onder het oog van de patroon of patrones van het kerkgebouw.

Maar hoe belangrijk het kerkgebouw ook is, het gaat uiteindelijk om de mensen die er komen. Mensen van vroeger, mensen van nu, mensen van de toekomst. De dichter Huub Oosterhuis heeft dat duidelijk verwoord in het lied "zomaar een dak boven wat hoofden, deur die naar stilte openstaat. Muren van huid, ramen als ogen. Huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnengaan om recht voor God te staan". En Oosterhuis heeft gelijk: geen kerk is mooi, als er geen mensen zijn die de kerk bezoeken. Dan is het niet meer dan een museum! Daarom zingen we: "Huis dat een levend lichaam wordt als wíj er binnen gaan om recht voor God te staan!" De kerk, dat zijn wij, de mensen. In de Bijbel lezen we verhalen dat God eigenlijk niet eens zo blij was met de bouw van de tempel. En ook Paulus zal later aan de Christenen van Corinthe schrijven: "Gods tempel, dat zijn jullie en weet dat Gods Geest in jullie woont. De tempel van God is heilig en die tempel dat zijn jullie zelf". (I Cor.3:9-17)

Vanmorgen horen we ook hoe Jezus de tempel ingaat. Jezus weet dat zijn Vader eigenlijk niet zo'n voorstander is van die tempel. Hij wil liever met mensen meetrekken in een tent, onder mensen wonen. Ook wij maken van onze prachtige kerken soms meer een doel dan middel. Niet het kerkgebouw is heilig, hoe mooi die ook kan zijn, het zijn de mensen, u en ik, die dit kerkgebouw kunnen maken tot een heilige ruimte. Want God wil onder mensen wonen. Hij komt tot leven waar ouders aan hun kinderen leren wat er in zijn Evangelie staat. "Waar er twee of drie bijeen zijn in Mijn Naam, daar ben Ik hun midden", zegt Jezus. Daarvan getuigt Johannes: "Deze tempel zal worden afgebroken, maar de tempel van Jezus' lichaam zal in drie dagen weer worden opgebouwd." De omstanders begrijpen 't niet, worden zelfs woest, voelen zich aangevallen in het hart van hun godsdienst. Niet in de tempel ligt de eerste plaats van de Godsontmoeting, maar je komt Hem tegen op de weg van Jeruzalem naar Jericho, waar een mens langs de weg ligt, uitgeschud door rovers. En tot de dag van vandaag laat God zich vooral ontmoeten waar mensen in de knel raken. Door te luisteren naar Gods woord, door het in praktijk te brengen, wil God onder ons verblijven. Het gaat niet om een stenen gebouw, maar om "mensen die zich als levende stenen willen laten invoegen in een geestelijk gebouw, het gebouw van God" (2 Petrus 5:1)

Een kerkgemeenschap kun je vergelijken met een kerkgebouw. Ook ons kerkgebouw bestaat uit honderdduizenden stenen. Elke steen heeft zijn eigen plaats en functie. Sommige stenen zitten onzichtbaar in het fundament; ze dragen het gebouw en zorgen voor de stevigheid. Anderen stenen zijn wél zichtbaar. Sommige van binnen, andere van buiten, de een hoog, de ander laag. Er zijn stenen die iets ondersteunen en stenen die iets omlijsten. Maar allemaal zorgen ze er voor dat de kerk op zijn plaats blijft. En het is belangrijk dat we Jezus de hoeksteen laten zijn van onze geloofsgemeenschap. Haal je die hoeksteen weg, stort het geloofsgebouw in elkaar. En in dat gebouw heeft elke gelovige zijn of haar eigen plaats en functie, ieder met zijn of haar gaven en talenten. Elk kerkgebouw komt pas écht tot zijn recht als hij tot de laatste plaats gevuld is met mensen van vlees en bloed. Gods Volk onderweg. En feestelijk samenkomen rond de Verrezen Heer!