Feest van kerkwijding (2008)

Je zou denken dat de Sint Pieter in Rome de voornaamste kerk is voor de katholieke wereld.
Maar toch is dat niet zo. Dat is de St. Jan van Lateranen. Daar staat de stoel van Petrus.
Op de voorgevel van die basiliek staat: Moeder en hoofd van alle kerken van de stad en van de wereld. En daarom wordt als sinds de 12e eeuw op
9 november het feest van de inwijding van deze moederkerk gevierd. Zij staat symbolisch voor
de band die ons met de kerken over de hele wereld en door alle tijden heen met elkaar verbindt.
Ik vind het mooi dat de traditie juist op deze feestdag het Evangelie leest van de reiniging van de tempel.
Dat mag je gerust zien als een staaltje van gezonde zelfkritiek. Want een kerk kán een heilige plaats zijn, maar ze kan ook zó maar alle heiligheid verliezen.
Bij geloofstradities gaat het namelijk altijd om twee ambivalente grootheden: ze zijn voertuig van de meest diepe wijsheid, maar het zijn ook ideologische systemen, met alle ellende die daaraan vastzit.
Zo is de tempel in Jeruzalem het hart van het Joodse geloof. Daar leven ze, daar eren ze de Eeuwige, die zijn volk bevrijdt en geleidt. Daar bestaat een kostbare Rabbijnse traditie van spirituele wijsheid.
Maar Jezus ziet ook hoe mechanisch en dwingend
dat hele tempelgebeuren geworden is. Mensen moeten zich in allerlei bochten wringen om aan alle verplichting te kunnen voldoen. Voor sommigen,
met name voor armen zijn de lasten veel te zwaar,
terwijl de godsdienstige leiders zich over hun rug verrijken. Dat maakt Hem woedend. Woedend,
omdat precies in dit centrum van religieus leven
van geen enkele eerbied en respect meer sprake is.
In tegendeel: het godshuis is een plaats van handel en mishandel geworden.
Tempel, kerk, moskee, ons godshuis hier op 't Zand, op zichzelf hebben ze niets heiligs. Ze kúnnen heilig zijn als God er beluisterd en gevonden wordt.
Maar als dat niet zo is, zegt Jezus, breek dan die tempel maar af. En even later volgt de uitleg:
Hij bedoelde de tempel van zijn lichaam.
Voor Hem is allereerst de mens zelf plaats van ontmoeting met de Eeuwige! En zo heeft de jonge kerk, die dit verhaal heeft opgeschreven, Hem ook ervaren. De plaats waar God ten diepste woont en waar Hij zich laat ontmoeten, dat ben je zelf.
De Eeuwige wil een liefdeskracht zijn in ons mensen. Daar gaat het om. En dat is precies ook de betekenis van wat de traditie noemt: incarnatie of menswording van God. Hij wil wonen in mensen die in vrijheid
en met hartstocht een band, een verbond met Hem aangaan ten bate van het leven op aarde.
De kerk heeft in de loop van de eeuwen vol goede bedoelingen heel veel zaken vastgelegd in een geloofsleer, in dogma's en voorschriften. Op zich is daar niets mis mee. Er zit een schat aan wijsheid in verborgen, die kan dienen als houvast voor onze geloofsgemeenschap. Maar in onze dagen kunnen mensen vaak niet meer zoveel met al die vastigheid uit een tijd die anders was, met andere verhoudingen en opvattingen. Kerken die hun bestaansrecht zoeken in zulke zekerheden gaan dan ook steeds meer tot de randverschijnselen horen, hoe je er ook tegen aan kijkt.
Sommigen hebben daarom de kerk verlaten.
En tegelijk ook hun geloof, want dat was nooit uitgegroeid tot een onafhankelijk, persoonlijk innerlijk geloven. Het was een vorm, het was tempeldienst. Het kon de storm niet doorstaan. Anderen blijven trouw verbonden met de geloofsgemeenschap, maar hebben meer en meer
de behoefte om ook zelf op zoek te gaan naar bronnen van zingeving en spiritualiteit,
naar innerlijkheid, bewustwording en mystiek.
Zij openen hun ogen voor het geheim achter
de dingen, voor een grotere werkelijkheid.
Dwars door alle overgeleverde tradities en waarheden heen horen ze in hun ziel de Stem van
de Eeuwige. En ze vertrouwen zich opnieuw en bewust toe aan God die mededogen is, liefde en gerechtigheid, die opkomt voor de kleinen en voor een menswaardige toekomst van het leven.
Hij wordt nu pas écht de grond van hun bestaan en precies daarmee wordt hun leven onderdeel van de ring van solidariteit, die alle mensen en tijden met elkaar verbindt. Ze krijgen deel aan eeuwig leven.
Daarover gaat het bij geloven. Tenminste, dat is de bedoeling van de Tora, de Schrift, van Jezus en de profeten.
Die mensen zijn hun aandacht vanzelf ook gaan verleggen van het hierna-maals naar het hiernu-maals. De aarde is onze woonplaats. Daar moet
het gebeuren. Het gaat om deze wereld, maar dan anders: eerlijker, mooier, vrolijker: een plaats waar God woont, Hij die liefde is en recht. Ook in onze parochie is deze beweging volop gaande. En dat is goed, want meer dan ooit is er behoefte aan mensen die niet leven vanuit zichzelf, maar vanuit de ander en die opkomen voor een waardig leven hier en nu.
Dogma's en verplichtingen kunnen belangrijk zijn om je denken en doen te richten. Alleen: ze zijn zelf het gelóóf niet. Ze zijn een middel tot geloof en niet het doel. God woont nu eenmaal niet in een godsdienst.
Veel meer dan een tempel en een instituut is de kerk
toch een beweging van mensen die verlangen naar God, dat Hij in henzelf mag plaats vinden en hen en
de hele samenleving mag leiden op de levensweg.
Ze weten zich - soms even - aangeraakt door Gods Geest, zijn wezen. Ze hebben daarmee een verlangen, een hoop in zich, die hen inspireert tot het juiste leven. Je zou ook kunnen zeggen: Van geloof en kerk is sprake daar waar de Eeuwige mens mag worden
in ons en waar wij samen proberen te leven in Gods naam. Waar wij aandacht geven en liefde doen in de Geest van Jezus. Waar wij anderen weten op te beuren en hoop te geven. Waar wij héél maken en vechten tegen ziekten als kanker en aids, waar daklozen worden gehuisvest, kortom waar Gods wezen tot leven komt in ons midden. In die zin is de kerk als gemeenschap van gelovigen, als beweging van liefde in het voetspoor van Jezus, ook in onze dagen volop levend.
Wees dan ook niet bang, zou Jezus zeggen. Het is herfst. De boom schudt zijn bladeren af. Hij moet die wel loslaten; de wind neemt alles mee. Nu pas kun je zien wat de wortel is, de stam, de takken; wat er ruw en krom is, wat er is weg gerukt door de tijd, wat de ware dragende vorm is onder het dichte bladerdak. Zo verliest ook de kerk misschien veel van haar oude luister. Het is winter en de atmosfeer voelt schraal en koud aan. Maar alleen heidenen vrezen dat dit het einde is. Een gelovige weet dat het na een lange winternacht weer lente wordt, een tijd waarin mensen steeds meer bewust en persoonlijk geloven en in dat geloof verbonden willen zijn met elkaar en met de moederkerk over de hele wereld. Alleen dát geloof geeft ons licht en uitzicht. Het is een verademing, het is de glimlach van de Eeuwige God zelf, van wie wij zingen: Uw gerechtigheid staat als de bergen, uw ontferming is groot als de zee. In uw schaduw zoeken de mensenkinderen hun toevlucht, onder uw vleugels laven ze zich aan de overvloed van uw huis.