Kerkwijdingsfeest van de Lateraanse Basiliek (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

Het is vandaag de dag van kerkwijding van Sint Jan van Lateranen, de moeder van alle kerken, de kathedraal van de stad Rome, de kerk met de zetel van de bisschop van Rome. We staan vandaag stil bij de betekenis van ons eigen kerkgebouw. Het gaat dan niet zozeer om de voortgang van de restauratie of de hoge kosten die nog gemoeid zijn met dit laatste stukje. Het gebouw is eigenlijk nooit af. Vrijdag is in onze kerk een nieuw raam onthuld en door de bisschop ingezegend. Ramen ter ere van Edith Stein en Titus Brandsma. U kunt na afloop va de viering uitgebreid deze twee ramen bewonderen. Twee eigentijdse mensen in een klassiek neogotisch kader.
Het herinnert ons aan het feit dat we allemaal ineens voor een keuze gesteld kunnen worden. Leven we vanuit ons geloof en maken we keuzes vanuit dit geloof of laten we het links liggen? Gaan we de uitdaging aan en tonen wij aan de mensen om ons heen het licht van Christus? Is het geloof werkelijk ons huis waarin wij betekenis geven aan ons bestaan of is het franje en buitenkant, voor de tijd die we over hebben?

Wie de kathedraal bezoekt van Sint Jan van Lateranen, de grote Basiliek op de plek waar eeuwenlang de pausen geresideerd hebben, wordt op de weg naar het altaar begeleid door metershoge beelden van de apostelen met hun imposante attributen: een knuppel, een andreaskruis, een mes, een zwaard, of sleutels enzovoort. Als je een kerk binnenkomt, zoals ook onze eigen Jacobus, ontvouwt zich een lange rechte weg die je een duidelijk einddoel voorhoudt: het altaar, de plek bij uitstek van de ontmoeting met het mysterie van Gods aanwezigheid in Christus, in zijn lichaam en zijn bloed die temidden van zijn volk de bron openen van Gods helende kracht, de levensadem van zijn Geest. De kerk openbaart als het ware de weg die voor je ligt en roept als het ware de levensvraag bij je op: 'waar sta je op die weg? Ben je al wat gevorderd, of maak je nog steeds omtrekkende en aarzelende bewegingen?'

De woede-uitbarsting van Jezus bij de aanblik van de geldwisselaars en handelaren in de tempel van Jeruzalem, is geworteld in de constatering dat deze tempel door de drukte en de commercie niet meer de aanwezigheid van God temidden van zijn volk verheldert, maar juist verduistert. Je kunt dan geen persoonlijke vragen meer stellen over je levensweg: je kunt je richten op de handel die je wordt voorgehouden zodat je niet meer op weg hoeft te gaan. Je bent er al.

Israël had altijd aarzeling om een tempel te bouwen. U kunt zich vast nog wel nog herinneren dat David een tempel in zijn nieuwe hoofdstad Jeruzalem wilde bouwen. God wilde liever in zijn tent blijven wonen, ter herinnering aan de tijd van de woestijn toen het volk moest reizen van plaats naar plaats, van oase naar oase. Door de tabernakeltent besefte Israël dat het verbond met God de eigenlijke bron van leven is, een bron die steeds opnieuw zich weer openbaart. De aarzeling van David blijkt in dit verhaal van de tempelreiniging door Jezus terecht: als de mens God opsluit in een tempel van steen, kan de mens het zicht verliezen op het mysterie van God die met mensen meetrekt. God wordt arrivée, aangekomen, onbeweeglijk, gebonden aan een huis van steen.

Jezus richt echter een nieuwe tempel op. Het is de nieuwe mens zelf die vervuld van de Geest van God opstaat tot een leven dat voortdurend in beweging is. Dat herinnert mij aan de woorden die bisschop van Luyn vrijdag in de gebedsdienst bij gelegenheid van de zegening van het nieuwe raam, aanhaalde van Edith Stein. Een klein briefje dat zij uit de trein op weg naar Auschwitz gooide: 'Unterwegs ad orientem'. Het briefje heeft zijn weg gevonden naar het klooster in Echt. Deze drie woorden geven een levensprogramma aan voor deze vrouw die haar hele leven gezocht heeft naar een richtinggevend element in haar bestaan. Ze wilde als zeer rationele en intelligente vrouw de wereld en de werkelijkheid begrijpen. Zo zocht naar de waarheid.

Het leven is niet te vatten in definities en in vaste zekerheden omdat het leven voortdurend in ontwikkeling en in beweging is. Het leven is steeds in verandering en beweging. Zoals het water dat uit de tempel stroomt in het visioen van Ezechiël zo is het leven dat van God komt en aan mensen geschonken is, voortdurend in beweging. Edith Stein begreep dat als haar leven gericht bleef op Christus, nooit als een stilstaande poel zou zijn, maar altijd als een rivier, soms een woeste beek, dan weer een kalme rivier, die de weg vindt naar de oceaan, naar God zelf die alles in zich opneemt.

Onze kerk is een huis van steen dat ons echter in beweging wil brengen. Het wil ons naar voren halen, dichter naar het altaar brengen waar de hemel de aarde raakt, waar de mens wordt opgetild en opnieuw tot kind van God wordt gemaakt. Het kerkgebouw is georiënteerd en we richten ons in ons gebed op de opgaande zon. Zoals de opgaande zon iedere dag weer de wereld vernieuwt en bron is van seizoenen en van de cyclus van het leven, kan Christus ook ons leven van dag tot dag vernieuwen.

De zorg voor ons kerkgebouw moge teken zijn voor de zorg voor ons geloof en voor onze levensweg die op weg is ad orientem, naar de opgaande zon, naar Christus. Zoals deze ruimte gewijd is en geraakt door God, moge ook wij geraakt worden door de Geest van God

Amen.